Nieuw behang voor de taalkamer

DEN HAAG. Het vorige Groene Boekje, dat in 1990 uitkwam, was niet prettig in het gebruik. Als je de stofomslag in de prullenbak had gegooid hield je een boekje over waarvan het linnen net een maatje te grof was voor de bescheiden omvang. Twaalf inslagdraden per centimeter linnen is gewoon te weinig voor een bandje van 12 bij 17 centimeter. Het zag er goedkoop uit, en het lag stroef in de hand. Met tegenzin pakte je het op, en met opluchting legde je het weer neer.

Bij het nieuwe Groene Boekje is die weeffout gelukkig hersteld. Het linnen is veel fijner, tot wel twintig inslagdraden per centimeter. Het bandje heeft net de juiste mate van gladheid en noodt tot openslaan en opzoeken. Ik verbeeld me ook dat het groen iets dieper is en dat het goud van de letters Woordenlijst Nederlandse taal deze keer erg goed is gelukt.

En dat zijn nog niet eens de enige verbeteringen. Elke krantenlezer weet het: de woordenschat is uitgebreid, de verwarrende voorkeurspelling is afgeschaft, de spelling van de bastaardwoorden is herzien en voor de tussen-n is een nieuwe oplossing bedacht.

Er zijn mensen die dit geen verbeteringen vinden, en ze hebben allemaal gelijk. In Onze Taal, NRC Handelsblad en de Volkskrant hebben lexicografen en taalkundigen bekendgemaakt dat de regels voor de tussen-n niet deugen. Vlaggenstokken! Pijpenkoppen! Pannenkoeken! Allemaal woorden die strijden met ons woordbeeld en met taalkundige intuïties. De heren Ritzen, Martens, Van den Bossche en Nuis hebben hun handtekening gezet onder een woordenlijst die die naam niet verdient. Althans, dat begrepen wij uit de taalkundige geschriften.

Wat nu? Er dreigt een situatie waarin het Groene Boekje niet serieus meer wordt genomen. Het gaat officieel pas in september 1997 in, maar nu al spelen kranten als Trouw, de Volkskrant en Het Parool met de gedachte om niet elk woord te gaan spellen zoals de Taalunie dat wil. Pannenkoeken gaan te ver, product ook, en zo zijn er nog een paar woorden die afschuw hebben gewekt en die men op de oude manier wil blijven schrijven.

Vindt de Taalunie dat erg? “De kranten”, zegt Greetje van den Bergh, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, de organisatie die opdracht heeft gegeven voor de nieuwe woordenlijst en die gevestigd is aan het Lange Voorhout in Den Haag, “de kranten mogen spellen zoals ze dat willen. Alleen het onderwijs en de overheid zijn verplicht het Groene Boekje te volgen. Dat is logisch, want je kunt geen centrale eindexameneisen opstellen als je geen standaard voor de spelling hebt. En bij wetten kun je je ook geen verwarring over de letter van de wet veroorloven. Daarbuiten mag iedereen spellen zoals hij dat wil, er staat geen straf op.

“Het is wel zo dat het beter zou zijn als iedereen op dezelfde manier spelt. Door de computer is er een grote behoefte aan uniformiteit. Dan weten automatische spellingcheckers waaraan ze zich moeten houden en je kunt ook veel gemakkelijker iets terugvinden als je een groot gegevensbestand doorzoekt. Verder is het voor een klein taalgebied natuurlijk veel gunstiger als men het over zoiets elementairs als de spelling eens is. Minderheidstalen hebben het al moeilijk genoeg.” Dat klinkt verstandig, maar die protesterende taalkundigen zijn ook erg verstandige mensen. Wat te doen? Berusten in de onvolkomenheden van de woordenlijst en het Groene Boekje in al zijn bizarre consequenties volgen, of met een club van gelijkgezinden een eigen woordenlijst beginnen? Het eerste alternatief is het aantrekkelijkst, en daar zijn vier argumenten voor.

Om te beginnen de pannenkoekenkwestie: de strijd met het vertrouwde woordbeeld. Dat is werkelijk een serieuze zaak, maar als de tegenstanders van de nieuwe woordenlijst ons van de vreemdheid van de nieuwe woordbeelden hadden willen overtuigen dan hadden ze het anders moeten aanpakken. Zo vaak hebben ze ons die pannenkoeken nu al opgediend, dat die inmiddels iets heel vertrouwds hebben gekregen. Datzelfde zal gebeuren met alle woorden die er nu nog vreemd uitzien, maar die over tien jaar als taalkundige intuïties zullen worden gekoesterd. En zolang het nog niet zover is geven de zwanenzangen, de producten, de kippeneieren en de ruggengraten de geschreven taal wat nieuwe kleur. De taalkamer die in 1954 voor het laatst is behangen, is van een nieuw verfje voorzien. Je moet misschien even wennen aan de nieuwe tint, maar iedereen die binnenkomt zegt: “Goh, wat ruikt het hier fris”.

Een verwante kwestie betreft de ingewikkeldheid van de regels. Inderdaad, wie zich verdiept in de regels voor de tussen-n komt na een halfuur tot de conclusie dat daar geen beginnen aan is: “Dat is niet te beredeneren!” Heel juist, maar daarom is dat nieuwe Groene Boekje ook zo handig! Daar staan al die woorden in! Merk op hoe ook dit argument tegen de nieuwe woordenlijst al snel op een pleidooi voor diezelfde lijst uitdraait.

Dan is er nog een kwestie die in het spellingdebat weinig aandacht heeft gekregen, maar wel belangrijk is. Dat is de omverwerping van de spellingautoriteit. Iedereen kent ze: de schoolmeesters die uit naam van het Beschaafd Gespeld Nederlands ieder verkeerd geschreven woord als een belediging van de goede smaak aan de paal nagelen. Ze zijn experts in c- en k-kwesties, doorkneed in trema's en verbindingsstreepjes en plotseling dreigt hun kennis waardeloos te worden. Dat is niet leuk voor ze. Maar het kan geen kwaad als de kaarten zo nu en dan opnieuw worden geschud. Dat creëert nieuwe kansen, dat houdt de mensen fris.

En dan het belangrijkste argument. Er zijn twee segmenten in de samenleving die aan invloed winnen, of we het willen of niet. Dat zijn de overheid en de jeugd. De overheid omdat er steeds meer geregeld wordt, de jeugd omdat zij eens het hele land zal beheersen. In beide segmenten wordt nu ijverig op de nieuwe woordenlijst gestudeerd, en in september van het volgend jaar zullen schoolboeken, eindexamenopgaven, wetteksten, Kamerstukken en regeringsnota's volgens die lijst zijn gespeld. Gaan de kranten straks de Troonrede van de koningin volgens hun eigen inzichten omspellen? Wordt elk citaat uit de Handelingen eerst gecorrigeerd? Drukken we eindexamenopgaven pas af als alle pannenkoeken in pannekoeken zijn veranderd? Laten we hopen van niet.

    • Warna Oosterbaan