Koninklijke familie en belastingbiljet

Het invullen van het belastingbiljet is bij de nadering van april een jaarlijkse verplichting waaraan veel Nederlanders zonder vreugde voldoen. De belastingplichtige leden van de koninklijke familie hebben de afgelopen tijd ook allen hun belastingbiljet ontvangen. Zij vullen dat zelf niet in. Dat doet mr. R.M. Smits voor hen. Hij is de thesaurier van het Huis van Hare Majesteit de Koningin. Hij functioneert als een soort belastingconsulent. Maar daarbij is wel een bijzonderheid. De belastingdienst aanvaardt dat hij ook alle belastingbiljetten namens de belastingplichtigen ondertekent.

Smits staat aan het hoofd van een administratieve dienst van tien personen die in paleis Noordeinde de financiën van het Koninklijk Huis beheert. Hij boekt inkomsten van alle leden van het Koninklijk Huis en hij declareert bij verschillende ministeries gemaakte kosten.

Tot dat Koninklijk Huis behoren volgens de wet de koningin, prins Claus en hun kinderen, prinses Juliana en prins Bernhard en tevens prinses Margriet met mr. Pieter van Vollenhoven en hun kinderen. Prinses Christina, prinses Irene en hun kinderen behoren niet tot het Koninklijk Huis, al behoren zij wel tot de koninklijke familie. Een van de motieven om in 1985 na vele jaren discussie over te gaan tot beperking van het aantal leden van het Koninklijk Huis, was de ministeriële verantwoordelijkheid. Lidmaatschap van het Koninklijk Huis kan wegens die ministeriële verantwoordelijkheid meer een belasting dan een pretje zijn.

Maar dat onderscheid tussen Koninklijk Huis en koninklijke familie wordt niet gehanteerd als het om het invullen van belastingbiljetten gaat en het betalen van de aanslagen. Wettelijk ligt er niets vast. Maar de koninklijke familie heeft met het ministerie van Financiën een bijzondere regeling getroffen. De belastingaangiften en de -aanslagen van prinses Irene, prinses Christina en hun kinderen worden op dezelfde bijzondere manier behandeld als die van de leden van het Koninklijk Huis.

Thesaurier Smits krijgt in paleis Noordeinde alle belastingaanslagen op zijn bureau, vult ze in en laat ze vervolgens te bestemder plaatse bezorgen. Die plaats is echter niet het bureau van een belastinginspecteur. De aangiftes gaan rechtstreeks naar de directeur-generaal der belastingen op het ministerie van Financiën. Die behandelt ze en bergt ze vervolgens zorgvuldig in een kluis op. Hij stuurt ook de belastingaanslagen voor de leden van de koninklijke familie naar thesaurier Smits. Die betaalt alle aanslagen samen in één bedrag.

Smits verkeert in de beste positie om te beoordelen wat wel en niet waar is van veronderstellingen omtrent de omvang van het vermogen van de koninklijke familie. Dat vermogen is voor een deel ondergebracht in stichtingen, wat fiscaal interessant is. Bovendien behoeven de koningin en de andere leden van het Koninklijk Huis ingevolge artikel 40 van de Grondwet geen belasting betalen over uitkeringen die zij ontvangen uit 's rijks schatkist. Ook zijn zij geen persoonlijke belasting verschuldigd over vermogensbestanddelen die 'dienstbaar zijn aan de uitoefening van hun functie'. De leden van het Koninklijk Huis behoeven ook geen belasting te betalen over erfenissen of schenkingen die zij ontvangen van andere leden van hun familie.

In de jaren tachtig vroeg premier Lubbers eens inzicht in het koninklijk vermogen. Hij was niet van plan om de omvang van dat vermogen aan de openbaarheid prijs te geven. Maar hij wilde voordat hij Kamervragen over de koninklijke financiën beantwoordde, wel voor zichzelf voldoende kennis van zaken hebben om geheel zeker van de juistheid van zijn eigen mededelingen te kunnen zijn. De thesaurie van het Huis van Hare Majesteit de Koningin maakte toen een rapport op over de koninklijke financiën. Maar in dat rapport ontbrak het aan cijfers. Toen Lubbers die wilde weten, kreeg hij die ook. Maar dat gebeurde niet schriftelijk. De premier kreeg de cijfers mondeling en kon ze op eigen verantwoordelijkheid in de kantlijn van het rapport krabbelen.

Ingewijden in koninklijke financiën kunnen zich ergeren aan verhalen over het koninklijk vermogen die in de pers verschijnen zonder dat de juistheid daarvan is gecontroleerd. Maar tegelijkertijd blijft het geheim welke getallen Lubbers indertijd noteerde in de kantlijn van het rapport dat de thesaurie voor hem had opgesteld.

Overigens is in de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis ook opgenomen dat 'het genot van de jacht' op de Staatsdomeinen is afgestaan aan de Koning, die jachthouder is in de zin van de Jachtwet. Koningin Beatrix heeft tot nu toe niet te kennen gegeven ervoor te voelen het bezit van dat jachtrecht te willen afstaan, periodiek terugkerende protesten tegen koninklijke jachtpartijen ten spijt.

    • Ben van der Velden