Europese fusie BP en Mobil produktie, verkoop brandstof

ROTTERDAM, 29 FEBR. British Petroleum (BP) en Mobil gaan de Europese activiteiten in de raffinage en verkoop van olieprodukten samenvoegen. Daarmee onstaat een joint venture met een jaaromzet van 20 miljard dollar (ruim 32 miljard gulden) die in Europa tot de grootste marktpartijen behoort op het gebied van motorolie, raffinage en benzinestations.

Dit hebben beide olieconcerns vanmorgen bekend gemaakt. In een gezamenlijke verklaring op een persconferentie in Londen noemden topmannen J. Browne (BP) en L. Noto (Mobil) de samenwerking “een zeer belangrijke strategische stap die voor de gecombineerde activiteiten een sterke positie in Europa zal opleveren”. De fusie moet nog door de Europese Commissie en de ondernemingsraden van beide concerns worden goedgekeurd.

Het Britse BP (56.000 werknemers, omzet in 1995: 79 miljard dollar) en het Amerikaanse Mobil (50.000 werknemers, omzet: 73 miljard dollar) willen jaarlijks een kostenbesparing realiseren van 400 tot 500 miljoen dollar (810 miljoen gulden), wanneer de samenwerking over drie jaar volledig is uitgekristaliseerd.

Volgens Browne en Noto zijn de Europese downstreamactiviteiten van BP en Mobil “uitzonderlijk complementair. Door schaalvergroting zal daarom een stijging van produktiviteit kunnen worden gerealiseerd”. De eenmalige kosten (voor onder meer herstructurering en wijziging van merknamen) bedragen de komende twee jaar naar schatting 400 miljoen dollar.

De winstmarges in in raffinage en verkoop, de zogenoemde downstream-activiteiten, zijn de laatste jaren onder druk komen te staan. BP maakte twee weken geleden bij de presentatie van de jaarcijfers bekend dat de raffinage-activiteiten in Europa in het vierde kartaal van 1995 verliesgevend zijn geweest. De Europese downstream-activiteiten van zowel Mobil als BP waren in het vierde kwartaal van het afgelopen jaar en heel 1995 wel winstgevend.

BP en Mobil brengen respectievelijk voor 3,4 miljard dollar en 1,6 miljard dollar aan activa in de samenwerking onder. De zeggenschap van de twee maatschappijen wordt bepaald op basis van de krachtsverhoudingen in afzonderlijke sectoren. BP krijgt de leiding en een aandeel van 70 procent in brandstoffen. Mobil wordt de leidende partner in smeermiddelen en krijgt in dit deel van de samenwerking een aandeel van 51 procent.

In Nederland zullen alle, ruim 300 brandstofstations van Mobil onder de vlag van BP gaan opereren. Mobil alleen nog zichtbaar blijven met labels op motorolie en smeermiddelen.

De twee oliemaatschappijen hebben gezamenlijk een marktaandeel van 18 tot 20 procent in brandstofstations in Nederland en streven daarmee bijvoorbeeld Texaco voorbij. Shell heeft volgens een eigen berekening van november 1994 een marktaandeel van 30 procent. BP (300 stations) en Mobil (400 stations) bezitten volgens dezelfde berekening samen slechts 31 (voornamelijk kleine) stations langs de rijkswegen.

Mobil en BP schatten dat door de fusie in heel Europa 2.000 tot 3.000 van de in totaal 17.500 werknemers (exclusief de arbeidsplaatsen bij de brandstofstations) hun baan zullen verliezen. Woordvoerders van BP en Mobil vinden het nog te vroeg om de gevolgen voor de werkgelegenheid in Nederland aan te geven.

De Nerefco-raffinaderij in Pernis, een joint venture van BP en Texaco, wordt opgenomen in de samenwerking. Mobil bezit in Nederland geen raffinaderij.