'Welvaartspartij heeft laten zien hoe genuanceerd zij is'

De fundamentalistische Welvaartspartij komt toch niet aan het bewind in Turkije. Demissionair premier Tansu Çiller van de Partij van het Juiste Pad en Mesut Yilmaz van de Moederlandpartij koersen snel af op een rechtse coalitie. Maar vice-voorzitter ABDULLAH GÜL denkt dat oppositie zijn Welvaartspartij alleen zal versterken.

ANKARA, 28 FEBR. Teleurgesteld? Abdullah Gül, vice-voorzitter van de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij in Turkije, schudt heftig het hoofd. “Natuurlijk hadden we graag willen regeren, maar het is mijn stellige indruk dat onze aanhang verder zal groeien nu we de belangrijkste oppositiepartij worden. De economische situatie is slecht in Turkije. De komende regering staat dan ook voor de taak om tal van impopulaire maatregelen te nemen. Dat versterkt onze positie. Opiniepeilingen wijzen al in die richting.”

Gül is de belichaming van de nieuwe politiek van de Welvaartspartij: de bereidheid tot het zoeken van compromissen. “We hebben in de afgelopen maanden het politieke klimaat in dit land veranderd”, zegt hij. “We hebben laten zien dat het geen zin heeft om alleen maar te vechten. Zolang je als partij niet in staat bent om alleen aan de macht te komen, moet je water bij de wijn doen. In de Turkse media worden we evenwel afgeschilderd als een politieke partij die omwille van de macht haar principes verloochent.”

“Om aan te tonen dat de Welvaartspartij een gevaar oplevert voor de seculiere en Westerse koers van Turkije”, aldus Gül, “had men graag gezien dat we radicale uitspraken zouden doen: dat we bijvoorbeeld zouden aankondigen dat Turkije zich uit de NAVO terugtrekt als we aan de macht kwamen, of dat we alle banden met het Westen willen verbreken. Nu we getuigen van een genuanceerder aanpak is er een soort hetze in de media tegen ons aan de gang die simpelweg is gebaseerd op het gegeven dat men wil voorkomen dat de politieke islam aan de macht komt in Turkije.” In dat licht moet men de ophef zien die er in de afgelopen weken is gemaakt over de uitspraken van partijleider Necmettin Erbakan over de islamitische dinar als eventueel betaalmiddel in Turkije, over zijn felicitaties aan het adres van de Islamitische Republiek Iran en over de kritiek van de Welvaartspartij op de douane-unie tussen Turkije en de Europese Unie (EU). “De islamitische dinar is geen uitvindsel van Erbakan”, aldus Gül. “Die wordt door de Islamitische Ontwikkelingsbank, onderdeel van de Islamitische Conferentie Organisatie waarvan 48 landen lid zijn, als munteenheid gebruikt. Vergelijkbaar met de ecu binnen de EU. Erbakan heeft de islamitische dinar als het symbool opgevoerd van zijn wens om de economische relaties van Turkije met de islamitische wereld verder te ontwikkelen.”

Maar roept de partij door het islamitische bewind in Iran te prijzen niet zelf de verdenking op zich dat Turkije wel degelijk aan de vooravond staat van een fundamentele koerswijziging als de politieke islam aan de macht komt?

“Erbakans uitspraak heeft gezien het feit dat er onderhandelingen op stapel stonden met de centrum-rechtse Moederlandpartij van Mesut Yilmaz over de vorming van een coalitieregering een extra lading gekregen. Wat hij feitelijk heeft gedaan is het bezoeken van een receptie van de Iraanse ambassade in Ankara ter gelegenheid van de 17de verjaardag van de Islamitische Revolutie. Daar heeft hij inderdaad lovende woorden gesproken. Maar dat wil nog niet zeggen dat we het voor 100 procent eens zijn met de ontwikkelingen in Iran. Maar persoonlijk prefereer ik het huidige regime boven het bewind van de sjah. Iran is een meer open samenleving dan islamitische staten als bijvoorbeeld Saoedi-Arabië, Libië, Algerije, zelfs Tunesië. De Amerikanen mogen zo hun eigen problemen met Iran hebben, maar dat dwingt ons er nog niet toe om dezelfde opstelling te kiezen.”

En de douane-unie? Zou u dit vrijhandelsakkoord niet het liefst in de prullenmand gooien?

“We hebben er nooit een geheim van gemaakt dat er artikelen in dit akkoord staan die we niet kunnen accepteren en dat we grote bezwaren hebben tegen het feit dat Turkije geen volwaardig lid is van de EU. Daardoor verkeren we in een afhankelijke positie. Er worden beslissingen genomen waaraan we ons moeten houden, zonder dat we in staat zijn invloed op het beleid uit te oefenen. Zo is het voor ons als partij onaanvaardbaar dat op basis van de douane-unie niet alleen onze handel met de lidstaten van de EU wordt gereguleerd, maar Brussel tevens beslist hoe onze handelsverhoudingen met de rest van de wereld er uitzien. Juist over dit punt willen we de onderhandelingen met Brussel heropenen.”