Aziaten zien EU als tegenwicht tegen VS en Japan

Regeringsleiders en ministers van tien Aziatische landen en van de vijftien lidstaten van de Europese Unie ontmoeten elkaar vanavond in Bangkok. Veel kleinere Aziatische landen zien de Europese Unie als tegenwicht tegen de Verenigde Staten, Japan en China. En Europa heeft in Azië economisch nog wat in te halen.

Honderden schuimrubberen speelgoedolifantjes glijden dagelijks door de handen van Sin Sa Mut. De twintigjarige Thaise maakt werkdagen van gemiddeld elf uur in de Kader-fabriek, een sobere, donkere produktiehal aan de rand van Bangkok, waar de muffige lucht van oud zweet hangt. Elke dag stikt Sin Sa Mut hier achter haar bureautje oren en poten aan lijven, die samen een fleurig knuffelbeest vormen dat een paar weken later in de rekken van Europese speelgoedwinkels moet pronken.

De bureautjes, elk voorzien van een oude naaimachine en bezaaid met rollen garen en stapels schuimrubber, staan in lange rijen naast en achter elkaar gepropt. Erachter zitten jonge vrouwen en meisjes die lange dagen maken en aan het eind daarvan vaak niet meer dan een tientje loon overhouden. Dat salaris, vrijwel gelijk aan het Thaise minimumloon, is verleidelijk laag voor de Westerse afnemers van de hier gemaakte produkten.

Eigenaren van dit soort volgebouwde produktiehallen, ook wel de 'sweatshops' van Azië genoemd, doen er alles aan om de produktiekosten zo laag mogelijk te houden. De veiligheidsvoorschriften zijn daarom vaak net zo minimaal als de hoeveelheid frisse lucht die de werknemers tijdens hun uren achter de naaimachine krijgen toebedeeld. En bedrijfsongevallen zijn aan de orde van de dag. In Thailand ligt het aantal ongelukken in fabrieken op ruim 200.000 per jaar.

Soms blijkt het geknibbel op de arbeidsomstandigheden fataal, zoals in de oude Kader-fabriek die op 10 mei 1993 volledig afbrandde. Sin Sa Mut, die destijds ook al voor de speelgoedfabrikant werkte, kon net op tijd naar buiten komen. “Toen het gebouw begon te schudden en ik de vlammen op de eerste verdieping zag, heb ik nog geroepen: 'vuur, vuur!'. Maar niemand nam het serieus. Er was al zo vaak brand geweest hier”, vertelt ze nu. Later bleek dat het brandalarm kapot was en veel nooduitgangen geblokkeerd waren. De brand kostte aan 188 mensen het leven.

De brand in de Kader-fabriek komt dezer dagen in Bangkok weer ter sprake nu politici en regeringsleiders elkaar in de Thaise hoofdstad ontmoeten op de eerste Azië-Europa-top. De Kader-ramp had alles in zich waartegen Europa al tijden ageerde: slechte werkomstandigheden, een gebrek aan werknemersrechten en absurd lage lonen.

Europeanen wezen drie jaar geleden na de ramp dan ook fel op de in hun ogen onmenselijke werkomstandigheden in de Thaise fabriek. Die zouden symbool staan voor al die goedkope produktieplaatsen in Azië waar werknemers tegen extreem lage kosten worden uitgebuit in de massaproduktie van consumentengoederen. Alle Aziatische landen werden gemakshalve even over één kam geschoren bij de Europese oproepen meer waarde te hechten aan de arbeidsomstandigheden als veiligheid op de werkplaats, minder lage lonen en minder lange werkdagen.

Maar Azië liet zich niet intimideren door de voormalige koloniale heersers en kaatste de bal net zo makkelijk terug. De Aziaten wezen op de afnemers van al die in de 'sweatshops' in elkaar gezette artikelen. Die kwamen toch uit Europa en die bedrijven wilden toch zo graag goedkoop importeren? Europa gedroeg zich hypocriet, vonden de Aziaten.

Aan het soort 'welles-nietes'-discussies die hieruit voortkwamen, moet binnenkort een einde komen. En ironisch genoeg wordt de basis daarvoor juist gelegd in Bangkok, op een paar kilometer van waar drie jaar geleden de Kader-fabriek afbrandde. Op initiatief van Azië en naar een idee van de Singaporese premier Goh Chok Tong komen hier vanaf vanavond de regeringsleiders van de vijftien lidstaten van de Europese Unie (EU) samen met hun ambtgenoten uit tien Aziatische landen.

De Aziatische delegatie bestaat uit de zeven ASEAN-leden (Brunei, de Filippijnen, Indonesië, Maleisië, Thailand, Singapore en Vietnam) aangevuld met China, Japan en Zuid-Korea. Het Aziatische vergadertiental is door de initiatiefnemers (Singapore en de overige ASEAN-lidstaten) samengesteld en bewust overzichtelijk gehouden. “Het moet voor deze eerste keer een kleine groep zijn, anders werkt het niet”, meent een hoge ambtenaar van het Singaporese ministerie van Buitenlandse Zaken, dat veel voorbereidend werk voor deze top heeft gedaan.

De afwezigheid van India, Pakistan en Bangladesh valt volgens de organisatoren onder de noemer 'anders wordt het te groot'. Voor Taiwan en Hongkong geldt - hoewel niemand dat hardop zegt - dat China niet gebruskeerd moet worden. Maar te wanhopen hoeven deze niet-genodigde landen niet. De Aziatische vertegenwoordigers van de betrokken ministeries hebben allen al laten weten dat het gezelschap dat voor deze eerste top is uitgenodigd niet mag uitgroeien tot iets exclusiefs als er in de toekomst vaker vergaderd wordt.

De ASEM (Asia-Europe Meeting) is er één zonder vaste agenda, zo informeel mogelijk. De eerste keer samen moet vooral ontspannen zijn, hebben de Aziatische gastheren bedacht. Niet eindeloos soebatten over controversiële onderwerpen, liever een informele speurtocht naar de in Azië geadoreerde consensus. “Natuurlijk zullen er verschillen van mening worden uitgewisseld. Maar ik betwijfel of al die leiders helemaal naar Bangkok komen om hun kostbare tijd te besteden aan harde confrontaties”, zegt professor Chan Heng Chee, directeur van het instituut voor Zuidoostaziatische Studies in Singapore. “Er zullen tal van onderwerpen aan bod komen en ik ben er van overtuigd dat de leiders serieuze pogingen zullen doen om overeenstemming te bereiken op een aantal punten”, meent Chan.

Belangrijk uitgangspunt van de Aziaten voor de onderlinge gesprekken is dat er op gelijkwaardig niveau wordt gesproken. In de vele voorbereidende ontmoetingen die aan deze top voorafgingen, lieten de Aziatische afgevaardigden steeds weer weten dat dit 'level field' de enige manier voor goed overleg was. “We kijken niet meer naar Europa als de koloniale overheersers van weleer. Er is een heel nieuw scenario nu”, zei Rafidah Aziz, de Maleisische minister van Handel twee weken geleden. “Wij Aziaten willen niet dat iemand tijdens de top de voorwaarden voor de gesprekken dicteert, en zelf zullen wij ook niets eisen.”

Het gevoeligste onderwerp waarover de regeringsleiders zouden kunnen discussiëren - de situatie rond de rechten van de mens in een aantal Aziatische landen - zal volgens de Aziaten overigens wel gewoon aan bod komen. “Dat is onvermijdelijk”, lieten Aziatische politici begin februari weten na een voorbereidende bijeenkomst op het Thaise eiland Phuket. De Thaise minister-president Banharn Silapa-archa, liet gisteren weten dat hij het onderwerp zeker zal aansnijden. Hij wist ook al wanneer: tijdens het informele diner vanavond in het Oriental Hotel aan de Chao Phraya-rivier waar de leiders elkaar voor het eerst zullen ontmoeten. En niet, zo verzekerde de Thaise gastheer, tijdens de twee vergaderdagen in het Queen Sirikit National Convention Centre.

Die Aziatische oplossing om de discussie over de meest controversiële onderwerpen juist in de informele sfeer te voeren, dient nog een ander doel. De top zal daardoor vooral gericht zijn op economische samenwerking. Zowel Europa als Azië wil de onderlinge handel en investeringen de komende jaren flink uitbreiden. De Aziaten hopen dat Europa nog deze eeuw zal uitgroeien tot een tegenwicht van de machtige Amerikanen, Japanners en Chinezen die nu de boventoon voeren in handel en investeringen in het explosief groeiende Verre Oosten.

Wil Europa steviger voet aan de grond krijgen in Azië, dan doen de vijftien regeringsleiders van de EU-landen er volgens de Aziaten die de top hebben voorbereid, goed aan definitief afstand te nemen van een aantal vooroordelen. Zo leeft in Europa nog steeds de angst dat de explosieve groei van de Aziatische economieën en de almaar groeiende export van goedkoop geproduceerde artikelen naar Europa, druk zet op de Europese industrie en uiteindelijk ook banen kost. “Dat is een soort rest-angst, geloof ik”, zei Singapore's premier Goh Chok Tong onlangs. “In Europa maakt men zich zelfs zorgen over het feit dat Azië binnenkort in welvaart Europa zal overvleugelen. In sommige Aziatische landen ligt het inkomen per hoofd van de bevolking nu al lager hoger dan in een aantal Europese landen. Maar ik geloof dat Europa deze ontwikkeling in Azië meer moet zien als een uitdaging waarvan we uiteindelijk allemaal kunnen profiteren. Europa wil toch ook niet dat Aziaten altijd maar arme mensen blijven”, aldus Goh.

Zijn ambtgenoot Mahathir Mohamad, premier van Maleisië, lijkt voorlopig de enige onder de Aziatische leiders die in Bangkok samenkomen, met een wat andere visie op de banden met Europa. Mahathir, die een reputatie heeft opgebouwd in anti-Westerse retoriek, heeft al herhaaldelijk gezegd dat juist de lage lonen en de beperkte werknemersrechten de grote voordelen zijn voor de Aziatische industrie ten opzichte van Europa. Professor Chan relativeert die uitspraken van Mahathir graag: “De discussie over lage lonen is relatief. Wat in Europa geldt als laag loon, is in Azië hoog. Het enige voordeel dat Azië op dit moment nog heeft, is dat de bedragen hier nog niet zo hoog zijn als in Europa. Maar ook dat zal veranderen. Het moet zelfs veranderen. Dat zie je nu al gebeuren: arbeidsintensieve industrie verhuist ook al binnen Azië naar de goedkoopste plekken”, zegt Chan.

Aziatische politici hebben al vaak laten doorschemeren dat deze eerste ASEM het begin moet zijn van een jaarlijks of tweejaarlijks terugkerend overleg tussen de regeringsleiders van beide werelddelen. Professor Chan: “Tot nu toe waren de onderlinge ontmoetingen op de vingers van een hand te tellen. En als er iets was, ging het vaak om een wat abstracte top. Daardoor behandelden deze twee werelddelen elkaar vaak als karikaturen. Aziaten en Europeanen praten vaak meer langs elkaar heen dan met elkaar. Dat zal, denk ik, door deze top definitief verleden tijd zijn.”