Homeopathie (12)

Piet Borst heeft de wereld graag op orde: aan de ene kant de rationele werkelijkheid van de reguliere geneeskunde, aan de andere de irrationele praktijk van een stel kwakzalvers. Waar de hedendaagse geneeskunde 'met beide benen op stevige natuurwetenschappelijke grond' staat, leven de voorstanders van alternatieve geneeswijzen in een pre-moderne illusie.

Helaas voor Borst ziet de wereld er niet zo eenvoudig uit. In de eerste plaats worden homeopatische middelen, evenals andere produkten van alternatieve geneeswijzen, over het algemeen aan strengere methodologische testen onderworpen dan reguliere middelen. Hierover zijn interessante studies verschenen, onder meer over de Benveniste-affaire (Douwe Draaisma, 'Voorbij het getal van Avogadro', Kennis & Methode, vol. 13 (1989): 84-107).

Nu is het op zich niet vreemd dat de 'buitenstaander' aan een extra kritische blik wordt onderworpen. Maar wanneer dezelfde methodologische criteria aan delen van de geaccepteerde chemotherapie zouden worden opgelegd, is het nog maar de vraag of die het wel redden. Bovendien blijkt het in de praktijk niet zo eenvoudig om te zien of een test met een alternatieve therapie werkelijk heeft gefaald, zoals bijvoorbeeld de controverse rond vitamine C heeft laten zien (Evelyne Richards, 'The politics of evaluation', Social Studies of Science, vol. 18, 1988).

Ook is het beeld dat Borst schetst van een volledig gerationaliseerde medische praktijk een fictie. Onderzoek naar de beslissingsprocessen aan het bed laat zien dat deze veel chaotischer verlopen dan de protocollen van de specialistenvereniging doen vermoeden. Het blijkt dan ook moeilijk protocollen, laat staan expert-systemen, in de praktijk in te voeren omdat deze dwars tegen de bestaande praktijk ingaat (zie het proefschrift van Marc Berg, Rationalizing Medical Work, RU Limburg, 1995).

Ten slotte gaat Borst voorbij aan het gegeven dat de moderne geneeskunde niet alleen beter maakt, maar ook ziek. Dan heb ik het niet alleen over de fouten die artsen maken. Van veel therapieën wordt juist verondersteld dat ze negatieve effecten hebben, die dan maar voor lief worden genomen. De retorische constructie die hiervoor bedacht is heet 'bijwerking'.