Euclides in China

Toen Peter Engelfriet in 1984 zijn artsexamen haalde, had hij het gevoel nog lang niet uitgestudeerd te zijn. Medicijnen was intellectueel gezien weinig bevredigend geweest, hij wilde iets anders. Naast een part-time redacteurschap bij Excerpta Medica begon hij een tweede studie: sinologie. Daar stuitte hij op een passage van Euclides' Elementen en raakte zo gefascineerd dat meetkundeboek uit 300 v Chr. in Chinese karakters te zien, dat hij zich in de geschiedenis van de vertaling van 1607 ging verdiepen. Vandaag promoveert de Amsterdammer aan de Rijksuniversiteit Leiden op Euclid in China.

Het waren de jezuïeten die vanaf 1583 de westerse wetenschap China binnenbrachten. De eerste missie stond onder leiding van Matteo Ricci (1552-1610), een vroom geleerde die aan het Collegio Romano een voortreffelijke opleiding had genoten. Hij trof een China aan dat, hoewel een welvarend land met een hoogstaande cultuur, politiek, militair en economisch in verval was. Engelfriet: 'De jezuïeten richtten zich doelbewust op de kleine toplaag. Overal waar hij kwam deelde Ricci wetenschappelijke instrumenten als prisma's en globes uit, in de hoop dat ze nieuwsgierig zouden maken naar de Christelijke cultuur die ze had voortgebracht. Het waren lokkertjes om een totaalpakket aan godsdienst, moraliteit, kunst en wetenschap mee aan de man te brengen.'

De jezuïeten kwamen als geroepen: aan astronomische kennis bestond in China grote behoefte. Met de komst van de Ming dynastie in 1368 was het Astronomisch Bureau, het staatslichaam van specialisten dat onder andere zorgdroeg voor een juiste kalender, in een erfelijke instelling veranderd, met als gevolg dat kennis verloren was gegaan en voorspellingen van zons- en maansverduisteringen - die in China een belangrijke rituele functie vervulden - onnauwkeurig waren. Westerse experts konden aan deze wantoestand een einde maken. Bij wiskunde werd gehoopt op militaire toepassingen, zoals het beter inzetten van kanonnen tegen de Mantsjoes.

Confucianisme

Ricci's belangrijkste bekeerling was Xu Guangqi (1562-1633), literaat en later minister. Xu voelde zich aangetrokken tot toepasbare wetenschap en hij hoopte dat het traditionele Confucianisme, dat altijd oog had gehad voor praktische zaken als waterbeheer en landbouw, erdoor gerevitaliseerd zou raken. De vertaling van Euclides' Elementen paste in dit beeld: de Chinees hoopte zo iets van de verloren gegane wiskundige traditie in zijn land te herstellen. Engelfriet: 'Xu was vooral te spreken over de methode van Euclides. De strenge axiomatisch-deductieve aanpak zette hij tegenover de Chinese gewoonte om met uitkomsten te volstaan. Bekend is zijn beeldspraak van het meisje dat de fraaiste mandarijneneenden borduurt, maar haar gouden naaldje achterhoudt. Bij Euclides lag dat anders en Xu hoopte dat de Griekse openheid in bewijsvoering breed ingang zou vinden.'

Naast hun dagelijkse diplomatieke arbeid - contacten leggen en onderhouden - werkten Ricci en Xu in de avonduren gedurende een half jaar aan hun gezamenlijke vertaling van de eerste zes boeken van de Elementen, handelend over vlakke meetkunde. Euclides werd, zoals op de titelpagina van de vertaling valt te lezen, 'met de mond overgedragen en met de penseel ontvangen'. Uitgangspunt vormde de Latijnse editie van Ricci's leermeester in de wiskunde op het Collegio Romano, de jezuïet Clavius, bekend vanwege zijn bemoeienissen met de astronomische aspecten van de Gregoriaanse kalenderhervorming. Na een half jaar waren de eerste zes boeken van de Elementen af en in 1607 verschenen ze in vertaling onder de titel Jihe yuanben in Beijing.

Er is wel beweerd dat het Klassiek Chinees zich niet zou lenen om een tekst die als het summum van logische strengheid bekend staat, in al zijn finesses weer te geven. Engelfriet: 'Waar brontaal en doeltaal zo ver van elkaar afstaan als Latijn en Klassiek Chinees, zijn a priori vertaalproblemen te verwachten. Toch zijn Euclides' stellingen en bewijzen dankzij de indrukwekkende inventiviteit van Ricci en Xu in nauwkeurig en vloeiend Chinees omgezet. Maar de vertalingen van specifieke begrippen als 'axioma', 'postulaat' of 'bewijs' zijn minder geslaagd. Transliteratie (waarbij de klank behouden blijft), vaak toegepast bij theologische begrippen als 'mis', was nauwelijks een optie. Er dienden woorden te komen die een equivalent begrip uitdrukten. Voor 'bewijs' werd dat lun, wat in het Chinees 'discussie' betekent, zonder te refereren aan iets als strengheid. Postulaat werd qiuzuo, letterlijk: 'geëist te doen'. Maar een postulaat vraagt niet 'iets te doen'. Wel komt het woord qiu veelvuldig zelfstandig voor in de traditionele Chinese wiskunde, waar het vraagt om iets te 'berekenen', bijvoorbeeeld bij een driehoek, terwijl het bij Euclides om constructies gaat. Dat was vragen om verwarring.'

Nadat de vertaling van de eerste zes boeken van de Elementen was afgerond, wilde Xu direct verder met de delen 7 t/m 13 over voornamelijk getaltheorie en stereometrie. Maar Ricci wilde eerst zien hoe de reacties zouden zijn en besteedde zijn tijd liever aan het vertalen van theologische geschriften. Per slot van rekening was het Euclides-project ondergeschikt aan een breder doel: het bekeren van de Chinezen. 'Eerste collectie van hemelse studiën', heette de bundel jezuïeten-vertalingen die in 1629 verscheen, en die titel moet breed worden opgevat. Engelfriet: 'Voor een fors deel viel Jihe yuanben in een vacuüm. Euclides werd moeilijk gevonden, en de elite vond het maar een vreemd boek waar geen touw aan vast te knopen viel. Praktisch nut zag men niet. Alleen enkele astronomen toonden zich geïnteresseerd. Pas na een halve eeuw werd het werk opgepikt en het duurde tot 1857 eer de laatste boeken in vertaling verschenen. Toch zag Ricci in de wiskunde een aanknopingspunt voor missie en hij vroeg Rome meer jezuïeten-wiskundigen te sturen.'

De introductie van westerse wiskunde vond een voorlopig einde met de publikatie in 1723 van de keizerlijke encyclopedie Shuli jingyun. Engelfriet: 'Die gaf een samenvatting van herontdekte Chinese wiskunde en geïmporteerde westerse wiskunde en werd de standaard voor de opleiding van wiskundigen en astronomen. Het zou tot de Opiumoorlog van 1840 duren eer westerse wiskunde in China weer een voet aan wal kreeg.'

    • Dirk van Delft