Eindhoven kampt met tekort door ambtelijke wanorde

EINDHOVEN, 29 FEBR. Als gevolg van wanorde op de afdeling onderwijs is tussen 1982 en 1994 een tekort ontstaan van in totaal van twintig miljoen gulden op de onderwijsbegroting van de gemeente Eindhoven. Bovendien is er voor de komende jaren een structureel tekort van vier miljoen gulden per jaar. Dit is vooral ontstaan door te hoge investeringen in het basisonderwijs.

Tot die conclusie komt een onafhankelijke commissie in het rapport Ze stonden erbij en ..., dat vandaag aan burgemeester R. Welschen is aangeboden. Het onderzoek is gedaan in opdracht van de gemeenteraad. De commissie, onder leiding van oud-wethouder G. Verkuylen van Den Bosch, schrijft dat “de kern en de start van de problemen de kwalitatieve en kwantitatieve tekorten binnen de formatie van de afdeling onderwijs zijn”.

Verkuylen en zijn collega's oordelen dat “er nogal wat mis ging, niet omdat men de zaken niet wist - ook dat kwam voor - maar omdat men de signalen dat er iets mis ging niet op hun juiste waarde inschatte”. De commissie meent dat niet alleen de afdeling onderwijs fouten maakte. “Allen die verantwoordelijkheid droegen voor voor de problematiek in de periode van 1982-1994 hebben van deze zaak geweten of hadden ervan kunnen weten. Het systeem stond toe dat op de automatische piloot werd gevlogen.”

In het rapport wordt geconcludeerd dat het leerlingenvervoer te duur was. “In Eindhoven heeft men sinds mensenheugenis en op basis van een contract uit 1970 (!) eenzelfde ondernemer de uitvoering in handen. Een kleine rondgang langs vergelijkbare gemeenten zou hebben geleerd dat er geld te verdienen valt door af en toe eens de markt op te gaan voor een open inschrijving.”

De exploitatielasten van de schoolgebouwen droegen fors bij in het begrotingstekort, maar een punt van zorg vormde volgens de commissie ook de besluitvorming rond de internationale afdeling (ISSE) bij de gemeentelijke scholengemeenschap Woensel. “Toen in 1987 de huisvestingssituatie van de ISSE problemen gaf en andere gemeenten op de loer lagen”, meldt het rapport, “werd bestuurlijk uitgesproken dat de school voor Eindhoven behouden moest blijven. Over de financiële consequenties werd niet gerept. Daarmee dreigde rechtstreeks het risico van overschrijding en doorbetaling aan het bijzonder onderwijs.”

De gemeenteraad had volgens het rapport op de hoogte kunnen zijn van “wat er mis was met de financiële beheersing van de onderwijsfunctie”. Maar de raad liet als regel alles passeren zonder vragen te stellen of onderzoek te verrichten.

De commissie deed onderzoek in dossiers en hoorde zeventien personen: voormalige en zittende bestuurders en ambtenaren. Ze wijst in het 55 bladzijden tellende rapport geen hoofdschuldige aan. De gemeenteraad van Eindhoven beraadt zich binnenkort over de bevindingen.