Groeit neemt af

'Zachte landing Nederlandse economie' meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek gisteren bij de publicatie van cijfers over de economische groei. Sinds begin vorig jaar daalt de groei van het binnenlands produkt ieder kwartaal. Van 3,4 via 2,4 en 2,2 kwam de groei in het laatste kwartaal uit op 1,6 procent. De economische groei kwam vorig jaar uit op 2,4 procent; tegen 2,7 procent in 1994.

In de eerste berekeningen voor het Centraal Economisch Plan dat in het voorjaar wordt gepubliceerd, ging het Centraal Planbureau nog uit van een groei van 2,6 procent in 1995. Dit percentage wordt dus naar beneden bijgesteld en dat heeft ook gevolgen voor de voorspellingen voor dit en volgend jaar. Voor 1995 voorziet het planbureau nu een toename van het binnenlandse produkt van 2,0 procent gevolgd door een stijging tot 2,6 procent in 1997.

De conjuncturele vertraging is onder meer een gevolg van een lagere groei van de overheidsinvesteringen en dalende vraag op belangrijke buitenlandse afzetmarkten - België, Frankrijk en Duitsland.

De binnenlandse afzet bleef vorig jaar redelijk op peil als gevolg van een toename van de bedrijfsinvesteringen met 5,2 procent en een stabiele groei van de uitgaven van gezinnen. De consumptieve bestedingen namen met 1,9 procent toe.

De consumptieve bestedingen maken het leeuwendeel uit van het binnenlands produkt en Haagse beleidsmakers houden dan ook de CBS-index van het consumentenvertrouwen scherp in de gaten. Deze index geeft een indicatie over het toekomstige verloop van de conjunctuur. Deze maand is het vertrouwen van de consument verslechterd, de index komt uit op min twee.

De stabiele groei van de consumptie wordt onder meer verklaard door de forse groei van het aantal banen. Het besteedbaar inkomen op landelijke niveau neemt daardoor toe. Vorig jaar lag de groei van het aantal banen ruim boven de 100.000. Daarmee is er volgens het CBS sprake van een 'verrassend krachtig herstel van de arbeidsmarkt'. Niet alleen groeide het aantal banen vorig jaar, maar ook daalde de werkloosheid. De banengroei overtrof dus de groei van de beroepsbevolking. De werkloosheid daalde vorig jaar van 8,5 naar 8,1 procent en kwam met 538.000 werklozen 9.000 lager uit dan in 1994.

Voor bijna een derde bestond de banengroei uit de toename van flexibele arbeidscontracten. Het totaal aantal flexibele werknemers steeg vorig jaar tot bijna 10 procent; in 1993 was dit aantal 7,5 procent. Een andere trend is de toeneming van het aantal vrouwen met een betaalde baan. De participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt steeg vorig jaar naar bijna 49 procent. In 1971 behoorde maar 30 procent van de vrouwen tot de werkzame beroepsbevolking. Bij de mannen lag dit percentage in 1995 op 76, tegen 85 procent in 1971.

Allochtonen en laag-opgeleiden hebben vorig jaar nauwelijks geprofiteerd van de groeiende werkgelegenheid. Van de allochtone beroepsbevolking was in 1995 20 procent werkloos, drie keer zo hoog als onder autochtonen. Onder de laag-opgeleiden, die alleen de basisschool hebben voltooid, lag het werkloosheidspercentage op 16.

In de eerste berekening voor het Centraal Economisch Plan gaat het CPB uit van een banengroei van 84.000 dit jaar en ongeveer 100.000 volgend jaar. In 1997 zou bijna negentig procent van de doelstelling van het regeerakkoord (350.000 nieuwe banen in de periode 1994-1998) zijn gerealiseerd. De aangescherpte doelstelling van premier Kok komt binnen handbereik. In september zei Kok dat het mogelijk moet zijn deze kabinetsperiode 400.000 tot 450.000 nieuwe banen te scheppen. Een 'doorstart' van de economische groei is daarbij onontbeerlijk. De schrikkeldag van vandaag levert volgens het CBS een bijdrage van 'enkele tienden van procenten' extra groei.

    • Cees Banning