Euro-parlementariërs bepleiten effectievere inzet financiën; EU moet reserves landbouw inzetten voor andere plichten

PARIJS, 29 FEBR. De Europese Unie moet een deel van het geld dat over is op de landbouwbegroting gebruiken voor grote projecten waartoe al is besloten. De rest van het 14 miljard gulden grote overschot over '95 zou dan kunnen terugvloeien naar de lidstaten ter bestrijding van de nationale begrotingstekorten.

Op die manier kan de Unie voldoen aan haar verplichtingen uit het Verdrag van Dayton (wederopbouw ex-Joegoslavië) en andere internationale taken betalen, zoals de hulp aan het veilig maken van de kerncentrales van Noord-Korea - een geste die vandaag op de Euro-Aziatische top in Bangkok bekend gemaakt zou worden zonder dat het Europees Parlement er zijn vereiste goedkeuring aan heeft kunnen geven.

Het is de aanpak die wordt bepleit bepleit door Detlev Samland, voorzitter van de begrotingscommissie van het Europees Parlement en Laurens-Jan Brinkhorst, rapporteur voor de Europese begroting '97. Beide Europarlementariërs kwamen deze week naar Parijs om hun ideeën over een oplossing van de huidige financieringscrisis in de Unie te toetsen bij Franse bewindslieden en parlementariërs.

Zij reizen door Europa om de “muurvast zittende” en “verouderde” denkpatronen over gemeenschappelijke uitgaven en de rol van het Europees Parlement in een nieuw daglicht te plaatsen. Zij vragen om rationeel en effectief Europees handelen, niet om meer geld. Het klinkt als het ei van Columbus, maar de politieke bezwaren zijn groot, zeker in Frankrijk en Nederland.

Bijna de helft van de Europese begroting wordt aan de landbouw besteed. Over deze zogenoemde verplichte uitgaven, waar het Europees Parlement geen stem in heeft, beslist de Raad van ministers. De overige uitgaven betreffen, behalve de 'structuurfondsen', vooral het intern en het extern beleid. Juist in die laatste categorie heeft de Europese Raad meer dan eens grote gebaren gemaakt waarvoor de dekking ontbreekt. De opruiming van Tsjernobyl, de steun aan Middellandse-Zeelanden, voedselhulp aan Afrika en de modernisering van de Oosteuropese landbouw zijn daar voorbeelden van.

Waar de begrotingscommissie voor pleit is het verlagen van de schotten tussen de landbouw- en de overige uitgaven. Dat lijkt een praktische oplossing, zeker nu in 1995 naar verwachting 14 miljard gulden is overgebleven. Over twee weken moet de Europese Commissie voorstellen doen hoe al deze ambities betaald moeten worden. Zonder het openbreken van de schotten tussen de uitgaven-categorieën lukt dat niet. 'Nieuw' geld kunnen de lidstaten, toch al in het nauw door de criteria van het Verdrag van Maastricht, moeilijk vinden.

Als er niets gebeurt dreigt binnenkort een stevige aanvaring tussen Nederland en 'Europa'. Commissie-voorzitter Samland hekelde de Nederlandse opstelling. Hij noemde het “belachelijk” dat Nederland nog steeds de vier jaar geleden gemaakte afspraken over de financiële bijdrage aan de EU, het 'eigen-middelenbesluit' als enige lidstaat niet heeft geratificeerd. Het besluit had 1 januari in werking moeten treden maar de Eerste Kamer behandelt het pas in april. VVD en CDA staan zeer negatief tegenover Nederlands grote bijdrage, die werd afgesproken op de top in Edinburgh van 1992. Minister Zalm (VVD, Financiën) wil dat de landbouw-meevaller direct aan de lidstaten wordt terugbetaald en niet ten goede komt aan andere Europese projecten.

De Duitse socialist bekritiseerde ook de Nederlandse Tweede Kamer, die zich verzet tegen verschuivingen binnen de verschillende Europese uitgaven-categorieën. “Dat is niet in het belang van de nationale parlementen, van de ministers van Financiën èn niet in het belang van Nederland zelf”, aldus de voorzitter van de begrotingscommissie. “De beslissingen om Tsjernobyl schoon te maken, Carl Bildt te belasten met de herbouw van ex-Joegoslavië en de infrastructuur in Europa versneld aan te pakken, dat zijn niet onze besluiten, daar koos de Raad voor, zonder er geld voor te reserveren.”

Brinkhorst zei dat alle bezwaren die nu worden aangevoerd tegen een praktische aanpak van deze problemen laten zien “hoe groot het gat is dat gaapt tussen het Europa van de woorden en de Europese realiteit. In veel landen is een zorgwekkende re-nationalisering van Europese onderwerpen zichtbaar.” De Nederlandse Europarlementariër verweet met name Franse politici: “Men schildert het Europees Parlement af als een onverantwoordelijk kind dat steeds maar meer wil. Daar gaat het helemaal niet om. Wij willen de gemeenschappelijke landbouw-politiek niet aantasten, hoogstens haar status als heilige koe ter discussie stellen. Een meerderheid van het parlement vindt dat wenselijk. Om een wereld, die wordt geteisterd door werkloosheid, te redden is het niet genoeg de werkgelegenheid in de landbouw te redden. Het is een politieke logica om de schotten tussen de landbouwbegroting en de overige Europese ambities te verlagen. Dat is geen poging de bevoegdheden van het Europees Parlement te vergroten.”

Brinkhorst: “Franse politici menen vaak dat het eind van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek in zicht is zodra het Parlement er iets mee te maken krijgt omdat het Europees Parlement onverantwoord denkt over het belang van de landbouw. Het wordt in dit opzicht tijd dat de Fransen echte argumenten gaan gebruiken. Welk parlement heeft tegen het eind van de twintigste eeuw niet het recht mee te beslissen over de begroting? Men moet eindelijk het idee eens verlaten dat democratische controle duurder is dan bureaucratische dictatuur. Het publiek betaalt de realiteit.”

    • Marc Chavannes