'Is Israel het veiligste land voor joden?'

TEL AVIV, 28 FEBR. Een machteloze woede, gevoed door een diep wanhoopsgevoel en geestelijke uitputting heeft zich na de jongste aanslagen, in Jeruzalem en Ashkelon, van het Israelische volk meester gemaakt. Ruim drie maanden geleden werd premier Yitzhak Rabin in Tel Aviv door de Israelische nationalist Yigal Amir vermoord. Die schokkende moord heeft een zware tol geëist van de geestelijke weerbaarheid. Nooit eerder, ook niet tijdens de moeilijkste aller oorlogen, die van 1973, is het legendarische Israelische zelfvertrouwen zo sterk op de proef gesteld als in de rouwdagen om Rabin. Ook toen werden levensvragen gesteld, maar minder intens dan nu. “Is Israel inderdaad het veiligste land voor joden?”

“Vorige week wandelde ik met mijn vriend voor de eerste maal na lange tijd weer in de oude stad van Jeruzalem. Maar nu, na de bomaanslag van zondag in de bus, zien ze me er niet meer. Ik ben doodsbang me onder Arabieren te begeven. En een bus in Jeruzalem ga ik nooit meer in.” Het is een verhaal van een vrouw uit Tel Aviv. Ze voegt eraan toe dat een vriendin in Jeruzalem haar 's ochtends telefonisch op de hoogte stelde van het besluit van haar zoon om een auto te kopen om zich “te bevrijden” van de dagelijkse busritten.

De twee aanslagen in Jeruzalem, op zondag de bus en maandag de Fiat die op een groep mensen bij een busstation inreed, en de aanslag in Ashkelon hebben een deuk geslagen in het Israelische zelfvertrouwen. Zesentwintig doden, onder wie negen immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie en meer dan tachtig gewonden zijn na alle zelfmoordaanslagen die eraan zijn voorafgegaan en de moord op Rabin voor velen een te zware last om de toekomst met hoop en vertrouwen tegemoet te kunnen zien. Plotseling is er geen perspectief meer, in één klap is de handdruk tussen premier Yitzhak Rabin en PLO-leider Yasser Arafat in Washington verleden tijd geworden.

Radio en tv-programma's houden zich sedert 'zwarte zondag' bezig met de vraag of het bestaan van Israel in gevaar is. Dat Israel het sterkste leger in het Midden-Oosten heeft en dat het land een ongekende bloeitijd doormaakt lijkt achter het gordijn van emoties weg te vallen. De denkwereld en de emoties zijn gericht op de uiteengereten bus, op de begrafenissen, op het achtjarige Russische jongetje dat in één klap wees in Israel werd en moedig zei te hopen “er overheen te kunnen komen”.

Psychologen mengen zich met overigens uiteenlopende meningen in dit nationale debat. Sommigen constateren dat de Israeliërs getraumatiseerd zijn, bang ook. “Het nationale gevoel is op een dieptepunt verzeild geraakt”, aldus een van de vele psychologen die aan het woord kwamen.

Pag.4: Duidelijke lijn tussen rouw om Rabin en nu

“De mensen halen de trekker gemakkelijk over en dat verklaart het onmiddellijk schieten op de chauffeur van de Fiat die op de wachtende mensen bij de bus inreed.”

Tussen het rouwpatroon van nu en om Rabin loopt een duidelijke lijn. In beide gevallen is de reactie ingetogen, naar binnen gekeerd. Bij de rouw om Rabin was er op de binnenlandse 'vijand' na geen uitlaatklep voor de emoties. Vooral de jeugd bezon zich zachtjes zingend, bij brandende kaarsen op de diepere betekenis van de moord op Rabin en de betekenis van de herrijzing van de joodse staat. Deze week nam de rouw om de nieuwe slachtoffers van de Palestijnse terreur het patroon van de inkeer om de moord van Rabin over. 'Kinderen van de kaarsen' noemt de generatie jonge Israeliërs die leiding geeft aan dit nieuwe rouwpatroon zichzelf.

Ditmaal is er wel een externe vijand en toch werd de pijn zonder gewelddadige demonstraties geabsorbeerd. Bij vorige zelfmoordaanslagen in bussen, bij voorbeeld in Tel Aviv, had de politie de grootste moeite om de anti-regeringsdemonstraties in toom te houden. Is het geestelijke uitputting, apathie misschien na zoveel bloed, die dit nieuwe gedragspatroon verklaart? Of is het de diepe doorwerking van de rouw om Rabin op het Israelische volk?

Wonderlijk is het dat waar 'gewone' burgers zwijgen of hulpeloos omhoog kijken juist schrijvers van allure zo te keer gaan. Dat Ehud Barak, de ex-opperbevelhebber die minister van Buitenlandse Zaken werd, “het moeras wil opdrogen waarin de muskieten (Palestijnse terroristen) welig tieren” is niet zo vreemd. Met zo'n omschrijving van de vijand plaatst hij zich in de rijen van de andere politieke ex-opperbevelhebber, Raful Eitan (de leider van de Tsomet-partij) die ten tijde van de Libanese oorlog de Palestijnse strijders “kakkerlakken” noemde.

Yizhar Smilanski, een van Israels bekendste schrijvers, kwam gisteren in een woedend artikel in Ha'arets met de term “kannibalen” op de proppen. “Wat ons betreft kunnen we niet meer onderhandelen met vertegenwoordigers van een volk dat het principe van de zelfmoordstrijd niet verwerpt. We zouden toch ook geen verdragen aangaan met menseneters?” Het gebruik van dergelijke terminologie is in de eerste plaats een uitdrukking van mentale spanning maar ook van uitzichtloosheid en de onmacht om ook maar iets van de motieven van de vijand te begrijpen.

Het heeft in de Israelische journalistieke reportage opmerkelijk lang geduurd voordat er voorzichtig een verband werd gelegd tussen de aanslagen van de afgelopen dagen en de uitschakeling van de Hamas-meesterbommenmaker Yehiya Ayyash door de Shin-Bet, begin januari in Gaza. Zou de onvermijdelijke wraak niet in overweging zijn genomen toen de beslissing tot moord op Ayyash werd genomen? Was de moord van deze supergevaarlijke Hamas-terrorist verantwoord op het moment dat ook de Shin-Bet kon weten dat er een kans was op een vergelijk tussen het Palestijnse zelfbestuur en Hamas om de gewapende strijd tegen Israel vanuit de Palestijnse bestuursgebieden tijdelijk te staken?

Leerlingen van Ayyash hebben zondag en maandag van het Israelische volk een hoge bloedprijs bedongen voor hun meester. Over het vredesproces en de stembuszege van premier Peres op 29 mei zijn nu weer donkere wolken verschenen. Juist omdat de emoties door het zo extroverte Israelische volk ditmaal introvert zijn opgeslagen is een element van grote onzekerheid in de Israelische politiek geïnjecteerd. Als zelfbeheersing een indicatie is voor politieke rijpheid hoeft premier Peres niet te wanhopen maar als de psychologen gelijk hebben kan de accumulatie van frustratie en vernedering in de stembus na nog enkele aanslagen de politieke koers van Israel naar een nieuw Midden-Oosten veranderen. Likud weet het. 'Persoonlijke veiligheid' wordt het sterk op de opgeslagen emoties inspelende hoofdthema van deze oppositiepartij in de verkiezingscampagne.

    • Salomon Bouman