Antwerps museum ontwaakt uit slaap

Gorik Lindemans en Piki Verschueren, t/m 7 april, KMSK/ICC, Meir 50, Antwerpen. Di t/m zo 10-17u.

ANTWERPEN, 29 FEBR. Een wat ingeslapen en provinciaal museum. Zo wordt het Antwerpse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (KMSKA) vaak omschreven in de Belgische media, door critici als tentoonstellingmaker Bart Cassiman en zelfs door het eigen personeel. “Er was hier het afgelopen decennium gebrek aan visie, beleid, communicatie en vooral ruimte voor de initiatieven van het personeel”, zei Paul Vandenbroeck, van het departement oude kunst, onlangs nog.

Het KMSKA, gehuisvest in een statig negentiende-eeuws monument, heeft de grootste collectie Vlaamse kunst ter wereld, met kostbare werken van Rubens, Memling en Antoon Van Dyck - daar ligt het niet aan. De kritiek richt zich op het management: op het tentoonstellingenbeleid, op het feit dat er jarenlang geen oplossing kon worden gevonden voor het ruimtegebrek, waardoor tijdens exposities telkens een deel van de moderne kunst in de kelders verdwijnt, en op het peperdure maar opzichtige ophangsysteem van de schilderijen: stalen stangen, die smalend 'vleeshaken' worden genoemd.

Maar er lijkt nieuw leven geblazen in het wat ingedutte museum aan het Leopold de Waelplein. Na een aantal personeelsverschuivingen vorig jaar, is er een jongere generatie aan de top gekomen, die het museum een dynamischer imago wil geven. “Mensen die jarenlang een moedeloze indruk maakten, komen nu los en dragen ideeën aan”, aldus Paul Vandenbroeck. Zo wordt er vandaag, met de opening van een expositie van twee eigentijdse schilders, een permanente tentoonstellingsruimte voor hedendaagse kunst in gebruik genomen. De bedoeling is in deze dependance van het KMSKA, in een achttiende-eeuws paleis in het centrum van Antwerpen, een viertal exposities per jaar te organiseren.

Het voormalig koninklijk paleis aan de Meir, waar sinds 1969 het Internationaal Cultureel Centrum is gevestigd, hoort al vijf jaar bij het Museum voor Schone Kunsten. Maar de afgelopen jaren werd er slechts een aantal kleinere tentoonstellingen georganiseerd in het achterste deel van het gebouw: de voormalige koninklijke stallen. Nu worden ook de zalen van het eigenlijke paleis in gebruik genomen, waardoor grotere tentoonstellingen mogelijk zijn. Vanaf morgen loopt er een expositie van Gorik Lindemans en Piki Verschueren: twee Belgische kunstenaars die beiden, aldus de aankondiging, “met hun schilderwerk de dualiteit tussen het tactiele en het optische” willen opheffen. In april maken zij plaats voor de tentoonstelling 'licht en beweging', met werk van een vijftigtal kunstenaars - deels historisch en deels eigentijds.

De dependance van het KMSKA aan de Meir lijkt een geduchte concurrentie voor het Antwerpse museum voor hedendaagse kunst, het MUHKA. Maar daar is de reactie opgewekt: “Wij zien het niet als concurrentie. Hoe meer leven er is in Antwerpen, hoe meer mensen er naar de musea komen.” Ook het Museum voor Schone Kunsten zelf ziet de dependance niet als bedreiging. “Wij plaatsen de werken meer in een historisch kader”, aldus een medewerkster.

Behalve de nieuwe ruimte voor hedendaagse kunst, werd onlangs ook een oplossing gevonden voor het plaatsgebrek in het museum zelf. Een bomvrije bunker in het hart van het gebouw wordt omgebouwd tot expositieruimte, zodat in de toekomst geen moderne meesters meer het depot in moeten om plaats te maken voor een tijdelijke tentoonstelling. De bunker werd in de jaren vijftig gebouwd om de werken van Rubens in geval van oorlog tegen vijandelijke bommen te beschermen. In de vloer van de Rubenszaal zijn nog de luiken te zien waarlangs de schilderijen naar beneden getakeld konden worden.

De nieuwe bedrijvigheid in het KMSKA is nu al voor de bezoekers zichtbaar. Op de afdeling moderne kunst zijn voor het eerst sinds tijden weer alle 35 werken van James Ensor te zien. In de monumentale trappenhal staan stellages, waarop wordt gewerkt aan de restauratie van een reeks schilderijen van de negentiende-eeuwse romanticus Nicaise De Keyser. De werken worden ter plekke gerestaureerd - omdat ze moeilijk te vervoeren zijn maar ook om het publiek te vermaken. De Rubens- en de Jordaens/Van Dijckzaal, de meest prestigieuze zalen van het museum, werden vorig jaar al gerenoveerd. Stemmig grijsgroen fluweel bedekt nu de muren en de 'vleeshaken' zijn hier verdwenen. In de toekomst worden alle opzichtige haken vervangen door vrijwel onzichtbaar nylondraad, beloofde onlangs de nieuwe, ad-interim hoofdconservator Erik Vandamme. “Maar dat vergt nog wat tijd.”

    • Birgit Donker