'Koenigs-collectie gaat voorlopig niet naar Nederland'

AMSTERDAM, 29 FEBR. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de Koenigs-collectie snel uit Rusland naar Nederland zal terugkeren. Dat zei de Russische minister van Cultuur Jevgeni Sidorov gisteren op een bijeenkomst in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Sidorov ondertekende samen met de Nederlandse staatssecretaris van Cultuur Aad Nuis een verdrag voor culturele samenwerking en uitwisseling. Dit zogenaamde 'Memorandum of Understanding' is een vervolg op een gelijksoortig memorandum dat twee jaar geleden is afgesloten.

Volgens Sidorov moet over teruggave van de Koenigs-collectie op een 'rechtvaardige manier' worden beslist. “De Koenigs-collectie is nu een juridische kwestie”, zei Sidorov. “En de weg waarlangs een oplossing moet worden gevonden is de weg van het recht.” Hoewel Sidorov zei te streven naar “een bevredigende oplossing” voor het probleem van de Koenigs-collectie, voegde hij daaraan toe dat dit voor hem niet betekent dat de collectie terug moet worden gegeven aan de Nederlandse staat.

De Russische bewindvoerder stelde vier jaar geleden een commissie in die de juridische status van kunstverzamelingen moest onderzoeken die na de Tweede Wereldoorlog door het zegevierende Rode Leger uit bezet Duitsland mee naar de Sovjet-Unie waren meegenomen. De Koenigs-collectie vertegenwoordigt een speciaal geval van 'oorlogsbuit'. Het Rode Leger trof in 1945 in een tegen luchtaanvallen versterkt kasteel in de buurt van Dresden onder andere 526 tekeningen van oude en jonge meesters aan uit de vroegere collectie van Franz Koenigs. De tekeningen, bestemd voor het door Hitler te bouwen Führermuseum in Linz, waren afkomstig uit Nederland. De Rotterdamse havenbaron D.G. van Beuningen, die in april 1940 de wereldberoemde tekeneningenverzameling van de tot Nederlander genaturaliseerde bankier Koenigs had gekocht, had in december 1940 een deel van deze collectie - 526 tekeningen - vrijwillig en met winst aan de nazi's verkocht. Deze tekeningen werden door Stalins troepen in 1945 als 'kunsttrofee' mee naar de Sovjet-Unie gevoerd, waar ze tot 1992 een ondergronds bestaan leidden in een geheim depot van het Poesjkin-Museum in Moskou. Vorig jaar heeft de directrice van het Poesjkin-Museum, Irina Antonova, een tentoonstelling met tekeningen uit de Koenigs-collectie in Moskou georganiseerd.

Sidorov benadrukte gisteren in Amsterdam het belang van deze 'openbaring' van de tekeningen. “De tekeningen zijn uit de gevangenis gehaald”, zei Sidorov. Staatssecretaris Nuis viel hem daarin bij. “Hoe de onderhandelingen over de Koenigs-collectie ook mogen verlopen in de toekomst”, zei Nuis, “we mogen niet vergeten dat het Sidorov was die ervoor zorgde dat de tekeningen zijn tentoongesteld voor publiek.”

Behalve juridische problemen in Rusland rond de status van de Koenigs-collectie - gaat het om een voormalige museale collectie of een particuliere? Is de collectie destijds vrijwillig of onvrijwillig verkocht? En wat is de status van eens gemaakte volkenrechtelijke afspraken over teruggave? - bestaat er bij veel Russen emotionele weerzin tegen teruggave van de tekeningen. “Rusland heeft ontzettend veel geleden tijdens de Tweede Wereldoorlog”, zei Sidorov. “En er zijn mensen die menen dat wij daarom niemand iets verschuldigd zijn.” Bovendien, zo stipte hij aan, “werkt het psychologisch zo, bij alle museumdirecteuren op de wereld, dat als ze eenmaal iets in hun bezit hebben, ze daar alleen met heel veel moeite van willen scheiden. Om met Napoleon te spreken: Daar zijn oorlogen voor nodig.”

    • Lucette ter Borg