Europese Unie stelt zich bescheiden op

Een beetje afwachtend en nieuwsgierig, maar tegelijkertijd met de beste intenties, zo zijn deze week de regeringsleiders en de ministers van Buitenlandse Zaken uit de vijftien lidstaten van de Europese Unie (EU)op het vliegtuig naar Bangkok gestapt. Nadat de EU de afgelopen jaren haar banden met Midden- en Oost-Europa en de regio rond de Middellandse Zee heeft aangehaald, de relatie met de Verenigde Staten heeft vernieuwd en handels- en samenwerkingsovereenkomsten met tal van andere 'partner'-landen heeft gesloten, is het nu tijd voor alweer een nieuwe 'historische ontmoeting': die tussen Azië en Europa.

Brusselse waarnemers schatten de bijeenkomst in Bangkok veel hoger in dan de zoveelste protocollaire plichtpleging, aangenaam van eten en drinken maar verder van weinig betekenis. Conform de wensen van de Aziatische gastheren wordt de komende dagen in informele sfeer gesproken, zonder uitgebreide agenda en vuistdikke dossiers op tafel. Concrete resultaten zijn dan ook niet te verwachten, zo wordt beklemtoond. Maar de inzet, het op gang brengen van een dialoog met de economisch snelstgroeiende regio in de wereld, is voor de EU belangrijk.

In de driehoek VS-Azië-Europa vormt de relatie tussen Europa en Azië tot op heden verreweg de zwakste schakel. De VS en Azië hebben al institutionele banden gesmeed via de APEC (Asia Pacific Economic Cooperation). Toen president Clinton vier jaar geleden aantrad, ontstond in Europa plotseling het doembeeld van een hechte Amerikaans-Aziatische coalitie, waarbij het oude, verstarde continent hopeloos geïsoleerd zou komen te staan. Alleen al die dreiging heeft Europa wakker geschud. In Bangkok is het de eerste keer in de geschiedenis dat Aziatische regeringsleiders zich om de tafel scharen met hun Europese collega's.

Economisch gezien is Azië de VS voorbijgestreefd als belangrijkste handelspartner van de EU. Bijna een kwart van de Europese export gaat tegenwoordig naar het Verre Oosten. In totaal vertegenwoordigde de Europees-Aziatische handelsstroom in 1994 een bedrag van 250 miljard ecu (tegenover 188 miljard ecu voor het in- en uitvoerverkeer met de VS). Daar staat tegenover dat de Europese investeringen in Azië nog ver achterblijven bij de Amerikaanse. Tussen 1990 en 1994 investeerden bedrijven uit Europa niet meer dan 7,5 miljard ecu in Azië (waarvan ruim 40 procent in Maleisië, Thailand en de Filippijnen). “Azië ontwikkelt zich snel als een magneet voor het aantrekken van buitenlandse investeringen, maar de cijfers laten zien dat het Europese bedrijfsleven niet zo effectief van de kansen gebruikmaakt als de belangrijkste concurrenten”, zo verklaarde Europees commissaris Leon Brittan onlangs.

Om de aansluiting met de dynamische ontwikkeling in het Verre Oosten niet te missen, zijn de Europese regeringsleiders bereid zich de komende dagen bescheiden op te stellen. Portugal heeft aangekondigd dat het in Bangkok de kwestie Oost-Timor aan de orde wil stellen, maar de meeste Europese regeringen voelen er, net als de Europese Commissie, niets voor om hun Aziatische gastheren in al te grote verlegenheid te brengen door te hameren op gevoelige problemen als de rechten van de mens en arbeidsomstandigheden. Bij de voorbereiding op de top in Bangkok hebben de Aziatische gesprekspartners al laten weten “dat bespreking van deze gevoelige punten de overige punten niet in de schaduw zal stellen en zo de stemming van de bijeenkomst zal bederven”.

Als het aan voorzitter Jacques Santer van de Europese Commissie ligt, zal het zover ook niet komen. “We gaan er niet naar toe om de confrontatie te zoeken, maar om bruggen te bouwen”, zo kondigde hij deze week aan op een persconferentie. Volgens hem is de EU uit op het scheppen van een klimaat van partnerschap, waarin men “uiteindelijk alles tegen elkaar kan zeggen”. Daarvoor is nu nodig “dat we het gemeenschappelijke onderstrepen en niet hetgeen ons verdeelt”, aldus Santer.

Het accent komt te liggen op het “elkaar persoonlijk leren kennen”, “begrip en respect te krijgen voor elkaars cultuur” en op “het wegnemen van clichés en vooroordelen”. Europees commissaris Manual Marin (die Commissie-voorzitter Santer en Sir Leon in Bangkok vergezelt): “Een van de grootste problemen tussen Europa en Azië betreft de beeldvorming. Europeanen hanteren voor de Aziatische landen het cliché van landen met een ongebreidelde wedijver, die een bedreiging vormen voor onze werkgelegenheid. Omgekeerd beschouwt men ons in Azië vaak als arrogant en belerend. Azië ziet Europa als een protectionistisch fort en zelf als een vakantie-oord.”

Het overschrijden van die cultuurkloof vormt het hoofdthema in Bangkok. Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat ook gepoogd zal worden enkele meer zakelijke problemen aan te pakken. Sir Leon Brittan zal er in Bangkok ongetwijfeld op wijzen dat voor het aantrekken van investeringen duidelijke beschermingsregels nodig zijn. Ook zal worden gesproken over het afbreken van handelsbelemmeringen en liberalisering van markten (telecommunicatie met name). En, in het verlengde hiervan, zullen de Aziaten en Europeanen aftasten in hoeverre ze gezamenlijk kunnen optrekken in het kader van de wereldhandelsorganisatie WTO.

Eind dit jaar heeft de WTO-conferentie plaats in Singapore. Voor zowel de EU als de Aziatische landen is het aantrekkelijk om in de multilaterale onderhandelingen een alternatief bij de hand te hebben voor de sterke Amerikaanse invloed. In die zin is het best mogelijk dat in Bangkok - achter de schermen - ook concrete resultaten zullen worden geboekt.