Het wij-gevoel bij vijf bewoners van Den Haag

Het Woningbedrijf Den Haag is eigenaar van 23.000 woningen, winkels en bedrijven verspreid over de stad. Het woningbedrijf heeft fotografen opdracht gegeven een impressie van woningen en hun bewoners te maken. De foto's worden als relatiegeschenken aangeboden en zijn als nieuwjaarswensen verstuurd. Een selectie van vijf portretten van bewoners.

'Leuk, maar te klein huis'

Mevrouw H. van den Berg (59) is beeldend kunstenaar. Ze kwam in oktober 1949 als 12-jarig meisje naar Nederland vanuit Indonesië, waar ze in een Jappenkamp had gezeten. Ze leest veel, vooral over astrologie, mystiek en occultisme. Ze schildert dikwijls in opdracht van makelaars en bedrijven, die haar schilderijen en tekeningen van Haagse gebouwen afbeelden op relatiegeschenken en in brochures. Mevrouw Van den Berg woont ruim dertig jaar in een woning op de begane grond van een flatgebouw op de hoek van de Melis Stokelaan en de Loevesteinlaan. Ze vermoedt dat haar woning binnenkort wordt afgebroken, maar zeker is dat nog niet. “Ik woon leuk, maar het huis is te klein”, zegt ze. Vroeger werkte ze in het huis van haar partner. Na diens dood ruim vier jaar geleden moest ze weer in haar eigen huis gaan werken, dat nu vol met tekentafels en litho's staat.

'Wij zijn erg creatief'

“Wij zijn eigenlijk erg creatief”, zegt de 66-jarige mevrouw E. de Ruiter-Van Dijk. Samen met haar echtgenoot en een alleenstaande buurvrouw maakt ze poppen in alle soorten en maten. Elke zondag zitten ze gedrieën te werken. Over een pop doen ze twee weken. Mevrouw De Ruiter woont sinds zes jaar naar volle tevredenheid in een nieuwe seniorenwoning aan het Drentheplantsoen in de naoorlogse wijk Morgenstond. “Het zijn mooie, ruime kamers”, zegt ze. Haar man was banketbakker en is nu met pensioen. De poppen worden meestal verkocht op een fancy fair die de senioren regelmatig houden in de ontmoetingsruimte van het 44 woningen tellende appartementencomplex. Mevrouw De Ruiter is penningmeester van de ontmoetingsruimte. De opbrengst van de fancy fair wordt besteed aan de activiteiten van het centrum: bingo, koffieochtenden, leuke avondjes.

'Den Haag een vredige stad'

“Den Haag is een mooie, vredige stad”, zegt de negen jaar geleden uit India overgekomen meneer Singh. “Rustiger dan Amsterdam en Rotterdam.” Singh (46) is Sikh en draagt altijd een tulband van een zeven meter lange reep stof. Hij woont samen met vrouw, dochter en zoon in een flatwoning in het zuidwesten van de residentie. Sikhs eten geen vlees, roken niet, drinken geen alcohol en laten hun haar niet knippen. Op zondag gaat Singh naar de tempel in de Lange Lombardstraat. Samen met zijn vrouw staat hij elke werkdag om vier uur op om anderhalf uur te bidden in de bidkamer, waar zich het Heilige Boek bevindt, de Guru Granth Sahib. Dit 1.430 bladzijden tellende werk werd in de zestiende eeuw door de laatste van de tien Sikh-goeroes aan de gelovigen geschonken; na hem zou er geen goeroe meer komen. In de uren tussen het avondgebed en het ochtendgebed blijft de deur van de bidkamer in huize Singh dicht. “Dan slaapt het boek”, zegt Singh.

'Mijn hobby is mijn werk'

“Den Haag bruist”, zegt K. Pen als hem wordt gevraagd naar de sterke kanten van de residentie. “Het bruisen was de laatste jaren wat minder geworden, maar nu begint het weer. Als je de juiste plekken maar weet te vinden.” Pen (29) is een Schilderswijker in hart en nieren. Hij woont in een hofje aan de Paulus Potterstraat, samen met zijn hond, een Maltezer leeuw. In de Schilderswijk, zegt hij, heerst onder alle verschillende nationaliteiten een sociaal wij-gevoel. De mensen passen op elkaars woningen bij afwezigheid, en als de Hindoestaanse buurvrouw iets lekkers heeft gekookt, vraagt ze of hij het wil proeven. Pen werkt tien jaar bij het Woningbedrijf Den Haag. Zijn de Hagenaars in de loop der jaren anders geworden? Ja, zegt hij, de mensen zijn veeleisender geworden. Potentiële huurders weigeren veel vaker aangeboden woningen. Waar ze zich vroeger tevredenstelden met een lavet, eisen ze tegenwoordig bijna allemaal dat de woning een douche of een ligbad heeft. Pen is over zijn werk erg tevreden. “Mijn hobby is mijn werk.”

'Buiten kijk ik zo tegen de vuurtoren aan'

Mevrouw C. den Heijer (62) is de jongste Scheveningse die nog in klederdracht loopt.

Zodra ze zich op straat vertoont, wordt ze door toeristen gefotografeerd. “Als ik voor elke foto een gulden kreeg, dan was ik miljonair.” Amerikanen vragen altijd vriendelijk of ze foto's mogen maken, Duiters nooit. Twee jaar na haar huwelijk besloot ze in klederdracht te gaan. Die bestaat uit een zwarte rok, een grijze schort (op zondagen zwart), een jak in zachte kleuren als lichtblauw, lichtgroen of lichtgrijs, ijzer op het hoofd en een omslagdoek tegen de kou. Mevrouw Den Heijer is getrouwd en heeft twee zonen. Haar man heeft dertig jaar gevaren en daarna werkte hij zestien jaar bij de Scheveningse reddingsbrigade. Nu is hij gepensioneerd. Ze woont al vijftig jaar in een huis dichtbij zee. “Als ik de voordeur opendoe en drie stappen naar rechts zet, kijk ik tegen de vuurtoren aan.” Ze vindt haar buurt achteruitgegaan, maar ze zou er nooit weg willen. “Ik ga nooit van Scheveningen af.”

    • Arjen Schreuder