Drugsbeleid

Als een krantekop de bedoeling heeft de lezer tot lezen aan te zetten is het de redactie van NRC HANDELSBLAD wonderwel gelukt met het opschrift boven het artikel van de Franse ambassadeur (26 februari). De haren rezen reeds: Frankrijk zegt weer eens dat Nederland zich moet aanpassen. Gelukkig blijkt het artikel zelf evenwichtig en hoffelijk gestileerd - al lukt het ook deze ambassadeur niet geheel de aangeboren zelfverzekerdheid van de elite zijner samenleving geheel te verdonkeremanen - maar de kop heeft goed werk gedaan. Een paar kanttekeningen zijn te maken.

De ambassadeur voert zijn stiel goed uit waar hij geestdriftig vertelt over de Franco-Nederlandse samenwerking in de Europese integratie. Wie niet beter weet zou kunnen denken dat er sprake is van een Franco-Nederlandse as in de Unie. Alsof - van het begin af aan - er niet regelmatig diepgaande geschillen tussen de landen naar buiten zijn getreden en alsof er tussen de visies op het te bereiken doel niet een vrijwel onoverbrugbare kloof lijkt te bestaan. De standpunten over de Europese munt en de Europese defensie bijvoorbeeld beziet de ambassadeur door een bril die de blik leidt naar 'virtuele werkelijkheid' in plaats van naar de voeten op de grond.

De kern van zijn betoog - het drugsbeleid - bevat behartenswaardige argumenten. Toch zijn ook hier een paar kanttekeningen op zijn plaats. Drugsverslaving en drugshandel zouden in de Unie niet afwijkend mogen worden behandeld. Dat is ape(n?)kool. De manier waarop Nederland met zijn verslaafden omgaat kan zeer zeker wel afwijkend zijn - die benadering is nauw verweven met de levensstijl van onze samenleving en mag nooit onderworpen worden aan regelgeving uit het Brusselse of van de Europese Raad. De ambassadeur heeft misschien nooit gehoord van een inmiddels ruim 35 leden tellend Europees Verband van Steden dat destijds op initiatief van Frankfort en Amsterdam is opgericht (en waar een stad als Lyon aan deelneemt). Deze steden hebben een nauwe samenwerking op het gebied van drugsbestrijding, met name de behandeling van verslaafden en het 'Amsterdam model' wordt gewaardeerd en vaak ook - aangepast aan de lokale mogelijkheden - overgenomen. Inderdaad, de Nederlandse drugspolitiek is bijzonder en heeft in het buitenland gevolgen - die zijn niet alleen maar negatief.

De gezamenlijke aanpak van de illegale drugshandel behoeft inderdaad dringend meer harmonisering. Waarbij altijd vergeten wordt dat handel heeft te maken met marktbeheersing en dat juist een opengegooide markt de handel in het zicht brengt terwijl een verboden markt deze ondergronds drijft. En dat brengt mij tot de kwestie van de strafmaat.

De strafmaat is in Nederland milder dan in menig ander EU-land. Maar of dat de Unie schaadt is nog een open vraag. De Duitse deelstaten hanteren onderling geheel verschillende strafmaten en men kan beter in Hessen of Hamburg gepakt worden dan in Beieren of Baden-Württemberg. Toch schaadt dat de Bondsrepubliek niet opvallend. Helaas komt de staatssecretaris van de Bondsrepubliek uit een der zeer behoudende deelstaten en is van hem nimmer enige soepelheid te verwachten. En helaas heeft een opvoering van de strafmaat - onverschillig in welk delictengebied - zelden verbetering gebracht, integendeel. Maar nauwere uitwisseling van informatie en ervaring zou hier niet misplaatst zijn.

Het drugsbeleid hoeft Frankrijk en Nederland niet te scheiden - de aanzetten die de ambassadeur geeft over een stimulering van de gezamenlijke werkgroep zijn het volgen waard. Daar kan ook het best worden uitgeknobbeld welke vormen van benadering uit de verschillende culturen zelf voortkomen en daarom dus minder geschikt zijn om aan EU-discipline bloot te stellen.

    • A.D.H. Simonsz
    • Consul Generaal der Nederlanden B.D