Leengeldvergoeding

De stichting Leenrecht dreigt in aanvaring te komen met de bibliotheken over de hoogte van leengeldvergoeding aan auteurs (7 februari). Gemiddeld wordt de auteurs tot dusver 6 cent per uitlening uitgekeerd. In totaal werd de laatste jaren 10 miljoen opgebracht door de bibliotheken zelf. Volgens de stichting Leenrecht wordt de spoeling voor de betrokken schrijvers en uitgevers veel te dun als dat bedrag niet substantieel stijgt.

De vereniging NBLC, die de 900 openbare bibliotheken vertegenwoordigt, probeert vast te houden aan een geringe stijging van de 10 miljoen gulden. Het NBLC vreest bezuinigingen op de subsidies voor bibliotheken door de gemeenten. Volgens Rob Kooyman, beleidsmedewerker bij het NBLC zou dit de aankoop van nieuwe boeken door bibliotheken negatief beïnvloeden en zouden auteurs en uitgevers zichzelf indirect in de vingers snijden als de leengeldvergoeding wordt verhoogd.

In zijn reactie gaat Kooyman voorbij aan de mogelijkheid om leners van boeken zelf de leengeldvergoeding te laten opbrengen. In verschillende bibliotheken, waaronder die in mijn woonplaats Breda, wordt momenteel een leengeldheffing ingevoerd. Voor elk boek dat men leent, betaalt men een kwartje. Van dit kwartje zou een gedeelte rechtstreeks kunnen worden uitbetaald aan de rechthebbende auteur of diens erven. Op deze manier genereert een bibliotheek zelf de leengeldvergoeding en kan de subsidie door gemeenten aangewend blijven worden voor de aankoop van nieuwe boeken.

Waarom blijft deze oplossing onderbelicht in de reactie van het NBLC? Welnu, over de invoering van een heffing voor elk uitgeleend boek zijn de meningen binnen de bibliotheekwereld verdeeld. Tegenstanders wijzen op een afname van het aantal uitleningen met 25 procent; in het licht van de cultuurspreidingsgedachte een bezwaarlijk effect. Voorstanders menen dat men selectiever boeken gaat lenen. Hierdoor neemt de werkdruk af, waardoor de kwaliteit van de diensten in de bibliotheek verbetert.

Omdat er vooralsnog geen duidelijkheid bestaat over het effect van leengeldheffing, zou er een grootschalig en longitudinaal onderzoek moeten worden uitgevoerd naar het effect van leengeldheffing en de mogelijkheden om die inkomsten aan te wenden voor leengeldvergoeding.

    • Dr. J. van de Leur