Jol en KNVB volharden in standpunten

AMSTERDAM, 28 FEBR. Scheidsrechter Dick Jol, beschuldigd van illegaal gokken, heeft vanmorgen in hoger beroep geëist dat hij weer voetbalwedstrijden mag fluiten. “De tijd is rijp voor rehabilitatie”, zei advocate C. Bottinga tijdens de rechtszaak in het Amsterdamse gerechtshof. De voetbalbond was het daarmee niet eens. Volgens mr. H. Utermark van de KNVB “staat de kwestie nog steeds ter discussie”.

Voor de KNVB was het feit dat de naam van de Haagse scheidsrechter in diskrediet is gebracht aanleiding om hem op 2 november op non-actief te stellen. Er is sindsdien niets veranderd, aldus Utermark. Hij achtte het derhalve onmogelijk dat Jol weer kan gaan fluiten. Bovendien, zo zei de raadsman, had de arbiter sinds de eerste rechtszaak in november niet kunnen aantonen dat hij in deze kwestie onschuldig is. “Als dat komt vast te staan, kan hij natuurlijk opnieuw functioneren”, aldus Utermark. De advocaat noemde dat echter “theorie”.

De KNVB gaat er nog steeds van uit dat Jol in een Haagse groentezaak geld heeft ingezet op wedstrijden die hij zelf leidde. Het zou ten minste om drie duels gaan. De beschuldigingen werden in oktober geuit in het tv-programma Deadline. De voetbalbond bracht geen nieuwe getuigenverklaringen of feiten naar voren en beroept zich nog steeds op een verklaring van de heer Hogewoning uit Rijnsburg.

Hogewoning wilde dat zijn naam anoniem zou blijven, maar dat is tijdens de afgelopen getuigenverhoren niet gelukt. KNVB-functionaris Rijkhoek maakte daarbij ook bekend dat Hogewoning tot zijn onthulling was gekomen omdat hij zich in mei 1993 had gestoord aan de gele kaart die Jol aan Feyenoorder Bosz had gegeven in een wedstrijd tegen MVV. Daardoor miste de middenvelder vier dagen later de kampioenswedstrijd in Groningen.

Hogewoning zou zelf hebben gezien dat Jol geld inzette. De man weigerde echter gehoord te worden in de getuigenverhoren bij de voorbereiding op het hoger beroep. Volgens Utermark is er echter geen enkele reden om aan de eerdere onder ede afgelegde verklaring van Hogewoning te twijfelen. De advocate van Jol stelde daarentegen dat “er geen grond is voor de stellingen van die ene, anonieme meneer”. “De KNVB had in plaats van Jol te verstoten haar lid in bescherming moeten nemen.”

Jol eist dat de KNVB hem binnen vier weken na de uitspraak weer aanstelt voor wedstrijden in de Nederlandse competitie en tevens voordraagt voor de internationale lijst. Bovendien wil de Hagenaar een bedrag van 4.500 gulden voor elke maand die hij niet heeft gefloten en een schadevergoeding van 10.000 gulden 'wegens aantasting van eer en goed naam'.

Rechtbankpresident C. Willems doet op 28 maart uitspraak.

    • Hans Klippus