Trouwen

Een grote advertentie in het regionale dagblad meldde een vacature voor ambtenaar van de burgerlijke stand, uitsluitend belast met het voltrekken van huwelijken. “Uw taken zijn: het houden van kennismakingsgesprekken met het aanstaande bruidspaar en het voltrekken van huwelijken.”

Voor de aan te stellen huwelijksvoltrekker blijkt een vergoeding van 60 gulden bruto per huwelijk beschikbaar. Ik had wel eens gelezen dat een naburige gemeente 90 gulden betaalt, maar onze gemeente staat niet voor niets als zuinig bekend.

Het baantje van huwelijksvoltrekker spreekt mij wel aan: het heeft iets vrolijks om bij een bruiloft betrokken te zijn. Dus solliciteer ik en word tot eigen verbazing aangesteld, zelfs 'in vaste dienst'. Voor een 63-jarige man niet gek, ook omdat deze gemeente een voorkeursbeleid heeft voor vrouwen, gehandicapten of mensen uit etnische minderheidsgroeperingen.

Na ontvangst van mijn aanstellingsbrief blijk ik nog geen huwelijken te mogen bevestigen. Eerst behoor ik een eed af te leggen bij de Arrondissementsrechtbank. Nieuwsgierig van aard wil ik direct weten hoe die eed er uitziet. Op naar de bibliotheek om het Burgerlijk Wetboek erop na te slaan.

Artikel 16.4 van Hoofdstuk 4 (burgerlijke stand) in Boek I (personen en familierecht) geeft uitsluitsel.

De volledige tekst van de af te leggen eed staat in het BW vermeld:

Ik moet de betrekking eerlijk en nauwkeurig vervullen, de wettelijke voorschriften nauwgezet opvolgen en verklaren dat ik 'middellijk noch onmiddellijk' iemand iets heb gegeven of beloofd om deze betrekking te krijgen. Ook mag ik geen geschenken aannemen van iemand die iets van mij gedaan wil hebben. Zo waarlijk... Nu ben ik dus huwelijksvoltrekker en plaatst de regionale krant een foto waar ik op het bordes van het gemeentehuis sta. Wat de betrekking feitelijk inhoudt hoor ik van een kennis: de beëdigd ambtenaar neemt de wettelijk voorgeschreven trouwbelofte af en ondertekent de huwelijksakte.

Meestal verwacht men ook dat de ambtsdrager de huwelijksplechtigheid met een speech opent en enkele persoonlijke opmerkingen over het bruidspaar te berde brengt. Gastvrouwen helpen de huwelijksbevestiger met het opvangen van de bruiloftsstoet. Maar onverwachte dingen kunnen altijd gebeuren.

In mijn woonplaats circuleert een verhaal over Egbert die na zijn scheiding al snel met een ander trouwde. Tijdens de ondertekening van de huwelijksakte door het jonge paar heerste een plechtige stilte. Die werd kennelijk te veel voor de broer van Egbert, want hij schuifelde behoedzaam naar voren en fluisterde voor iedereen goed verstaanbaar: “Egbert, doe het maar met potlood, jong; dan kun je het gemakkelijk weer uitgummen.”

De huwelijksbevestiger schijnt zich nogal opgelaten gevoeld te hebben en draait sindsdien tijdens het tekenen een bandje met bruiloftsmuziek: “Om de stilte op te vullen, snap je.”

De chef van de burgerlijke stand wil binnenkort de vier huwelijksbevestigers in onze gemeente om de tafel hebben. In mijn fantasie gaan wij praten over 'de markt van huwelijksbevestigers'. Bruidsparen mogen immers zelf bepalen in welke gemeente ze willen gaan trouwen. Als huwelijksbevestigers moeten wij zo populair worden dat ook bruidsparen uit naburige gemeenten bij ons willen trouwen! Met moderne marketingtechnieken kan onze gemeente uitgroeien tot dé trouwgemeente en heeft het gemeentebestuur er een mooie extra inkomstenbron bij. Of is mijn fantasie op hol geslagen en is concurrentie nog onbekend in de gemeentelijke bureaucratie?

Want dat je iets moois van een trouwplechtigheid in het gemeentehuis kunt maken staat wel vast. De rode loper uitleggen en geliefde muziek bij binnenkomst van het bruidspaar. Een boeiende toespraak van de huwelijksbevestiger, poëtisch en doorspekt met leuke anekdotes. Inspelen op wat het aanwezige publiek verwacht: een lach en een traan. Romantiek en voor anderen dramatiek in het gemeentehuis. De overheid heeft vele gezichten!