Joegoslavie; 'Gouden vingers' niet welkom

George Soros, de Amerikaanse speculant, miljardair en filantroop van joods-Hongaarsen huize, is niet langer welkom in Joegoslavië. Na een campagne van de Servische media, die Soros beschuldigden van alles wat lelijk is - van spionage tot het maken van anti-Servische propaganda - kwam eind vorige week het Servische Hooggerechtshof tot de 'ontdekking' dat er iets schortte aan de registratie (in 1991) van de Soros Foundation en dat Soros zijn stichting derhalve moet sluiten.

De motieven voor de campagne tegen Soros zijn niet ver te zoeken. In Joegoslavië worden later dit jaar verkiezingen gehouden, en al lopen de regerende socialisten van Slobodan Milosevic geen gevaar, verkiezingen worden in Servië toch steevast als aanleiding gebruikt om alles wat niet in Milosevic' straatje loopt aan te pakken. Niet voor niets werd vorige week met een politie-inval en een juridische beslissing een eind gemaakt aan de onafhankelijkheid van Serviës enige onafhankelijke televisiezender, Studio B. En omdat George Soros' stichting in Joegoslavië projecten steunde die een doorn in het oog van het regime vormen, lag het min of meer voor de hand dat ook hij zou worden aangepakt.

Soros, 'de man met de gouden vingers', verdiende honderden miljoenen met zijn speculaties en sloeg zijn grootste slag in 1992, toen hij 'het pond kraakte' door te speculeren op de uittreding van het Britse pond uit het Europees Monetair Stelsel. Die coup leverde hem een miljard dollar op. Hij is niet altijd zo succesvol, want in 1994 beliep zijn persoonlijk inkomen 'slechts' zeventig miljoen dollar, maar dat inkomen is groot genoeg om Oost-Europa te helpen op een schaal die geen enkele andere particulier zich kan permitteren en waartoe zelfs maar weinig regeringen bereid zijn.

Sinds de val van het socialisme heeft de Soros Foundation in alle landen van Oost-Europa, inclusief ex-Joegoslavië en de voormalige Sovjet-Unie, projecten gesteund die de ontwikkeling van de democratie en de vorming van een vrije-markteconomie ten goede komen. Soros financiert ten bedrage van honderden miljoenen netwerken van humanitaire projecten, organiseert economische congressen en culturele uitwisselingen, betaalt universiteiten, onafhankelijke media en projecten die minderheden ten goede komen, voorziet studenten van beurzen voor studies in het Westen, richt ziekenhuizen en kindertehuizen op - kortom, doet veel om in al die Oosteuropese landen humanitaire drama's te beperken en een 'open samenleving' te verwezenlijken.

Niet overal vallen die bemoeienissen echter in goede aarde, omdat niet alle nieuwe machthebbers in Oost-Europa zo'n open samenleving wensen. Hoe minder democratisch machthebbers zijn, hoe minder ze Soros' bemoeienissen tolereren. In Bulgarije was vorig jaar de ex-communistische regering Soros' Amerikaanse universiteit in Blagojevgrad een doorn in het oog: het staatsmonopolie op het onderwijs was in gevaar! Roemeense ultra-nationalisten, die ook al weinig belang hebben bij Soros' ideaal van een open samenleving, vielen over zijn joodse en Hongaarse afkomst en maakten hem zwart als spion. President Loekasjenko van Wit-Rusland dwong Soros zelfs zich geheel uit zijn land terug te trekken door veertig procent invoerbelasting te heffen op de door de filantroop geïmporteerde hulpgoederen en door Soros te bruskeren toen die naar Minsk kwam.

De in Slowakije regerende nationalisten van premier Meciars Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS) struikelden vorig jaar net als hun Roemeense geestverwanten over Soros' Hongaarse afkomst nadat Soros had gewaarschuwd voor een gevaar van een afglijden naar het fascisme in Oost-Europa, en daarbij als voorbeeld behalve de Kaukasische landen, Servië en Kroatië ook Slowakije had genoemd. De spreekbuis van Meciars partij bestempelde Soros als “een Hongaarse emigrant die walgelijke schimpscheuten de voorkeur geeft boven argumenten” en HZDS-parlementariërs timmerden een resolutie in elkaar waarin Soros tot persona non grata werd verklaard.

In Servië schonk Soros vorig jaar vijftien miljoen dollar aan kindertehuizen. Zijn stichting financierde voor een even groot bedrag andere projecten van allerlei aard, zoals humanitaire hulpverlening aan Servische vluchtelingen uit Bosnië en Kroatië en onafhankelijke Albanees-talige media in Kosovo. Dat laatste project was uiteraard een steen des aanstoots voor de Servische autoriteiten, die eerder een eind hadden gemaakt aan de publicatie van alle onafhankelijke èn alle Albanees-talige media in Kosovo. Al deze projecten zijn ten dode opgeschreven nu Soros' stichting haar werk heeft moeten staken.

De Amerikaanse regering heeft Belgrado inmiddels gewaarschuwd dat de campagnes tegen Soros en tegen Studio B “zullen leiden tot een mislukking van de pogingen van Joegoslavië om weer te worden toegelaten tot de internationale financiële instanties”.

    • Peter Michielsen