Commissie en kern EU willen meer macht voor 'Brussel'

BRUSSEL, 29 FEBR. Het Europees Parlement heeft gisteren enthousiast gereageerd op de bijdrage van de Europese Commissie aan de komende intergouvernementele conferentie (IGC), de herziening van het Verdrag van Maastricht. Vooral de voorstellen om het nationale vetorecht drastisch in te perken en om een aparte paragraaf over werkgelegenheid op te nemen in het verdrag van de Europese Unie (EU), konden rekenen op applaus van de Europarlementariërs.

“Dit is een zeer goed document”, verklaarde gistermiddag parlementsvoorzitter Klaus Hänsch, nadat commissievoorzitter Jacques Santer de voorstellen had toegelicht. Dit enthousiasme is niet verwonderlijk, want de vrij ambitieuze voorstellen van de commissie komen grotendeels overeen met de ideeën van de Europarlementariërs. Santer gaf een preek voor eigen parochie, toen hij pleitte voor meer invloed van het Europarlement en voor het overhevelen van het Europese justitie- en binnenlandbeleid - nu nog een zaak van de lidstaten onderling - naar het communautaire gedeelte van de EU.

Maar het is niet het Europees Parlement dat vanaf 29 maart gaat onderhandelen over de herziening van het Unieverdrag - zoals het er nu naar uitziet mag het parlement zelfs niet als waarnemer aanschuiven - de onderhandelingen zijn een zaak van de lidstaten. De twee traditionele motorlanden van de unie, Frankrijk en Duitsland, presenteerden deze week een gezamenlijk rapport dat, in ieder geval wat betreft het buitenlands beleid, in lijn ligt met de commissievoorstellen. Bonn en Parijs stellen voor dat een beperkt aantal landen moet kunnen deelnemen aan politieke of militaire acties van de Europese Unie, zonder dat de anderen dit blokkeren. Dit idee van “constructieve abstinentie” komt overeen met het commissievoorstel voor een flexibelere unie: als een aantal lidstaten verder wil gaan, aldus de commissie, mogen anderen dat niet tegenhouden. Dit betekent niet een à la carte' Europa, zoals Groot-Brittannië wil en waarbij lidstaten kunnen kiezen aan welke onderdelen ze al dan niet deelnemen, maar een Europa van verschillende snelheden: een idee van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl. Ook het op termijn opgaan van de Westeuropese Unie (WEU) in de EU, is een idee dat wordt gesteund door zowel de commissie als Frankrijk en Duitsland.

De inzet van de drie landen van de Benelux, die volgende week hun gezamenlijke IGC-memorandum ontvouwen, zal naar verwachting ook aansluiten bij de plannen van de Commissie. Dat betekent dat ten minste vijf landen de Commissievoorstellen grotendeels steunen. Verzet zal echter worden aangetekend door het derde grote EU-land, Groot-Brittannië. De Britse voorstellen voor de intergouvernementele conferentie worden pas midden maart verwacht, maar Londen heeft al eerder aangekondigd dat het vasthoudt aan het vetorecht. Het Commissievoorstel om unanieme besluitvorming grotendeels te vervangen door meerderheidsstemming, zal dus stuiten op verzet van Groot-Brittannië. Londen is ook fel tegen een opgaan van de WEU in de EU en tegen het overhevelen van het justitie- en binnenlandbeleid naar het communautaire deel van de Unie.

Commissievoorzitter Santer werd gisteren in het parlement herhaaldelijk gevraagd of de door hem gelanceerde voorstellen niet zullen stranden op Britse weerzin. “De voorstellen worden niet gedeeld door alle lidstaten op dit moment”, gaf Santer toe. “Maar de conferentie is er om te onderhandelen, daar kan ik nu nog niet op vooruitlopen.” Voorlopig bevindt de IGC zich nog in de fase van het standpunten bepalen. Eind maart wordt tijdens een topontmoeting in Turijn de 'aftrap' gegeven van de conferentie, die daarna een eigen dynamiek zal krijgen als éénmaal per week onderhandelaars rond de tafel gaan zitten. De Commissie gaat er voorlopig van uit dat er tijdens die onderhandelingen een beslissend moment zal komen, waarop er ofwel toch beweging komt in de standpunten of waarop de IGC uitdraait op een mislukking. Santer sloot gisteren af met de opmerking dat de ervaringen uit het verleden hem wat dit betreft optimistisch stemmen.

    • Birgit Donker