Muziektheater over vluchtende dictators

Voorstelling: Baby Doc/Ceausescu (Eight Kings for a mad Song part 3), door Cosmic. Tekst en concept: Michael Matthews. Gezien: 23/2 Chassé Theater, Breda. Van 28/2 t/m 2/3 en van 6 t/m 10/3 in Theater Cosmic Amsterdam. Tournee t/m 29/3. Inl 020-6228858.

Negen songs liet de op 11 januari overleden theatermaker Michael Matthews na, plus een fragmentarisch script. Theater Cosmic maakte van dit materiaal een voorstelling, in de hoop met het resultaat de inspirator een plezier te doen.

Baby Doc/Ceausescu is voor een breed en internationaal publiek toegankelijk, en dat is in elk geval een eigenschap die de van oorsprong Amerikaanse Michael Matthews in het theater hogelijk waardeerde. Gesproken wordt er niet in deze muziektheaterproduktie, wel gezongen: in het Engels, op een enkel Nederlands stoorzinnetje na. En op Ali ¢ifteci na lijken alle spelers geselecteerd te zijn op hun zangtechnische kwaliteiten. De composities van Rob Hauser, ten dele live uitgevoerd door Paul van Utrecht, zijn een mix van gladde soul, Arabische zingzang en griezelige seriële muziek à la Philip Glass.

Een sonoor achtergrondgedreun zorgt direct voor spanning. Twee mensen, een man en een vrouw, wachten op het vertrek van hun vliegtuig; ze zijn nerveus, zoals alle luchtreizigers. Alleen door het tweede deel van de titel op dit paar te betrekken begrijp je waarom de man de zithoek in de VIP-vertrekhal zo nauwgezet inspecteert. Deze paranoïde heer is Nicolae Ceausescu; hij en zijn vrouw Elena zijn op de vlucht voor het volk.

Om de tien minuten trekt de aan smetvrees lijdende dictator een nieuw paar witte handschoenen aan. 'These hands/ these are not/ my hands/ they quiver and shake', constateert hij verontrust, en samen met zijn vrouw construeert hij al zingend een verleden dat het spook van de angst moet verdrijven. Hadden zij niet het beste met de bevolking voor? Dat het misging in hun land, betogen ze, is de schuld van de studenten. En kijk, een tweede stel komt binnenzeilen en stemt met volle borst met de Ceausescu's in.

De eveneens gevluchte Haïtiaanse dictator Baby Doc Duvalier en zijn minnares Michelle Bennett, gespeeld door Ali ¢ifteci en Lucretia van der Vloot, bezitten wel meer swing dan de twee andere wachtenden (Philip Curtis en Sandra Macrander), maar verder zingen zij precies hetzelfde liedje. Het is alsof Matthews, zelf een zwarte, wilde zeggen dat gekleurde machthebbers geen haar beter zijn dan hun witte collega's: in zijn tekst kunnen beide partijen bogen op een rijke verscheidenheid aan martelpraktijken.

Als in een flits verschijnt op het achtertoneel een sculptuur van een magere man met een emmer over zijn ogen - een toonbeeld van hulpeloosheid en verlorenheid. Zodra de kille luxaflex-tussenwand die nachtmerrieachtige verschijning weer aan het oog onttrekt kan ook het publiek opgelucht ademhalen: de liedjes mogen dan wel een bittere strekking hebben, bij elkaar leveren ze toch vooral een leuke avond op. Tè leuk, met de lolligste van de klas, Ali ¢ifteci, heel eventjes als showmaster in een dinosaurussenpak en het complete viertal in vaak opzettelijk truttige musical-poses.

Zeker, een voorstelling van Michael Matthews zonder humor is ondenkbaar. Maar de twee vorige delen van zijn dictatoren-cyclus Eight Kings for a mad Song hadden toch een grimmiger aanzien - en daarmee een indringender effect.

    • Anneriek de Jong