De man en zijn velg

Wie een nieuwe auto wil aanschaffen, wordt bij de dealer doorgaans geconfronteerd met een rijk arsenaal aantrekkelijke opties. Elektrisch bediende ruiten, schuifdak, 'airco', het komt allemaal aan de orde, en als de soepel voortbabbelende verkoper een tiental mogelijkheden heeft opgesomd, vraagt hij nog even langs z'n neus weg wat er met de wielen moet gebeuren. Want de weg opgaan met standaardvelgen en plastic wieldoppen, dat kan niet de bedoeling zijn.

In de tijd dat het in Nederland nog bon ton was je in een Lelijke Eend te verplaatsen, waren het patserige types en autogeile jongelui die het goedkope gietijzer dat de fabriek onder hun bolide had gezet, eraf schroefden en vervingen door dure wielen van lichtmetaal. Ze meenden daarmee de snelheid van de auto op te voeren en spraken daarom graag van sportvelgen.

Harder rijden bleek er nauwelijks in te zitten, maar die wielen gaven wel een persoonlijk cachet aan het voertuig en daarmee aan zijn eigenaar, en weldra vond het voorbeeld van de vrije jongens navolging bij minder lichtzinnige bevolkingsgroepen.

Inmiddels is het zo ver dat je niet meer in een Volkswagen GTI, BMW of Mercedes hoeft te rijden om je mooiere wielen te kunnen permitteren. Ook geenszins stuitende merken als Citroën en Rover bieden hun kopers een keur aan mogelijkheden, en het wil wat zeggen dat Saab, van oudsher het merk voor de niet-velgbewuste, pijprokende archeoloog met een Wereld Natuurfonds-sticker op de achterruit, tegenwoordig een klantenkring heeft van wie de helft zich op een luxe velgenset trakteert.

De Saabdealer rekent hiervoor een bedrag van rond de duizend piek, maar een elders geconsulteerde velgenman wijst fijntjes op vier spaakwielen die tien mille in het laatje moeten brengen en dat ongetwijfeld ook zullen doen.

Bij de firma Hogendoorn in Mijdrecht, al 50 jaar 'thuis in velgen', hoeft zo'n bedrag waarvoor je nog een knappe occasion kunt kopen, niet op tafel te komen. Gelukkig maar, want Hogendoorn's klanten rijden niet uitsluitend in sleeën, limousines en pseudo-terreinauto's, maar komen ook aangezet in Twingo's en Fiatjes. Zelfs de nieuwe eigenaar van een tien jaar oude Toyota weet de weg naar Mijdrecht te vinden.

De Italiaanse wielen van Hogendoorn kosten tussen de zeshonderd en twaalfhonderd gulden, maar wie velgen van Duitse origine verlangt, deinst volgens de Rotterdamse Mercedesdealer John van Dijk niet terug voor prijzen die daar ver bovenuit stijgen. Zo'n 75 procent van zijn klanten besteedt minimaal twee à drieduizend gulden aan mooiere wielen.

Hoe die extravagantie te rijmen met de Nederlandse volksaard, waarvan soberheid, een egalitaire kijk op de samenleving en schuldgevoel achteraf over een puur voor de lol aangeschaft luxedingetje, erkende eigenschappen zijn? Dat kan alleen maar wijzen op een verborgen trekje in de Nederlander dat pas ontluikt als hij of zij - maar voornamelijk hij - een auto koopt.

Stoer en trots op onze spectaculaire wielen verlaten we de dealer om vervolgens in een file te belanden, wat ons dan weer een goede gelegenheid biedt andermans velgen te bekijken.

Zijn het standaardwielen? Foute boel. Onze exclusieve lichtmetalen velgen zijn onvergelijkbaar mooier, en wekken bewondering en afgunst. Die zilveren wieltjes maken ons tot koningen van het Nederlandse wegennet, en zo kunnen we ons, al heeft het Hare Majesteit nog niet behaagd, alsnog onderscheiden voelen. Zolang we tenminste op de weg zitten.