Het dagboek van een huisman op piepschuim

Tentoonstelling: Ulrich Meister. T/m 24 mrt. MUHKA, Leuvenstraat 32, Antwerpen. Catalogus: 450 BF.

Zou Kounellis weleens stofzuigen? Lapt Lüpertz ramen? Helpt Merz mee met de afwas? Hun Duitse collega Ulrich Meister (Schaffhausen 1947) in elk geval wel. Een tentoonstelling in het MUHKA in Antwerpen licht een tipje op van de sluier over Meisters tamelijk absurde bestaan als een huisvader/ kunstenaar, die zijn huishoudelijke beslommeringen als onderwerp van zijn kunst heeft gemaakt.

Op de laatste Documenta in Kassel presenteerde Meister een mud aardappelen in een netje uit een supermarkt; pardoes neergekwakt op een plankje. Daarboven hing hij een getypt vel papier met de tekst: 'Im Miteinander des Haufens, den Sie bilden, zeigt sich eine wie die andere durch die Maschen des Netzes hindurch in ihrer handlichen, gewolbten Form, gerade so wie sie liegt.' Het zal toen nauwelijks zijn doorgedrongen wat voor man er schuil ging achter die simpele met poëzie verrijkte 'ready-made'.

Nu laat het Antwerpse museum zien uit wat voor mentaliteit Meisters aardappelzak voortkomt. Op stralend witte piepschuimplaten, standaard isolatiemateriaal uit de bouwwereld, met viltstift in woord en beeld en in een dagboekachtige vorm brengt hij verslag uit van zijn dagelijks huismannenbestaan; spontaan geschreven, compleet met doorhalingen en tussenvoegsels, maar altijd in een goed leesbare blokletter.

De manier waarop hij gewag maakt van zijn twijfels, zijn drang goed te doen en zijn inspanning om aardig te worden gevonden, is aandoenlijk. Pizza eten met zoon, zuurkool klaarmaken voor vrouw, maar hij gunt zich ook een kijkje achter de schermen van de kunstwereld zoals op 16.11.94: een dagje Keulse kunstbeurs. Zijn galeriehouder heeft in zijn ogen een te klein werkje van hem opgehangen, en dat nog wel aan de buitenkant van de stand 'Und das vor aller Augen, vor allen düsseldorfer Künstler, die schon immer wussten, dass ich ein 'überschätzter Künstler bin.'

Naast tientallen dagboekplaten, opgehangen in een grote ronde zaal - in de geest van zijn aardappelnetje -, zijn er nog enkele voorwerpen te bezichtigen, ook weer voorzien van Duitse teksten. Wie die taal niet machtig is, leest een A4-tje uit een informatiebak. Een paraplu: 'In de hoek staat een paraplu en was geheel in zichzelf besloten.' Een stoel: 'Dat men in hem enkel een zitplaats zag, deed hem vaak pijn.' Maar het allermooiste commentaar levert Meister bij het koffiefilterzakje, dat moederziel alleen in een zaal hangt: 'Toen zij boven aangekomen was, rondde ze haar silhouet af waarbij ze een hemelboog beschreef.' Zonder tekst zou het al sterk genoeg zijn, maar woorden maken dit eenzame kunstwerkje mogelijk nog completer.

Meisters obsessie voor het huishoudelijke blijkt vooral uit Piepschuim-dagboekblad 12.6.95. Daarin vertelt hij over zijn koopwaar, geknipt uit reclamefolders; minuscule plaatjes van worsten, een pak koffie, een onderbroek en een scheerapparaat, die vooral hebzucht bij hem aanwakkeren. Verzamelen maakt een oppervlakkig genot los: 'aber weil es um 'Viel' haben geht, schwindet die Achtsamkeit und Geduld für das einzelne.' Hij kon zich amper bedwingen om niet het hele vlak te vullen met plaatjes, want dat zou een stap betekenen in de richting van 'slechter' Kunst'.

Daarom moet het hoe dan ook bij die handvol plaatjes blijven om gauw weer over te schakelen op het obsessieve schoonschrijven en vooral op het tekenen van bijvoorbeeld een blikje schoenpoets, pannespons of werkhandschoen. Hij zette ze netjes, met ambtelijke slaafsheid neer, in harmonie met zijn letters.

Dit werk is hedendaags maar toch ver van de gespierde beeldtaal van de stunt- en 'fuck you'-kunst van dit moment. Ulrich Meister blijkt juist een twijfelachtig man te zijn, die zich niet uitdrukkelijk als De Kunstenaar opstelt, maar juist met bescheiden materialen zijn onopvallende, alledaagse bestaan als huisman op een originele en lichtvoetige wijze vormgeeft. Even vraagt de twijfelachtige Meister zich af of hij zijn vrouw niet beter kan behagen door zijn Piepschuim-dagboek af te sluiten en over te gaan tot de orde van de dag, de schoonmaak. Zou zij dat werkelijk verlangen, verwachten en willen? Laten we hopen van niet.

    • Mark Peeters