De Toegift; Meer Rossini en nóg meerRossini!!!

Het merkwaardigste dat men in Nederlandse concertzalen kan meemaken, is de paniekerige haast waarmee een deel van het publiek na het slot van het officiële programma van wereldberoemde musici zich uit de voeten maakt. Terwijl de meeste mensen opstaan, klappen en bravo roepen, rennen enkele tientallen bezoekers weg. Op tenen trappend wringen ze zich uit de rijen en draven door de gangen naar de nog stille garderobe. Voor vele achterblijvers begint dan pas het bijzonderste van de avond: het bedelen om toegiften, zo veel mogelijk toegiften.

Want we komen toch om te luisteren naar de wereldberoemde oude pianist, de vermaarde virtuoze violist, de fameuze zanger met de gouden strot die we misschien maar één keer in ons leven live zullen horen? En dan willen we, ook vanwege het met moeite veroverde dure kaartje, toch allemaal zovéél mogelijk moois en bekends horen? Dat spectaculaire nummer (The flight of the bumblebee), dat ene bekende deuntje (Träumerei), die meeslepende aria (O mio babbino caro), dat lievelingslied (Die Götter Griechenlands). Maar dus niet die mensen die wegrennen en soms, met jas aan, weer naar binnenkomen en verbaasd zijn dat het muziekfeest nog in volle gang is en dat Jessye Norman aan een spiritual begint.

Een echt goed optreden in de concertzaal hoort aanleiding te zijn voor toegiften. Het is erg ouderwets maar wel heerlijk, als Maxim Vengerov na een fantastische vertolking van het Vioolconcert van Sibelius nog een toegift speelt, de Méditation van Massenet. Ook de leden van het Koninklijk Concertgebouworkest èn dirigent Riccardo Chailly zijn net als wij toehoorders. Dan is er maar één die muziek mag maken, de Begenadigde Solist.

Een toegift vanwege een succesvol nummer was vroeger gebruik in de opera. Na een geslaagde aria zong de zanger eerst nog eens een lekker Napolitaans lied om pas daarna het veld te ruimen voor de collegae die met de opera verder moesten. Zoiets gebeurt niet meer, toegiften zijn er tegenwoordig pas aan het slot van een optreden. Behalve dan bij bassist Hans Roelofsen, die in 1983 in de Kleine Zaal al vóór de pauze begon aan zijn basversie van een Beatles-liedje en een stukje De Falla.

Bij sommige solisten zijn de toegiften zelfs het belangrijkste van het optreden, zoals bij mezzo-sopraan Teresa Berganza. Ze begint met zich in te zingen in een stuk Vivaldi, dat niet echt mooi klinkt. Dan zingt ze liederen van Brahms, wat haar in het geheel niet ligt. Ondertussen kijken we liever hoe haar jurk van organza wappert in de tocht onder de vleugel. Na de pauze zingt Berganza Zuidamerikaanse werkmansliedjes, daar komen we niet voor. Toch wordt er geklapt, want dan komen de toegiften. Rossini! Daarin is ze geweldig. Dus willen we meer Rossini en nóg meer Rossini. We blijven maar klappen, Berganza is gul en zo lijkt het recital een wereldsucces. Leuk voor de prinsessen Juliana en Christina, die bij Berganza altijd in de zaal zitten.

Eén soort toegift is in ons land volledig onbekend: de applaus-toegift die een dankbaar orkest gunt aan de dirigent om hem eer te bewijzen. Na het 'gewone' applaus geeft de concertmeester het sein om het podium te verlaten. In ons land wordt dat altijd opgevat als een teken dat die buitenlandse musici naar de kroeg willen. Het publiek stopt het applaus en vertrekt ook. Maar in feite ontruimen de musici het podium om de dirigent nog één keer te laten terugkomen zodat hij een persoonlijk bedoelde ovatie in ontvangst kan nemen.

Een probleem bij toegiften is vaak dat dat we niet weten wat er wordt gespeeld of gezongen. Soms zegt de solist niets en moeten we het maar raden. Een andere keer wordt er wel wat gezegd maar verstaan we het niet, wat ergerlijk is, zeker als er nog iets aardigs of grappigs wordt gezegd waarover op de twee voorste rijen hartelijk wordt gelachen.

Maar af en toe weten we ineens allemaal wat er wordt gespeeld, zoals die keer dat Alfred Brendel na een Beethoven-recital een paar repeterende nootjes liet horen en de hele Grote Zaal van het Concertgebouw 'Aaaahhhhh' riep: Für Elise, dat kennen we! Brendels succes was fenomenaal. Toen we uiteindelijk toch de zaal verlieten, hoorde ik achter mij een vrouw tegen haar vriendin op wat snibbige toon zeggen: “Ik speel dat altijd veel sneller.”

    • Kasper Jansen