Groenen en CSU tegen SPD in kwestie rond Volksduitsers

BONN, 29 FEBR. Het gebeurt maar zelden in de Duitse politiek dat de Groenen en de Beierse CSU het ergens gloeiend over eens zijn. Maar sinds een paar dagen is er rondom de toelating van Aussiedler (Volksduitsers) uit Oost-Europa, circa 1,5 miljoen sinds 1990, toch zo'n bijzondere eensgezindheid ontstaan.

Reden daarvoor zijn pleidooien van het afgelopen weekeinde van SPD-voorzitter Oskar Lafontaine om het in 1992 op een jaarlijks maximum van 220.000 mensen gestelde contingent Aussiedler snel en stevig te beperken. Lafontaine, daarin bijgevallen door Rudolf Scharping, SPD-fractieleider in de Bondsdag, meent dat de gemeenten de toestroom van Volksduitsers in de huidige omvang niet meer goed kunnen verwerken. Bovendien is de economische situatie te slecht, en het werkloosheidspeil van 4,2 miljoen mensen in Duitsland te hoog, om voldoende geld uit te kunnen trekken (ten laste van de sociale fondsen) voor de opvang en de begeleiding van de zogenoemde “Rusland-Duitsers”, vindt hij.

Met de CDU en de FDP klagen de Groenen en de CSU dat Lafontaine en Scharping met hun binnen de SPD niet onomstreden pleidooien voor beperking van de stroom Aussiedler in een verkeerde tijd een per definitie emotioneel debat over dit vraagstuk hebben losgemaakt. Zij brengen Lafontaines opmerkingen in verband met de aanstaande landdagverkiezingen in Rijnland-Palts, Baden-Württemberg en Sleeswijk-Holstein (op 24 maart). Feit is dat in Baden-Württemberg de afgelopen jaren veel Rusland-Duitsers (bij elkaar in de buurt) zijn komen wonen en dat de bevolking van die deelstaat daarop niet enthousiast reageert. Dieter Spöri, de SPD-lijsttrekker in Baden-Württemberg, heeft Lafontaines pleidooi intussen overgenomen als campagnethema.

Bittere verwijten gaan door de Duitse media. Michael Glos, eerste man van de CSU in de Bondsdag, en Jürgen Trittin, bestuurslid van de Groenen, vinden dat de SPD zich aan 'populisme' bezondigt door deze kwestie tot verkiezingsthema te maken. Glos beschuldigt Lafontaine ervan dat hij een 'haatcampagne' tegen een minderheid op gang helpt komen waarmee een rechtsradicale partij als de “Republikaner” haar voordeel kan doen. De Duitse regeringspartijen vinden het bovendien verdacht dat de SPD in 1992, bij gelegenheid van het compromis over wijziging van de asielwetgeving, wèl akkoord ging met een jaarlijks contingent van 220.000 Rusland-Duitsers, en vorige maand in de Bondsdag ook met nadere wetgeving voor hun opvang en begeleiding (minder geld daarvoor), en nu toelatingsbeperkingen vraagt.

Volgens de verantwoordelijke staatssecretaris, Horst Waffenschmidt (CDU), vinden de Rusland-Duitsers in het algemeen snel werk, mede omdat zij vaak banen aannemen die anderen weigeren. Met hun opvang en begeleiding is per jaar 1,5 miljard mark gemoeid. Tien procent van hen is ouder dan 60, 30 procent jonger dan 20 jaar, waardoor hun 'beslag' op de sociale fondsen gering is en zij bijdragen aan verjonging van de vergrijzende Duitse samenleving. De druk op de ketel is groot, van de door president Boris Jeltsin beloofde “herstelde Volgarepubliek” voor Volksduitsers lijkt geen sprake meer in Rusland, zodat honderdduizenden van hen “op gepakte koffers” klaar zitten voor vestiging in Duitsland.

    • J.M. Bik