'Ik ben toch geen gebruiksvoorwerp'; 'Ik sta in deze zaak tegenover een Donald Duck'

Scheidsrechter Dick Jol werd door de voetbalbond op non-actief gesteld wegens vermeende gokpraktijken. In Amsterdam diende gisteren het hoger beroep tegen de KNVB. Na maanden doorbreekt Jol het stilzwijgen: “Ik heb recht op een fatsoenlijke behandeling.”

DEN HAAG, 29 FEBR. Scheidsrechter Jol is “klaar als de brandweer” om zijn rentree te maken. Hij heeft het senario al in zijn hoofd. “De FIFA-test lopen en dan met de commissie bepalen wanneer ik weer ga fluiten.”

Het is uren na zijn hoger beroep tegen de KNVB. Dick Jol, op non-actief wegens vermeende gokpraktijken, zit thuis in Den Haag op de bank. “Ik geef niet op”, zegt hij strijdlustig. “Ik wil mijn recht. Ik wil weer fluiten. Ik kijk er naar uit. Voetbal is mijn lust en mijn leven. Ik heb altijd over de velden gezworven.”

Jol moet later op de dag nog werken, als catering-medewerker, op een avond met veel voetbal. “Ik kijk niet echt veel naar voetbal op televisie. Steeds denk je toch van: normaal had ik daar gelopen.”

Hij kende sinds het kort geding van november vele moeilijke momenten, voelde zich vooral machteloos. Hij waande zich in een spookstad. “Ik ben belaagd door mensen die ik niet kende. Nooit hoorde ik iets rechtstreeks, alles ging via-via. Je gaat iedereen wantrouwen. Dus kan je je erg eenzaam voelen. Er is er nog maar een kleine groep mensen met wie ik contact heb.”

“Ik heb ook nog twee kinderen, weet je. Die zijn destijds drie dagen niet naar school geweest. De jongen is tien. Hij heeft wel mijn achternaam. Jol. Gerald Jol. Hij leest ook kranten. Wat moet hij van zijn vader denken? Daar heb ik het heel moeilijk mee.”

Jol viel de afgelopen maanden negen kilo af en slapen ging slecht. “Ik ging meestal om twaalf uur naar bed en was dan om drie uur weer wakker. Dan zat ik hier 's nachts voor de tv naar één of andere domme zender te kijken. Zo'n kwestie vreet aan je. Voortdurend spookt de vraag door mijn hoofd waarom die man mij dit heeft aangedaan.”

Hij doelt op Hogewoning, de grossier in groente die beweerde dat Jol op ten minste drie 'eigen' wedstrijden geld inzette. “Ik heb begrepen dat hij een bloedhekel aan mij heeft. Maar ik heb die man nog nooit ontmoet. Ik weet niet hoe hij eruit ziet, want hij durfde niet in beeld te komen. Dus sta ik in deze zaak tegenover een soort Donald Duck, een vent met een hoed op en een verdraaide stem. Hij schijnt boos te zijn omdat ik in 1993 een gele kaart aan zijn favoriete Feyenoord-speler heb gegeven. Dan ben je toch ziek? Dan heb je volgens mij hulp nodig.”

“Ja, ik kom bij de gebroeders Verhoek in de groentezaak. Nog steeds. Zo'n drie keer per week. Maar als ze daar cocaïne onder hun sinaasappels hebben liggen, ben ik dan automatisch een dealer? Zo werkt dat toch niet. Ik zeg nogmaals, ik heb daar niet op wedstrijden gegokt. Er zijn toen op televisie gekscherend wat opmerkingen gemaakt. Ze spelen toch allemaal een ruggie of 500. Zo gaat dat in Den Haag. Iedere bekende Nederlander krijgt daar in de winkel een beurt. Jos Brink, Vanessa en ook Dick Jol.”

Jol kan het maar niet begrijpen dat de KNVB hem heeft afgevoerd op grond van een verklaring van “zo maar een anonieme getuige”. “Daar ben ik hartstikke kwaad om”, zegt Jol vol vuur in de ogen. “Ik ben niet één of andere gebruiksvoorwerp. Ik heb recht op een fatsoenlijke behandeling. De KNVB had me in bescherming moeten nemen. Ik ben toch een gerespecteerd scheidsrechter. Waarom hebben ze me niet gewoon een paar weken op een zijspoor gezet? Dan hadden ze me altijd nog definitief kunnen afvoeren als was gebleken dat ik schuldig ben.”

Hij heeft weken op een telefoontje uit Zeist zitten wachten. “Er is altijd een opening te vinden om te praten. Daar hoopte ik op. Nog steeds. Ik hoop er elke dag op.”

Er werden privézaken van de arbiter bijgehaald. Zijn ex-vrouw mocht haar zegje doen. Jol zou zelfs “gokverslaafd” zijn. “Natuurlijk ben ik weleens in het casino geweest. Ik heb allerlei spelletjes gedaan, ganzenborden, pim-pam-pet, kwartetten. Mag dat? Moet ik me misschien ook verantwoorden voor mijn afkomst? Dat ik uit Den Haag kom, een Scheveninger ben. Ja, ik was een voetballer van Jan-pak-de-leuning-beet. Ja, ik deed op het veld alles wat God verboden had. Maar dat heeft met deze zaak toch niets te maken?”

Hij voelt zich gesterkt door de vele positieve reacties uit de voetbalwereld. Clubbestuurders, zoals Ajax-voorzitter Van Praag, vragen zich waarom Jol niet kan terugkeren als scheidsrechter. Jan Reker legde namens de vereninging van trainers een soortgelijke verklaring af. Er werd door leden van de club, VUC, waar de arbiter de D-jeugd traint, een comité 'Jol terug op de velden' in het leven geroepen. “Ik heb van VUC veel steun. Met die gastjes van de D1 heb ik heel veel plezier. Het is mijn uitlaatklep. De ouders steunen me. Ze zijn destijds bij me gekomen. We staan achter je. Het was ook het laatste wat er over werd gezegd. Dat is prettig.”

Heeft hij veel bijval van collega-scheidsrechters gekregen? “Een aantal heeft wel gebeld en een aantal niet”, zegt Jol diplomatisch. Hij noemt geen namen. “Ik vind het prachtig als iemand mij belt, of een kaartje stuurt. Als ze niet bellen, is het ook goed. Een scheidsrechter vindt zichzelf nu eenmaal altijd de beste. En de een z'n dood, is de ander z'n brood.”

En hoe zit met John Blankenstein, die volgens de getuigenverklaringen namens de KNVB nauw bij de kwestie betrokken was? “Ik had een goede band met hem, ja. Ik heb begrepen dat hij een rol heeft gespeeld. Dat heeft me teleurgesteld, laat ik het genuanceerd zeggen. Ik heb Blankenstein één keer gesproken. Dat was twee dagen nadat ik de eerste keer in Zeist was geweest. Wat we hebben besproken? Daar laat ik me verder niet over uit.”

Jol werd vorig jaar op 6 oktober voor het eerst met de beschuldigingen geconfronteerd. Hij was naar Zeist gelokt om zogenaamd over de professionalisering van de arbitrage te praten. Aan tafel met de KNVB-vertegenwoordigers werd hem ineens naar de wedstrijden, waarop hij zou hebben gegokt, gevraagd. “Ik wist niet wat ik hoorde. Ik werd lijkbleek”, zegt Jol.

Dick Jol, 39 jaar, haalde als voetballer het Nederlandse amateurelftal en was prof in Nederland en België. Als scheidsrechter was hij nog succesvoller. Hij doorliep in hoog tempo de amateurafdeling en in februari 1990 debuteerde Jol in het betaalde voetbal. Hij floot 124 wedstrijden in de Nederlandse competitie, met Roda JC-PSV op 4 oktober van vorig jaar als laatste duel. Hij stond ook drie jaar op de internationale lijst en kreeg vorig jaar een aantal aansprekende wedstrijden toegewezen zoals Ierland-Engeland, Zweden-Brazilië en Anderlecht-Club Brugge om de Belgische Super Cup. “Ik had het gevoel dat ik lekker op de ladder stond”, aldus Jol. Hij wil nu nog niet over een terugkeer in het internationale voetbal praten. “Laat ik eerst maar weer eens worden aangesteld in Nederland.”

Jol zegt niet op te zien tegen een eventuele rentree. “Ik ben dezelfde scheidsrechter als voor deze zaak. Iedereen weet wie ik ben en wat ze aan me hebben. Ik ga gewoon weer fluiten. En commotie over een strafschop zal er altijd zijn. Die is er al honderd jaar. Dat heeft niets met mij te maken. Ik hoor de dingen die ze vanaf de tribune roepen toch niet. Mijn grensrechter vroeg weleens of ik iets hoorde. Nee, zei ik dan, ik ben met die wedstrijd bezig.”

De Haagse arbiter moet nog een maand op de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank wachten. “Ik vind het prima. De rechters nemen de tijd om de kwestie goed te bekijken. Dat kan alleen maar in mijn voordeel zijn. En deze periode kom ik ook nog wel door.”