Hoe L'Équipe al vijftig jaar sport maakt

PARIJS, 28 FEBR. “Fransen houden van sporten waar gezelligheid op volgt, even hollen en dan veel praten.” De constatering komt uit gezaghebbende bron. Frankrijk is geen sportland, maar vandaag wordt L'Équipe, een van de beste sportkranten ter wereld, vijftig.

Jerôme Bureau, de opvolger van de legendarische hoofdredacteur Jacques Goddet, beaamt de paradox. “Fransen zijn beter in sporten als fietsen en rugby, waarbij het gaat om moed in plaats van techniek, om uithoudingsvermogen in plaats van directe confrontatie.”

Krant-maken is een lichtvoetige, maar serieuze en vrouw-arme bezigheid bij L'Equipe, een van de zeldzame Franse dagbladen waar geld wordt verdiend, ongeveer 50 miljoen francs (ruim 16 miljoen gulden) per jaar. Het sportdagblad, dat de Tour de France (ontstaan in 1903) erfde van zijn voorganger L'Auto, gaat vol vertrouwen de tweede halve eeuw in. Met een oplage van bijna 300.000 door de week, 380.000 op zaterdag (met magazine) en 400.000 op maandag vervult L'Équipe een centrale rol in het Franse sportleven.

Vroeger was L'Équipe in Nederland vooral bekend in die vier mystieke juli-weken waarin de Tour de France wordt gereden. Goddet was het boegbeeld van de Tour, de directeur die staande in een open auto, met tropenhelm en zeer lange korte broek de koers dirigeerde. Om er in de krant van de volgende ochtend een vlammend commentaar op te schrijven, alsof hij er niets mee te maken had.

Die tijd is voorbij. Goddet loopt tegen de 91. Zijn kamertje op de redactie bezoekt hij nog slechts sporadisch. Het glazen gebouw in de zuid-westelijke kantoor-kraag van Parijs doet niet meer denken aan de redactielokalen in het kloppend krantenhart van de stad. De Tour wordt ook niet meer door de krant georganiseerd, maar door een afzonderlijke dochter-maatschappij van dezelfde uitgever. “L'Équipe is niet het orgaan van de Tour. Wij betalen onze eigen hotelkamers en volgauto's”, zegt wielerredacteur Philippe Bouvet, die overigens wel optreedt als omroeper van de interne Tour-radio, het informatie-kanaal dat de karavaan op de hoogte houdt van het laatste nieuws voorin.

De Tour de France mag het belangrijkste jaarlijkse sport-evenement van Frankrijk zijn - de oplage van L'Équipe zwelt dan stevig aan -, sport nummer één blijft voetbal. De monumentale kleurenfoto op de voorpagina is zeker de helft van de week gewijd aan het leren monster. Maar er is meer. Rugby en Formule I-racen bijvoorbeeld. L'Équipe lanceerde de Europa-cup basketbal en de wereldbeker skiën, en volgt alle erkende sporten, van handbal tot judo, van golf tot zwemmen. Nieuwere sporten zoals triathlon en mountainbiking moeten zich eerst maar eens bewijzen.

De ochtendvergadering van de redactie is een half uur uitgesteld. Eerst moet de nationale skiheld Luc Alphand zijn afdaling maken. De krant zette hem net op de omslag van de kleurenbijlage ('Alphand op weg naar de top'), dus het zou prettig zijn als hij won. Alphand wordt negende. “Het Franse skiën staat in brand”, schrijft L'Équipe de volgende dag. “Dit dreigt het zwartste ski-jaar in tijden te worden”, sombert de chef olympische sporten, “zonder Alphand zou de catastrofe pas goed zichtbaar zijn.” Hoofdredacteur Jerôme Bureau montert hem op, “Het seizoen is nog niet voorbij” - naar later blijkt terecht, Alphand wint nog brons. De krant van die ochtend wordt doorgenomen. De chef rugby zit wat te keten. Men is lacherig over Thomas Muster: te weinig charismatisch om de wereld-tennisranglijst echt aan te voeren.

Achter de grappen, de routine en de tabaksdampen gaat toch een wereldvisie schuil. De krant zweeg tijdens de omstreden WK voetbal van 1978 in het Argentinië van de dictator Videla en de Olympische Spelen van Moskou (1980). Tegenwoordig meent L'Équipe een rol te hebben gespeeld in het afwijzen van Peking voor de Spelen van 2000. A-politiek, maar met een sport-geweten, dat is de lijn waar de redactie van 155 redacteuren heilig in gelooft.

Hoofdredacteur Jerôme Bureau schreef aan de befaamde Science Po een proefschrift over 'De Franse Revolutie in het politieke leven tussen de twee wereldoorlogen', een trotzkistische jeugd is er niet vreemd aan. Na een tijd bij het dagblad Libération, stapte hij in 1982 over naar L'Équipe. Nu respecteert hij de erfenis van Jacques Goddet, “maar het belangrijkste is 'van je eigen tijd' te zijn. Het zou erg zijn als wij worden gezien als een krant van een bepaald tijdperk. Gelukkig is er een L'Équipe-stijl. Wij hebben een epische traditie. Die is tijdloos meegeëvolueerd. Het gaat om de feiten, maar in de sport bestaat een grotere vrijheid om die op te schrijven dan bij andere onderwerpen. Bovendien: we proberen de krijgszuchtige taal in de sportwereld te beperken. Sport is geen oorlog met andere middelen. Wij schrijven niet over gevechten en veldslagen - het is een spel. Wij de-chauviniseren de sport, wij schrijven even makkelijk over een Nederlandse of Japanse atleet als die goed is. Je kunt bijna zeggen dat wij het teveel aan passie uit de sport halen, tot op het punt waar wij onze eigen belangen schaden.”

Het Europese bekervoetbal werd in Frankrijk uitgevonden - door de redactie van L'Équipe -, zonder dat Franse ploegen internationaal voortdurend schitteren. “Fransen zijn geen winnaars, wij zijn genotzoekers. En toch is L'Équipe een krant waar ver buiten dit land naar wordt gekeken, zeker als in 1998 het wereldkampioenschap hier wordt gespeeld”, zegt de chef voetbal, Pierre-Marie Descamps, in stilte genietend.

Hij ziet het al voor zich, het grote stadion in Saint-Denis, speciaal gebouwd voor de kampioenschappen. “Het zal de nacht vóór de eerste wedstrijd af zijn, maar het wordt heel modern.” Het spel-element in en om de sport bepaalt L'Équipe's journalistieke belangstelling. En de uitwassen? Chef van 23 voetbal-redacteuren: “Als het de sport raakt, dan schrijven wij over drugs, zwart geld of corruptie. Maar als een voorzitter in aanraking met de justitie komt om een persoonlijke affaire, dan is het drie regels waard. Heeft hij de clubkas gelicht, dan duiken we er in. Wij komen op voor de principes waar de sport van oudsher op is gebaseerd: gezond verstand en ethische principes. Zelfs als het geld kost. Toen Olympique Marseille in 1993 de wereldbeker won haalden wij de record-oplage van 983.077 exemplaren. Toen wij daarna moesten schrijven dat OM zijn tegenstander Valenciennes in een beslissende competitie-wedstrijd had omgekocht, was dat slecht voor de verkoop - men wil de beste club van het land en het imago van zijn sport niet besmeurd zien. Gelukkig zijn we sterk genoeg om dan ons werk te kunnen blijven doen.”

Dat werk neemt soms poëtische allures aan. Jaren schreef de dichter Antoine Blondin een veel gelezen rubriek over de ondefinieerbare grensgebieden van sport, filosofie en een glas balancerend op zink en formica. De koppen boven de artikelen zijn een aparte specialiteit van L'Équipe. In maar 16 of 17 lettertekens hamert de krant dagelijks het nieuws er in, meestal met een woordspeling waarvoor grondige kennis van het Franse lied is vereist. 'Mort au tournant' na de dood van coureur Ayrton Senna zegt meer dan in twee zinnen is te vertalen - de oplage was er naar, 723.912. “De dood van actieve sporters wordt goed verkocht”, zegt adjunct-hoofdredacteur Gérard Ejnes.

Als een redactie van toegewijde, sterk gespecialiseerde journalisten iedere dag twaalf, veertien pagina's over sport schrijft, komen dan ook de diepere motieven aan bod? Wat maakt bijvoorbeeld dat een wielrenner bereid is zich van de Mont Ventoux de kale afgrond in te storten? Tour-specialist Philippe Bouvet: “Nee, daar schrijven wij niet over. Een wielrenner zou je met grote ogen aanstaren als je dat vroeg. Je moet niet intellectualiseren. Wij volgen sportcarrières op de voet, maar fietsen blijft een vak. Het is net als met het leven, je moet er niet te veel over nadenken.”

    • Marc Chavannes