Oliebacteriën stammen af van oeroude geslachten

Aardolie wordt gevonden op plaatsen waar het zich in de loop van de lange geologische geschiedenis heeft verzameld, en waarvandaan het niet meer kon 'ontsnappen'. Omdat aardolie licht is, zoekt het zijn weg omhoog tot een een ondoordringbare laag verdere migratie onmogelijk maakt. Deze situatie betekent dat aardolievoorkomens per definitie geïsoleerd liggen van het aardoppervlak.

Daarom is het wonderlijk dat aardolie in de diepe ondergrond soms een leefgemeenschap herbergt van bacteriën. Nog wonderlijker is dat de leefgemeenschappen, ook in ver van elkaar verwijderde olievelden, vaak dezelfde primitieve geslachten omvatten (Thermogata, Thermoanaerobacter en Thermodesulfobacterium). De gelijkenis tussen de bacteriën in de diverse velden is vaak treffend (Journal of Systematic Bacteriology, 45) maar een goede verklaring hiervoor staat nog ter discussie (Nature, 22 feb.).

De bacteriën zijn zeer goed aangepast aan de olievelden, maar daarbuiten maaken ze geen schijn van kans om te overleven. Het moet daarom uitgesloten worden geacht dat de bacteriën op eigen houtje een reis van het ene olieveld naar het andere zouden kunnen overleven. Ook de hypothese dat de bacteriën als verontreiniging met boorkoppen of met ander boormateriaal van het enen veld naar het andere worden overgebracht, moet terzijde worden gelegd: ze waren ook aanwezig bij nieuw en ontsmet boormateriaal.

De vraag is hoe ze ter plaatse zijn aangekomen, en hoe ze zulke ver uiteengelegen woongebieden hebben kunnen koloniseren. Onderzoek, waarover de definitieve publikaties nog moeten verschijnen, heeft uitgewezen dat de in oliebronnen aangetroffen geslachten behoren tot de meest primitieve vormen van bacteriën, en waarschijnlijk dus ook geologisch zeer oude geslachten vertegenwoordigen.

Het meest waarschijnlijk is daarom dat deze geslachten nog stammen uit de tijd dat het organische materiaal waaruit de olie is voortgekomen, werd gevormd. Ze kunnen toen wereldwijd over de aarde verspreid zijn geweest. Samen met het door nieuw sediment bedekte, langzaam verrottende materiaal en de zich daaruit ontwikkelende, door het bovenliggende gesteentepakket omhoog migrerende, olie zouden deze organismen (en hun nazaten) zo op hun huidige plaats zijn aangekomen.

De huidige vertegenwoordigers zouden daarom directe afstammelingen zijn van de organismen die tientallen of zelfs honderden miljoenen jaren leefden en die mogelijk reeds tot dezelfde geslachten hebben gehoord. Deze geslachten zouden zich wel steeds verder aan het specifieke milieu van aardolie hebben aangepast, maar verdere evolutionaire ontwikkelingen zouden aan hen voorbij zijn gegaan. Dit betekent dat ze als het ware, net als ver verwijderde sterrenstelsels, een blik in het verre verleden toestaan.

    • A.J. van Loon