ANW

“Juli 1846. Volgende week begin ik als 'mijnheer de dokter' op de Eerste Afdeling van de Kraaminrichting van het Algemene Ziekenhuis in Wenen onder leiding van professor Klein. ... Deze maand stierven op de afdeling 36 van de 208 moeders - allemaal aan kraamvrouwenkoorts.” Dit zijn enkele regels uit het dagboek van Semmelweis. Twee jaar later was door Semmelweis' toedoen het aantal gevallen van kraamvrouwenkoorts op de Eerste afdeling gereduceerd met 90 procent. Stukje bij beetje ontdekte hij dat hygiëne van doorslaggevend belang was. “Kraamvrouwenkoorts komt niet alleen van dode lichamen, maar ook van elke etterende verwonding van de levenden. We moeten onze handen met chloorwater ontsmetten na elk onderzoek.”

Het dagboek van Semmelweis is onderdeel van een experimentele lessenserie voor het nieuwe vak ANW ofwel Algemene Natuur Wetenschappen. In deze twaalf lessen komt meer aan bod: macrofagen en T-killer cellen, het maken van kweken, het zelf ontwerpen van een model voor een afweersysteem. Eindopdracht: ontwerp, als team van Artsen zonder Grenzen, een plan om de gezondheid in een vluchtelingenkamp in Sri Lanka te waarborgen.

Met dit lesmateriaal wordt een stap gezet van kwetsbaar bedenksel naar een nieuw vak voor de bovenbouw havo en vwo. Het vak komt in '98 in de klas, waard om iets van te vertellen, ook al is het nog niet volgroeid.

ANW komt vooral uit de denktank natuurkunde didactiek van de Universiteit Utrecht. De mensen daar maken een nogal ethische indruk en dat schept vertrouwen. Professor Herman Hooymayers schreef een A4-tje over ANW, dat staat afgedrukt in de nota 'De tweede fase vernieuwt'. Dat was het formele begin. Ondertussen is er een examenprogramma, worden de hierboven genoemde voorbeeldlessen uitgeprobeerd en zijn vijf uitgevers begonnen met het maken van leerboeken.

ANW handelt over biologie, natuurkunde en scheikunde. Een deel van de leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs krijgt naast ANW de vakken biologie, natuurkunde en/of scheikunde apart. Dat lijkt dubbelop, maar dat wordt het niet, hopen we.

Bij de drie afzonderlijk te doceren vakken biologie, natuurkunde en scheikunde wordt één en ander geleerd over de natuurwetenschappelijke beginselen. Bij ANW gaat het om de natuurwetenschappelijke methode. De vakinhoud is dus ondergeschikt aan hogere doelen. De leerling hoeft niets over Semmelweis te weten maar moet begrijpen dat “ondanks grote uiterlijke verschillen levende organismen gemeen hebben dat zij een stabiel intern milieu kunnen handhaven.”

Dit is een zinsnede uit het examenprogramma, in de wandelgangen een oma-theorie genoemd, een wetenschappelijke theorie die de leerling aan oma duidelijk moet kunnen maken. Een benul van de oma-theorieën krijgt de leerling door kleine stukjes wetenschap te bestuderen. Het verhaal over Semmelweis levert zo'n klein stukje. Op de achtergrond liggen leerdoelen, die nog hoger, nog abstracter zijn, bijvoorbeeld: “Leerlingen kunnen met voorbeelden uitleggen hoe onderzoekers tot kennis over de natuur komen.”

Eigenlijk is de boodschap van dit vak: “Jongen, meisje, je hoeft geen beta-wetenschapper te worden, je hoeft de wetenschap niet te beheersen, maar je moet een notie hebben van wat wetenschappers doen, hoe ze het doen en waarom dat ook voor jou van belang is.” Nog eenvoudiger geformuleerd, het vak ANW moet er voor zorgen dat leerlingen deze bijlage kunnen lezen en begrijpen. Vind ik erg sympathiek.

Ten behoeve van ieders opwinding: in het ANW-examenprogramma voor vwo staat de evolutietheorie wel vermeld, voor havo-leerlingen is het geen leerstof. O jee, Borst boos.

    • Rob Knoppert