De geneugten van de theoretische vakantie; Tijd speelt geen rol

Wie maakt zich nog druk om de laatste vijf minuten van de mensheid? Twee decennia geleden riep een doemdenker nog wel eens dat de wijzers van de klok vijf voor twaalf aanwezen, maar deze prachtige metafoor over de dreigende ondergang is tijdens de achterliggende jaren ergens een stille, roemloze dood gestorven. Zij is klakkeloos onder de voet gelopen door de nietsontziende, voortrazende mensheid, die de toekomst in steeds hoger tempo tracht binnen te halen. En geef ons eens ongelijk. Wat zouden we ons druk maken over vijf luttele minuten, als we op het punt staan een drempel van duizend jaren te overschrijden? En wat zouden we eigenlijk stilstaan bij één luttel, extra dagje, dat ons eens in de vier jaar door de kalender wordt gegund?

Nee, er bestaat een veel leukere manier om je te onttrekken aan de onstuitbare tuimeling der tijd en dat is theoretisch op vakantie gaan. Het is een flauwe, maar doeltreffende truc, die ik per toeval ontdekte, juist op het moment dat ik het vrije studentenleven zou verruilen voor het maatschappelijke bestaan vol streng geklokte tijdstippen. Met een hoofd vol weidse dromen over vergezichten op zee monsterde ik op een druilerige zaterdagmorgen aan op een groot, oud-Hollands zeilschip voor een zeilreis van Amsterdam naar Portugal. Een uur later stond ik weer aan wal en keek mistroostig het schip na, dat met een slakkegang de haven uittufte. De dronken woordenstroom van de schipper, de abominabele staat van het schip en de ontdekking dat ik de enige vrouwelijke passagier zou zijn deden mij met spijt afzien van de reis, maar triester stemde mij het vooruitzicht twee weken leegte voor de boeg te hebben. En terug naar huis te moeten.

De eerste uren waren dan ook verschrikkelijk, onwennig vooral, maar gelukkig heb ik de verleiding kunnen weerstaan om me weer aan te melden in het dagelijks leven. Alras ontpopten die ongevulde dagen zich als kleinoden, waarin tijd weer tijd werd, of beter nog, waarin tijd geen enkele rol speelde. Iedere minuut was extra en dat gevoel werd nog eens versterkt door de afwezigheid van de calvinistische drang veel te moeten bezichtigen/ doen/ lezen/ weten/ontmoeten. Op vakantie slaapt een geweten nooit, maar in de eigen stad als een roos.

Het concept van de theoretische vakantie werkt altijd, ook bij herhaling of als het maar één dag geldt. Voorwaarde is wel dat je iedere keer weer een heilig geloof in het vertrek opbouwt èn dat je het op het laatste moment kunt opbrengen om van alle rompslomp af te zien. Of om niet toch te gaan, als de ander afbelt. Echt: wie de kunst van het stelen der dagen verstaat, schenkt zichzelf niet alleen wat extra schrikkeltijd, maar ook een welverdiende adempauze vóór amechtig over de drempel van het derde millenium te schieten.