Te veel 'mailings' kan liefdadigheid inkomsten kosten

ROTTERDAM, 28 FEBR. Liefdadigheidsinstellingen die donateurs bestoken met grote hoeveelheden mailings en acceptgiro's zullen op den duur steeds minder opbrengsten binnen krijgen. Dat verwacht directeur J. Lasker van bureau Mediad in Rotterdam, dat onderzoek heeft gedaan naar de 'geefmotieven' van donateurs aan fondsenwervende instellingen.

Bij de Consumentenbond en bij het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) klagen steeds meer donateurs over de agressieve manier waarop zij worden benaderd. Zij worden door charitatieve instellingen overspoeld met grote hoeveelheden mailings. Ook krijgen ze blauwe acceptgiro's in plaats van groene. Een blauwe acceptgiro mag pas worden verstuurd als de donateur al heeft gereageerd op drie groene. De als vrijblijvend bedoeld groene acceptgiro is voor de charitatieve instellingen echter duurder dan een blauwe. De Vereniging van Nederlandse Banken (VNB) wil onderzoeken of de instellingen misbruik maken van blauwe acceptgiro's. De woordvoerder van de VNB gaat vooralsnog van uit dat de klachten van donateurs betrekking hebben op incidenten die het gevolg zijn van vergissingen.

Volgens Lasker zullen instellingen moeten oppassen voor een 'overkill' aan mailings, waardoor potentiële donateurs kunnen worden afgeschrikt. Ook lopen de liefdadigheidsinstellingen het risico het CBF-Keur mis te lopen. Dit keurmerk garandeert vanaf deze zomer donateurs dat niet meer dan een kwart van de opbrengst opgaat aan de kosten van de organisatie? De hoge kosten van mailings en voorgedrukte acceptgiro's drukken volgens de woordvoerder van het CBF zwaar op de opbrengst van een actie: “Onze norm voor het Keur is dat de kosten niet meer dan een kwart mogen bedragen van de opbrengst. Met deze dure acties overschrijden instellingen die norm en verliezen ze het Keur.” Hij verwacht dat donateurs vanzelf de volgens hem veelal buitenlandse instellingen zullen mijden, omdat die organisaties het keurmerk missen.

Toch heeft directeur P. Rijnders van de Stichting Ronald McDonald Kinderfonds ernstige bezwaren tegen het CBF-Keur. Hij vindt dat het CBF het kleine organisaties onmogelijk maakt grote verwingscampagnes te houden. De woordvoerder van het CBF vindt de norm van 25 procent “al aan de ruime kant”. Ronald McDonald besteedde volgens het jaarverslag van de CBF over 1994 36 procent van de gewerfde fondsen aan de kosten van de organisatie, maar volgens Rijnders is dat een voorlopig cijfer. De wijze van kostenberekening verschilt per instelling en Rijnders verwijt het CBF hun opgaaf voorbarig te hebben gepubliceerd. Uit het jaarverslag van het CBF blijkt dat twintig van de 345 aangesloten instellingen de limiet overschrijden. Volgens de woordvoerder van het CBF is het meningsverschil over de kostenberekeningen bijgelegd, maar hoeft over de 25 procent-norm niet gesproken te worden. “Die norm is vastgesteld nadat in een enquête in 1991 het Nederlandse publiek dat percentage wenselijk vond.”