Tribunaal vaardigt vrijwel zeker aanhoudingsbevel uit; Martic had zelf aanval met raketten erkend

Het tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië hoorde gisteren getuigen in een aanklacht tegen de voormalige president van de nimmer erkende 'Servische Republiek Krajina', de 'republiek' van de Kroatische Serviërs. De hoorzittingen moeten de kans op aanhouding van de verdachte vergroten.

DEN HAAG, 28 FEBR. Er zijn maar weinig wapenfeiten in de oorlog in voormalig Joegoslavië waarvoor de dader zich zo openlijk verantwoordelijk heeft gesteld als de bombardementen van mei vorig jaar op de Kroatische hoofdstad Zagreb door de Kroatische Serviërs. De dader is Milan Martic, de toenmalige president van de 'Servische Republiek Krajina'. Martic heeft er nooit geheimzinnig over gedaan dat hij de opdracht heeft gegeven de stad te bestoken, als vergelding voor de aanval van het Kroatische leger op West-Slavonië, dat toen nog deel uitmaakte van Martic' eenzijdig uitgeroepen 'republiek' en dat in korte tijd door de Kroaten werd ingenomen (enkele maanden later volgde - op Oost-Slavonië na - ook de rest van Martic' 'republiek'.)

Het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië achtte de bombardementen op Zagreb in strijd met het oorlogsrecht en klaagde Martic aan. Volgens het tribunaal gebruikte de leider van de Kroatische Serviërs een terreurwapen tegen de burgerbevolking om de Kroatische leiders onder druk te zetten.

Op 2 mei 1995 om ongeveer half elf 's morgens klonk in de Kroatische hoofdstad kort achter elkaar een serie donderende explosies. De verraste inwoners van de stad ontwaarden grote ravage en doden op een aantal plaatsen in het oude centrum bij de stad en bij het vliegveld. De bomen hingen vol met kleine metalen cilinders aan lange witte lussen.

Martic had de stad laten beschieten met clusterbommen: kleine cilinders met een explosieve lading die volgepakt zaten met metaaldeeltjes. De dodelijke cilinders waren naar Zagreb getransporteerd in een raket van het type 'Orkaan'. Op geringe hoogte van de stad waren de fragmentatiebommen door middel van een explosie over de bebouwing uitgegooid en door de draaiende beweging die de linten in de lucht maken op scherp gezet. Eenmaal op de grond knalden de cilinders met een venijnige klap uit elkaar. Op Zagreb waren die tweede mei zes raketten afgevuurd vanuit de zuidelijker gelegen Krajina, met elk 268 cilinders die elk weer 400 deeltjes metaal bevatten. De stad telde zeven doden en 186 gewonden, van wie de meerderheid ernstig. De volgende dag, op 3 mei, volgden nog eens zes raketten. Bij deze aanvallen vielen twee doden en ruim 50 gewonden.

Bij de hoorzittingen gisteren, die moeten uitmonden in een internationaal arrestatiebevel tegen Martic, werd duidelijk dat de aanvallen geen enkel militair doel hadden geraakt, of daarop gericht waren geweest. Twee Kroatische politierechercheurs die onderzoek hadden verricht, getuigden voor het tribunaal uitvoerig dat slechts burgers en hun eigendommen waren geraakt. Een bom was in de buurt gevallen van een kinderziekenhuis en een serie bejaardenwoningen. Een videofilm van het Kroatische ministerie van Binnenlandse Zaken toonde de schade en de slachtoffers uitvoerig en in close up. Als Martic met de raketaanvallen militaire doelen had willen raken, dan had hij met Orkaan-raketten met clusterbommen het verkeerde wapen gebruikt: een Orkaan, met een reikwijdte van 50 kilometer, geladen met clusterbommen is bedoeld voor soft targets, zoals soldaten op een slagveld of lichte pantservoertuigen.

Zowel de rechters als de aanklagers in het VN-tribunaal waren verbaasd, dat die twee aanvallen niet veel meer doden hadden opgeleverd. De aanklager sprak van “een groot geluk”: veel van de kleine cilinders hebben simpelweg hun werk niet goed gedaan. Van de drieduizend cilinders die op Zagreb waren gevallen, was eenderde niet ontploft. De eerste raketten waren bovendien op een tijdstip gevallen dat het buiten op straat niet al te druk was. Bij de tweede aanval de volgende dag waren de meeste mensen thuisgebleven, uit angst voor herhaling.

Volgende week donderdag zullen de rechters laten weten of voor Martic een internationaal arrestatiebevel wordt uitgevaardigd. De kans daarop is nagenoeg honderd procent, vooral omdat de aangeklaagde erkent de bommen te hebben gestuurd. Hij deed dat voor het laatst afgelopen zaterdag tegenover het Amerikaanse persbureau AP in de Bosnisch-Servische stad Banja Luka. Martic zei bij die gelegenheid tot de aanval te hebben besloten omdat de Kroaten de vluchtende Kroatische Serviërs zouden hebben bestookt. Drie maanden voor de aanval op Zagreb had Martic' opperbevelhebber in een vraaggesprek al gezegd dat de Kroatische Serviërs burgers in Zagreb zouden aanvallen als Kroatië een vinger naar de Krajina zou uitsteken. “Het is niet leuk, maar het is oorlog en het moet”, aldus de generaal, die erkende alle steun van zijn president, Milan Martic, te krijgen.

Martic heeft laten weten niet bereid te zijn naar Den Haag te komen. Een berechting is volgens hem een “politiek proces” dat bovendien op oneerlijke wijze wordt gevoerd. Als het een gewone rechtbank was geweest, was hij misschien nog wel gekomen. Maar nu niet. Zeker niet nu volgens hem Westerse landen de schuld voor de hele oorlog in de schoenen van een paar mensen willen schuiven die de leiding hadden, zoals hijzelf, zijn Bosnisch-Servische ambtgenoot Radovan Karadzic en diens opperbevelhebber, generaal Ratko Mladic.

    • Z.C.A. Luyendijk