De Oostvaardersplassen van Egypte

Dankzij de mens veranderden de zoutmoerassen ten noorden van de Egyptische Sinaï-woestijn in een internationaal belangrijk natuurgebied. Maar nieuwe ontginningen betekenen een bedreiging.

Tussen de Middellandse Zee en de Egyptische Sinaï-woestijn ligt het Bardawil-meer, een lagune zo groot als het IJsselmeer. Tot aan het begin van deze eeuw was het een zoutmoeras waar geen plant groeide en geen dier in leven bleef. Een lang, smal streepje land scheidde het moeras van de Middellandse Zee. Bij hoog water stroomde er zeewater overheen. Dat verdampte, waardoor het moeras steeds zouter werd.

Begin deze eeuw kreeg Zekry, een zakenman uit Port Saïd, het gebied in concessie. Hij maakte openingen in de landtong zodat er permanent zeewater in en uit kon stromen. Daardoor daalde het zoutgehalte van het water en konden er vissen leven. Zekry ving de vis als deze door de gaten naar zee trok om daar te paaien (vis paait in minder zout water; normaal is dat bij de kust te vinden waar rivieren zoet water aanvoeren, maar hier is het andersom). Zo exploiteerde hij dit meer tot 1967, toen de Israëli's in de Zesdaagse Oorlog de Sinaï op Egypte veroverden.

Door de ingrepen van Zekry werd het Bardawil-meer behalve voor vissen ook aantrekkelijk voor trekvogels. Het gebied ligt op de landbrug tussen Europa en Azië en anderzijds Afrika. In de herfst verblijven er honderdduizenden vogels om aan te sterken voor ze hun tocht naar Oost-Afrika vervolgen; in de lente als ze terugkeren naar hun broedgebieden, maken ze hier wederom een tussenstop. Vroeger maakten zij gebruik van de Nijldelta, maar die is drooggelegd, vervuild of te druk geworden door toerisme en stadsuitbreidingen.

Wetlands

In het Bardawil-meer hebben ze een goed alternatief gevonden. Bij het meer zijn 228 vogelsoorten gesignaleerd, waarvan er 91 tot de 'kwetsbare' soorten gerekend worden. De opvallendste vogels zijn witte pelikanen en flamingo's. Het Bardawil-meer behoort met de Franse Camarque en de Spaanse Ebro-delta tot de belangrijkste wetlands rond de Middellandse Zee. Nederlanders vergelijken het Bardawil-meer graag met de Oostvaardersplassen waar door menselijk ingrijpen ook onbedoeld een natuurgebied ontstond.

Volgens de internationale verdragen van Ramsar en Barcelona moet Egypte dit natuurgebied beschermen, maar ver is men daar niet mee. 'Alleen het oostelijk deel is beschermd en dat slechts op ontoereikende wijze', aldus Willem van der Grinten van het Arnhemse adviesbureau Euroconsult. 'De grenzen zijn nog niet duidelijk en het beheer is nog niet goed geregeld'. Euroconsult is betrokken bij het ontwikkelen van beheersplannen voor het gebied.

Egypte wil het gebied 'ontwikkelen' door stimulering van zoutwinning, toerisme, visserij en landbouw. Activiteiten die volgens Van der Grinten op gespannen voet staan met de bescherming van het Bardawil-meer. Egypte wil de visvangst verdrievoudigen tot 7500 ton per jaar. Dankzij het schone milieu is de smaak van de vis uitstekend. Nu al wordt de helft geëxporteerd naar Europa. Vooral zeebaars, harder, tong en goudbrasem zijn gewild. De Europese Unie financiert een project dat moet leiden tot een duurzame visproduktie.

De drieduizend vissers, voornamelijk Bedoeïenen, gaan 's nachts het meer op omdat 'de vissen onze netten dan niet zien'. Omdat het meer maar enkele meters diep is en de bodem anders te veel omgewoeld wordt varen ze uit in ondiepe bootjes met buitenboordmotoren.

Groot zijn de vangsten niet. Een enkele visser heeft een buitengewoon groot exemplaar gevangen en loopt daarmee trots naar een van de loodsen. Daar worden de vangsten op betonnen tafels gesorteerd en gewogen. Schoon zien de hallen er niet uit. Aan allerlei hygiënische normen die in de EU gelden, wordt hier nog niet voldaan. Er staat al wel een ijsfabriekje. Met het ijs wordt de temperatuur van de vis verlaagd en de kans op bacteriologische besmetting verkleind. Dat is hard nodig, want soms zit de vis wel acht uur in de netten in tamelijk warm zeewater.

De drieduizend vissers verdienen hier voor Egyptische begrippen een redelijk inkomen van zo'n 25 gulden per dag. Twintig procent moeten ze afdragen aan het visserijfonds. Daaruit moet het open houden van de zeegaten betaald worden. Gebeurt dat niet, dan wordt het meer te zout en daalt de visproduktie. Als de gaten goed opengehouden worden is volgens Euroconsult een duurzame visproduktie van drie tot vier ton mogelijk. De vangstverwachtingen van de Egyptenaren (7.500 ton) acht Euroconsult volstrekt irreëel. Het openhouden van de zeegaten in de landtong levert echter veel problemen op. Een paar keer zijn ze uitgebaggerd door buitenlandse bedrijven als Boskalis. Daarna moesten de Egyptenaren de gaten zelf onderhouden, maar daar zijn ze nog niet echt in geslaagd.

Duurzame visserij betekent dat er van december tot april niet gevist mag worden. Anders blijft de visstand niet op peil. Met tegenzin accepteren de vissers het vangstverbod want dat betekent vier maanden geen inkomen. Pijnlijk voor hen is dat de vogels zich daar niet aan wensen te houden. Met lede ogen zien de vissers hoe vogels de vis opvreten die zij moeten laten zwemmen. Een paar jaar geleden werden ze verrast door een invasie van naar schatting 30.000 aalscholvers die per dag zo'n vijf ton vis vingen. Duurzame ontwikkeling wordt dan een moeilijk uit te leggen begrip.

Een bedreiging voor zowel vissers als vogels is het Northern Sinaï Agricultural Development Project (NSADP). Sinds Nasser wil de Egyptische overheid de overbevolkte Nijldelta en Nijlvallei ontlasten door grote stukken woestijn te ontginnen. Veel buitenlandse donoren vinden dat een heilloze politiek en zonde van het kostbare water, maar kunnen de Egyptische regering er niet van weerhouden. Die wil de snel groeiende bevolking en de militairen tevreden houden. Daarom wordt er in de noordelijke Sinaï 170.000 hectare woestijn (bijna vier Noord-Oostpolders) in cultuur gebracht voor de vestiging van 210.000 kolonisten. Die moeten er veevoer, groenten, fruit, noten, granen en oliehoudende zaden gaan verbouwen. De eerste fase van het project is al gereed.

Sifon

De laatste restjes Nijlwater worden, voordat ze de Middellandse Zee in stromen, opgevangen en via het 150 kilometer lange Salamkanaal naar de noordelijke Sinaï geleid. In een verhouding van 1 op 1 wordt het Nijlwater aangelengd met drainagewater uit de Nijldelta en rioolwater uit Kairo. Door een sifon van 1350 meter lengte moet er straks 1,3 miljard kuub water onder het Suez-kanaal door stromen.

In opdracht van de Wereldbank, de beoogde financier, heeft Euroconsult samen met het Egyptische ingenieursbureau Darwish een milieu-effect-rapportage gemaakt. De bureaus zien vele negatieve effecten. Zo dreigen er veel archeologisch interessante plaatsen verloren te gaan. Vijf millennia lang fungeerde de noordelijke Sinaï als een landbrug tussen culturen in Azië en Afrika. Er liggen honderden archeologisch interessante plaatsen die nog nauwelijks onderzocht zijn. De Israëli's die de Sinaï van 1967 tot 1979 bezet hielden, lokaliseerden er 1300. Door de woestijnontginningen dreigt er veel verloren te gaan.

Ook wordt er in de plannen weinig rekening gehouden met de oorspronkelijke bewoners, de Bedoeïenen. Hun eeuwenoude nomadische leefstijl die rekening hield met de beperkingen van het milieu, wordt bedreigd door de toevloed van Egyptenaren. De landrechten van de Bedoeïenen zijn nooit vastgelegd.

Wat het milieu betreft maken Euroconsult en Darwish zich vooral zorgen om de geringe hoeveelheid en de slechte kwaliteit van het aangevoerde water. Behalve dat het verontreinigingen bevat die schadelijk zijn voor de volksgezondheid, is het ook erg zout. Als de Nijl bij Aswan Egypte binnenstroomt bedraagt het zoutgehalte 200 mg/l (milligram per liter). Vlak voordat het de Middellandse Zee instroomt is dat opgelopen tot 540 mg/l. De twee drainagekanalen die ook water leveren aan het Salam Canal hebben zoutgehaltes van respectievelijk 1100 en 1885 mg/l. Gemiddeld zal het zoutgehalte van het Salam Canal uitkomen op ruim 1000 mg/l. Irrigatiedeskundige Hans van Leeuwen: 'Bij irrigatie verdampt de plant het water en blijven de zouten achter. Als er zich te veel zouten ophopen in de bodem, ondervinden de planten daarvan schade. Om verzilting te voorkomen moeten de zouten via natuurlijke of kunstmatige drainage worden uitgespoeld met extra water dat niet door de planten wordt opgenomen Naarmate het irrigatiewater zouter is, is er meer water nodig. Bij een zoutgehalte van 200 mg/l moet er 10% extra water gegeven worden, bij 1000 mg/l 50%. Omdat het water in het Salam Canal zo'n hoog zoutgehalte heeft, is er veel meer extra water nodig dan er beschikbaar is. De kans op bodemverzilting wordt daardoor erg groot.'

Agro-chemicaliën

Euroconsult en Darwish vrezen ook dat het Bardawil-meer verontreinigd wordt met agro-chemicalieën uit de landbouw die in de zandige woestijnbodems gemakkelijk uitspoelen naar het grondwater en uiteindelijke terecht komen in het Bardawil-meer. Daarnaast verwacht men dat door de komst van tienduizenden kolonisten de illegale visvangst en de elders populaire jacht op vogels zullen toenemen.

Ook van de toeristische ontwikkeling is weinig goeds te verwachten. In de jaren '80 is men begonnen met de bouw van duizenden vakantiehuizen en hotels in de dertig kilometer lange kuststrook tussen El Arish en het Bardawil-meer. Het ongezuiverde rioolwater zou de kwaliteit van het water in het Bardawil-meer kunnen bedreigen.

Euroconsult en Darwish hebben allerlei maatregelen voorgesteld om de negatieve effecten te beperken. Ze vari-eren van een internationaal reddingsplan voor de archeologische plaatsen tot bufferzones en een lange smeerpijp de zee in om het Bardawil-meer te ontzien. Van der Grinten: 'Er is behoefte aan een master plan. Daarin moet worden aangegeven welke gebieden beschermd moeten worden vanwege archeologische of natuurwaarden, waar het strandtoerisme zich kan ontwikkelen en waar plaats is voor woningbouw, industrie, visserij en landbouw. Conflicterende ruimteclaims kunnen zo tegen elkaar worden afgewogen.'

De Wereldbank treedt niet meer op als financier van het Northern Sinaï Agricultural Development Project. Volgens sommigen omdat de bank meer is gaan letten op mogelijk negatieve milieu-effecten van haat projecten; volgens anderen omdat Egypte - na de bewezen diensten in de Golfoorlog - in Koeweit veel goedkopere leningen kon afsluiten. Egypte gaat in ieder geval gewoon door met haar woestijnontginningsproject. Het zwaartepunt van de toeristische ontwikkelingen is inmiddels verschoven van de noordkust van de Sinaï naar de zuid-oostkust. Daar ontwikkelt zich langs de Golf van Akaba met zijn fantastisch mooie koraalriffen een nieuwe rivièra die zich uitstrekt over Egypte, Israël en Jordanië.

    • Henk Donkers