Akkoord van achttien landen; Strengere veiligheidseisen voor Europese veerboten

STOCKHOLM, 29 FEBR. Achttien Europese landen hebben gisteren in een tweedaagse conferentie een akkoord bereikt over strengere veiligheidseisen voor veerboten op de Noordzee en de Oostzee. De bijeenkomst in Stockholm was een gevolg van de ramp met de veerboot Estonia in 1994, waarbij 800 mensen omkwamen.

Volgens de nieuwe regels moeten de roll-on-roll-off schepen 50 centimeter water op de autodekken kunnen hebben zonder dat de stabiliteit in gevaar komt. Het betrof een Deens compromisvoorstel. De Noordeuropese landen wilden verder gaan, maar andere landen onder leiding van Frankrijk wezen op de hoge kosten voor de reders.

Het verdergaande voorstel ging uit van 50 centimeter water op het hele autodek, wanneer het schip zich in horizontale positie bevindt. In het aanvaarde voorstel gaat het om 50 centimeter water gemeten op het laagste punt, wanneer het schip naar bak- of stuurboord helt als gevolg van averij. De Estonia kapseisde nadat de boegdeuren het hadden begeven en duizenden tonnen water binnenstroomden.

De veerboten die nu havens in de Oostzee en de Noordelijke Atlantische Oceaan, tussen IJsland en Kaap Finistère in Spanje, aandoen moeten tussen 1997 en 2002 aan de nieuwe veiligheidsstandaarden zijn aangepast. De verbetering van de stabiliteit van de schepen maakt het waarschijnlijk noodzakelijk dat scheidingswanden of compartimenteringen worden aangebracht om te voorkomen dat binnenstromend water over het hele autodek kan lopen.

Het akkoord zal ongeveer 100 schepen raken, aldus een Zweedse functionaris in Stockholm. Het is nog onduidelijk hoeveel de aanpassingen zullen kosten. Een Franse vertegenwoordiger schatte dat de kosten zo'n 10 miljoen gulden per schip zullen kosten. Bovendien kunnen de exploitatiekosten voor een veerboot oplopen, omdat de vereiste voorzieningen ruimte vergen.

Tot de achttien deelnemende landen behoorde ook Nederland. Rusland, Spanje, Portugal en Cyprus behoorden tot de grote afwezigen. Het akkoord is niet van toepassing op de Middellandse Zee. Een Franse vertegenwoordiger zei dat daarom de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie zich over de kwestie zou moeten buigen.

Het akkoord dat in Stockholm door de delegaties is bereikt, betreft een aanbeveling aan de regeringen. Deze worden uitgenodigd het akkoord komende zomer te ondertekenen in Londen, de zetel van de Internationale Maritieme Organisatie. Om van kracht van te worden is ondertekenen door minstens vijf landen nodig. (Reuter, AFP)