Nieuwe organische choreografieën van Conny Janssen; Kettingen van aanrakingen

Gezelschap: Conny Janssen Danst... Produktie: Frames per second, onderdelen: Portraits en Landscape, choreografie: Conny Janssen; muziek: J.S.Bach, Pierre Akendengué, Yens & Yens; decor: René Straatman; kostuums: atelier Van den Berg en De Raad. Gezien: 28 febr, Rotterdamse Schouwburg. Toernee t/m mei 1996.

Het nieuwe programma Frames per second dat Conny Janssen voor haar eigen gezelschap maakte, bestaat uit twee afzonderlijke choreografieën: Portraits, een werk opgebouwd rond de persoonlijkheden van 4 dansers, en Landscape, waarin alle 8 dansers die dit jaar het tableau vormen, optreden. De twee choreografieën hebben Bachs cello suites nr. 1, 2, 3, 4 en 5 gemeen, maar in Landscape worden daar soms composities/geluidscollages van Pierre Akendengué en Yens Yens doorheen gemixed. Ook zijn in Landscape bepaalde bewegingsfrases uit Portraits verwerkt, zij het dat ze daar in een andere context staan.

In het begin van Portraits zijn de vier dansers Renato Bertolino, Juliëtte van Ingen, Karim Raïhani en Iris Reyes gezamelijk op het toneel. Ze vormen al snel een door elkaar heen kronkelende en glijdende groep, waarin telkens één lichaam voor een uitschietende lijn in de ruimte zorgt. Dan volgt voor ieder van de vier een solo, zich afspelend tussen en in vier, over de ruimte verspreide, uitgelichte vierkante vloervlakken.

Het sterkst vond ik de eerste solo (van Juliëtte van Ingen) omdat die choreografisch en in uitvoering de meeste variatie in sfeer, dynamiek en vorm liet zien. De danstaal die Conny Janssen gebruikt is vloeiend en harmonieus ondanks het feit dat er een grote hoeveelheid tegendraadse complexiteit in verwerkt is en er scherp gearticuleerde details in worden aangebracht: een sidderende hand, een schuddend hoofd, een priemende vinger, een wapperende pols, een scherp roterend onderbeen, een plotselinge bevriezing van een pose.

De beweging in een geïsoleerd lichaamsdeel vormt meestal de aanzet tot een reeks logisch daaruit voortvloeiende reacties in de rest van het lichaam, zoals ook de aanraking van een danser de ander in beweging zet. Dat maakt dat de choreografie er organisch en ongeforceerd uitziet.

Landscape, met zijn als een weg door de ruimte zoekende lijnen, zijn verstilde, dan wel heftige korte duetten, zijn dromerige onderdelen en even fel opvlammende groepsfragmenten schildert allerlei landschappen. Niet in forse penseelstreken en helle kleuren maar in verfijnde tinten en gedetailleerd van vorm, met zo nu en dan een markante stip. Het is jammer dat nu en dan de spanningsboog verslapt en er een verzadiging optreedt ten opzichte van al die mooie en inventieve dans. De uitvoering is uitstekend, de belichting is fraai, het toneelbeeld simpel en smaakvol evenals de kostumering, maar voor mij had er wat meer variatie in gekruidheid van de spijzen mogen zijn.

    • Ine Rietstap