Geen kopje kleiner

De Nederlandse bevolking heeft de langste gemiddelde lengte ter wereld en iedere generatie komt er 3 centimeter bij. Mannen zijn nu gemiddeld 1,84 meter, vrouwen 1,70. Er is geen enkele aanwijzing dat aan deze toenemende lengte binnenkort een einde komt.

Aan de groeicurve van een kind valt redelijk te voorspellen hoe lang het later zal worden. Lang vinden de meeste mensen niet erg, maar lang kan ook te lang worden. Bezorgde ouders zien hun kinderen opgroeien tot slierten die in hun ogen nooit gelukkig kunnen worden. Valt daar nu niets aan te doen, vragen zij de huisarts.

Daar valt inderdaad wat aan te doen. Sinds de jaren zestig bestaan er in veel academische ziekenhuizen behandelingen die erop zijn gericht overmatige lengtegroei te onderdrukken. Die behandelingen lopen vaak samen op met programma's ter stimulering van de lengtegroei, want te kort is al helemaal niet leuk. Gisteren promoveerde aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam de kinderarts Wouter de Waal op het proefschrift 'Influencing the extremes of growth; too tall - too small'. Tegelijk met hem promoveerde de psychologe Ilse van der Reijden-Lakeman op het welbevinden van kleine kinderen die met groeihormoon behandeld zijn.

Wouter de Waal: 'Er bestaat medisch gezien geen directe reden om zeer lange of zeer korte kinderen te behandelen. Je hebt in iedere populatie nu eenmaal de langste drie procent en de kortste drie. Voor hun gezondheid maakt extra lang of extra kort niet veel uit, maar het kan sociaal gezien een handicap zijn.'

Vooral korte mensen vinden het erg dat ze zo klein zijn. Lang is in onze maatschappij om een of andere reden verbonden met macht en aanzien. Kleintjes worden niet voor vol aangezien, wat tot allerlei psychische problemen leidt. Sinds circa 1985 is dankzij recombinant-DNA-techniek groeihormoon in ruime mate beschikbaar; daarvoor werd groeihormoon mondjesmaat gewonnen uit organen van overledenen. De toepassingen van groeihormoon worden nu nader onderzocht.

Groeiachterstand

Uit De Waals onderzoek en dat van Van der Reijden blijkt dat een bepaalde groepen kleine kinderen met succes geholpen kunnen worden. Een zo'n groep wordt gevormd door kinderen met een zogeheten intra-uteriene groeiachterstand, een groeiachterstand die al in de baarmoeder wordt opgelopen. Door behandeling met groeihormoon nam niet alleen de lengte toe, maar verbeterde ook het zelfbeeld en steeg zelfs de intelligentie.

Zijn dergelijke resultaten ook te behalen met groeiremming bij lange kinderen? De Waal: 'Te lang is fysiologisch gezien iets fundamenteel anders dan te kort. Groeiremming doe je met geslachtshormonen of met synthetische analoga daarvan. Bij jongens is dat testosteron en bij meisjes zijn dat oestrogenen. In eerste instantie stimuleren deze geslachtshormonen de lengtegroei, maar omdat ze tegelijkertijd ertoe leiden dat de groeischijven van de pijpbeenderen zich sluiten, wordt de groei toch gestopt.'

In het Sophia Kinderziekenhuis, waar De Waal zijn onderzoek deed, wordt al jaren aan groeiremming gedaan. Jongens die daarvoor in aanmerking komen, krijgen wekelijks een injectie, terwijl lange meisjes 'de pil' meekrijgen, al is deze pil een speciale, zware variant.

De Waal: 'Ik heb jongens en meisjes die hier vroeger zijn geweest voor groeiremming, gevraagd om nog eens langs te komen. Niet iedereen is toen behandeld. Soms zagen ze tegen de behandeling op, bij anderen bleek behandeling geen zin te hebben en weer anderen vonden het bij nader inzien toch niet zo erg om lang te worden. Ik heb de behandelde met de onbehandelde groep vergeleken. Het resultaat van de groeiremming bleek toch een beetje teleurstellend te zijn.'

De Waal vond dat de jongens die zich de afgelopen jaren in het Sophia Kinderziekenhuis hadden laten behandelen gemiddeld slechts 1 centimeter korter waren gebleven dan wanneer ze zich niet hadden laten behandelen. Bij meisjes was dat gemiddeld twee centimeter.

De Waal: 'Dat is inderdaad geen geweldig resultaat. Maar mijn onderzoek diende om dat vast te stellen. Je kunt echter veel betere resultaten halen door vroeger te beginnen. Dan kun je zo'n 6 tot 10 centimeter van de eindlengte afhalen. Het juiste tijdstip van de behandeling is erg belangrijk.'

Hoe oud moet een kind zijn om met succes behandeld te worden? De Waal: 'Dat valt moeilijk te zeggen. Veel hangt af van de botleeftijd, dat wil zeggen de groeifase waarin het bot verkeert. Een kind van 12 jaar kan botten hebben met een botleeftijd van 14 en omgekeerd. Met een eenvoudige röntgenfoto van de hand valt dat gemakkelijk vast te stellen. Of wij iemand behandelen hangt nog van een heleboel andere dingen af, maar een geschikte botleeftijd is wel het belangrijkst. Wanneer je te laat behandelt, kan een kind zelfs langer worden van extra geslachtshormonen.'

Uit De Waals onderzoek blijkt dat groeiremming vrijwel geen nadelige gevolgen heeft. De behandeling met extra geslachtshormonen zouden in principe allerlei processen kunnen beïnvloeden. Maar na tien jaar blijken er nauwelijks bijwerkingen. De Waal: 'Het enige dat ik heb gevonden is een wat verhoogd gehalte aan follikel-stimulerend hormoon (FSH). Wat daarvan de betekenis is, valt nog niet te zeggen. Het kan toeval zijn. De zaadkwaliteit was verder normaal.'

Nu overmatige lengtegroei effectiever voorkomen kan worden, zullen de behandelingen zeker worden uitgebreid? De Waal: 'Nee, dat denk ik niet. Om een of andere reden vinden kinderen het niet zo erg meer dat ze lang worden. Ze worden tegenwoordig langer dan ooit, maar lange mensen worden veel meer geaccepteerd. Ook meisjes vinden het minder erg dat ze lang worden. In vergelijking met vroeger zijn er nu veel minder aanvragen. We doen het dus nog wel, maar de algemene ongerustheid is kennelijk voorbij.'