Rijksarchief gaat op zoek naar lucratieve diensten

De Rijksarchiefdienst is sinds kort een 'agentschap'. Het 'geheugen van Nederland' gaat op de commerciële toer.

DEN HAAG, 28 FEBR. De Rijksarchiefdienst wil het ambtelijk imago van zich afschudden. Met klantvriendelijk en servicegericht beleid zal het archief nieuwe produkten gaan ontwikkelen, zoals stamboomonderzoek op bestelling en digitalisering van archiefmateriaal. Het nieuwe beleidsplan 'De muren geslecht 1997-2000' meldt: “Klantgerichtheid vormt de leidraad voor het handelen van de gehele Rijksarchiefdienst.”

De cultuuromslag is een gevolg van de zelfstandiger status die per 1 januari door staatssecretaris Nuis (Cultuur) is verleend. Onlangs ondertekende Nuis het statuut dat van de Rijksarchiefdienst een 'agentschap' van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen maakt. De dienst beheert behalve documenten van de rijksoverheid ook veel persoonlijke archieven, zoals die van de politici Gerbrandy, Romme, Stikker en Vondeling.

Op 1 januari werd de Archiefwet 1995 van kracht. Hierin is vastgelegd dat ministeries en provincies hun documenten voortaan al na twintig jaar in plaats van na vijftig jaar aan het Rijksarchief zullen overdragen. Het archief in Den Haag is het grootste van de twaalf Rijksarchieven in de provincies die samen de Rijksarchiefdienst vormen. Den Haag beheert ruim 170 kilometer materiaal, waaronder 525.000 kaarten en tekeningen en 88.000 charters (gezegelde akten op perkament). Het archief groeit jaarlijks met 2,5 kilometer en 1.500 kaarten en tekeningen. In het jaar 2000 zal het materiaal de 200 kilometer overschrijden. Zolang het algemeen belang en het recht op privacy niet worden geschonden zijn de archieven openbaar en door iedere burger te raadplegen.

De zelfstandigheid van het Rijksarchief beperkt zich tot de bedrijfsvoering. Minister Ritzen (OCW) blijft politiek verantwoordelijk. De 320 personeelsleden behouden hun rechtspositie als ambtenaar. Het belangrijkste gevolg is dat het Rijksarchief de inkomsten die het van de rijksoverheid krijgt zelf moet aanvullen. Een marketingbureau heeft adviezen gegeven en in 'Beleidsvisie 2002' is de koers voor de komende jaren uitgezet. Een uitvloeisel hiervan, het beleidsplan 'De muren geslecht', is onlangs overhandigd aan staatssecretaris Nuis met het oog op de Cultuurnota in het najaar.

H. Mulder, hoofd voorlichting, internationale aangelegenheden en directielid van de dienst, ziet grote mogelijkheden voor het archief: “We gaan marktgerichter werken. Er valt op veel fronten geld te halen. En dat is nodig ook. Door de nieuwe archiefwet zal het aantal aanvragen sterk toenemen, volgens berekeningen met ruim zestig procent, van bijna 900.000 tot 1,5 miljoen in 2000. De personeelskosten stijgen mee en de digitalisering van ons bestand kost veel geld.” Mulder wijst naar een van de vele tabellen. Voor digitalisering, het omzetten van archiefmateriaal in elektronische bestanden, is voor dit jaar 1,7 miljoen gulden uitgetrokken, oplopend tot 4,4 miljoen in 2000. “Binnen afzienbare tijd moeten mensen thuis via hun modem archieven digitaal kunnen raadplegen. Tegen redelijke betaling”, zegt Mulder. De dienstverlening op afstand is een onderdeel van het samenwerkingsproject Digitale Duurzaamheid met Binnenlandse Zaken en OCW.

Om de stijgende uitgaven, begroot op 41 tot 48 miljoen gulden in 2000, deels zelf te kunnen betalen heeft het Rijksarchief eigen inkomstenbronnen bedacht, dit jaar voor anderhalf miljoen gulden. Mulder: “Het raadplegen van archieven blijft gratis. Voor bepaalde vormen van dienstverlening moet worden betaald. Onderzoek verricht door een archivaris kost nu 50 gulden per half uur. Een andere lucratieve vorm is de kant en klaar af te leveren stamboom aan particulieren. Ook denken we aan het verhuren van topdocumenten voor tentoonstellingen en het aanleggen en beheren van archieven voor bedrijven. Zo hebben we recent een contract voor bijna 4,5 miljoen gulden met de NS afgesloten. We gaan drie kilometer spoorwegarchief bewerken en opslaan. En we zijn met nog een paar grote vissen bezig. Een ambitieus inkomstenplaatje dat we natuurlijk nog moeten gaan waarmaken.”

De belangstelling voor het Rijksarchief is de laatste jaren flink toegenomen. Naast nieuwsgierige burgers zijn het vooral wetenschappers, biografen en journalisten die het belang van archieven inzien. Algemeen rijksarchivaris E. Ketelaar geeft als verklaring de toenemende belangstelling voor geschiedenis in het algemeen. “Daarnaast zijn de archiefdiensten zich nadrukkelijker gaan profileren. In deze tijd van constante nieuwe ontwikkelingen zijn mensen op zoek naar houvast, naar herkenningstekens. En die liggen bij ons in de vorm van perkamenten en andere documenten.”

Het personeel wordt op dit moment intern bijgeschoold. Het is nog niet duidelijk welke van de duizenden archieven in elektronische bestanden worden omgezet. Mulder: “Het zal om sleuteldocumenten gaan. We moeten keuzes maken, alles omzetten is onbetaalbaar. Waardevolle historische documenten als ons oudste zegel uit 1024 en de akte van Gijsbrecht van Amstel uit 1285 blijven natuurlijk zorgvuldig bewaard, maar kunnen ook op cd-rom. Eigentijdse documenten worden reeds op digitale bestanden vastgelegd. Als we nu niet meedoen, missen we de boot. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Over uiterlijk vijf jaar willen we een aansluiting op de elektronische snelweg hebben. Begin volgende eeuw moet eenieder op zijn eigen scherm archieven kunnen opvragen. Tegen betaling, natuurlijk.”