Frans plan voor 'ijzeren snelweg' voor vrachtauto's

Zoals vrijwel overal in West-Europa loopt het Franse wegverkeer dagelijks wel ergens muurvast, vooral op de doorgaande noord/zuid-routes. Prognoses geven aan dat die situatie verder zal verslechteren. Jaarlijks neemt het binnenlandse vervoer in Frankrijk toe met gemiddeld 5 procent, het grensoverschrijdend vervoer met 6 procent en het transito-vervoer met 8 procent. Alleen al op de vervoersas Lille-Parijs is de verkeersintensiteit de afgelopen vijf jaar met 10 procent per jaar gestegen.

Volgens recente schattingen moet in Frankrijk tot het jaar 2000 met een toename van het wegverkeer van 25 procent worden gerekend. Volgens Franse vervoersdeskundigen zal voor een bedrag van 1.500 miljard francs in conventionele autowegen moeten worden geïnvesteerd om de tot het jaar 2000 verwachte groei van het vervoer te kunnen opvangen.

De Franse spoorwegen (SNCF) hebben nu een plan ontwikkeld dat voorziet in een frequente treinverbinding voor weg/railvervoer tussen Lille in het noorden en Avignon in het zuiden, een van de meest door congestie geteisterde vervoersassen. Het gaat om een zogeheten 'Autoroute Ferroviaire', waarmee grote aantallen vrachtwagens samen met hun chauffeurs over grote afstanden kunnen worden vervoerd.

Oorspronkelijk had de SNCF eind vorig jaar al de goedkeuring van de regering voor het miljardenproject zullen krijgen. “De stakingen, plus de directiewisseling aan de top van het Franse spoorwegbedrijf die daar het gevolg van was, heeft de goedkeuring die de regering aan een reeks grote spoorwegprojecten moet geven, vertraagd”, zegt Christian Le Nouen, directeur van de Nederlandse vertegenwoordiging van SNCF-Fret, de goederendivisie van de Franse spoorwegen in Utrecht. “Nu verwacht ik dat Parijs op zijn vroegst in juni een beslissing over de 'Autoroute Ferroviaire' zal nemen”, aldus Le Nouen.

De SNCF wil binnen vijf jaar een aantal deeltrajecten van deze speciale weg/railverbinding verwezenlijken. De 'Autoroute Ferroviaire' wordt opgezet volgens het principe van de 'Rollende Landstrasse', waarbij een vrachtauto of oplegger/trekkercombinatie plus de chauffeur over langere afstanden wordt vervoerd. Dit Ro-La-vervoer, zoals de vakterm luidt, wordt al enige jaren onder meer in Duitsland, Oostenrijk, Italië en Zwitserland met wisselend succes toegepast. In die landen gaat het hooguit om slechts enkele Ro-La-treinen per dag. In Frankrijk willen de spoorwegen een totaal andere aanpak.

Het is de bedoeling dat op de vervoersas Lille-Parijs-Lyon- Avignon dagelijks driehonderd Ro-La-treinen voor het gecombineerd weg/railvervoer gaan rijden, honderdvijftig treinen in elke richting. Een ongekend hoge frequentie die neerkomt op ongeveer elk kwartier een trein. Dit ruime aanbod moet een van de pijlers onder het systeem worden. Een andere pijler wordt de strategische ligging van de geavanceerde laad- en los-terminals ten opzichte van de gewone autowegen. Een chauffeur zal tussen Lille en Avignon regelmatig kunnen kiezen voor de gewone dan wel de 'ijzeren snelweg'. Alle treinen krijgen speciale wagons voor de chauffeurs, met uitgebreide was- en sanitaire voorzieningen, een restauratie- en een lounge-afdeling met comfortabele vliegtuigstoelen. De chauffeurs die dus veel comfort wordt geboden, kunnen hun rij- en rusttijden in acht nemen en op de plaats van bestemming direct met de distributie van hun lading beginnen.

De SNCF is van plan om met een standaard treinlengte van zevenhonderdvijftig meter te rijden. Daarmee kunnen 35 vrachtwageneenheden worden vervoerd. De treinen zullen bestaan uit speciaal ontworpen platte wagons, waarvan de bodems niet alleen vrijwel naadloos op elkaar, maar ook op de laad- en losperrons aansluiten. Trucks en trekker/opleggercombinaties zullen de trein op- en af kunnen rijden, zoals nu al gebeurt bij de 'shuttles' door de Kanaaltunnel. Overigens bestaat de mogelijkheid om twee en drie treineenheden van zevenhonderdvijftigmeter aan elkaar te koppelen. Met een dubbele eenheid kunnen zeventig en met een drievoudige ruim honderd vrachtauto's worden vervoerd. Alle treinen worden uitgevoerd in een zogenoemde trek/duwcombinatie en zullen met een maximum snelheid van honderdtwintig kilometer per uur rijden.

De SNCF heeft berekend dat zo dagelijks 30.000 vrachtwagens op de as Lille-Parijs-Lyon-Avignon kunnen worden vervoerd. De tarieven zullen volgens de spoorwegen concurrerend zijn: een kilometerprijs van ongeveer 2 tot 3 franc, tegen de 5 franc per kilometer via de gebruikelijke autosnelwegen (op basis van de toltarieven van 1994). Met de aanleg van de 'Autoroute Ferroviaire' zal een bedrag van 50 miljoen francs per kilometer infrastructuur zijn gemoeid. Dat is ongeveer evenveel als voor één kilometer zesbaans autosnelweg of een tweesporige TGV-lijn. De speciale overslagterminals zullen in Lille, ten oosten van Parijs, in Dijon, Lyon, Avignon en Narbonne worden gebouwd.

De aanleg van deze 'ijzeren snelweg' voor vrachtauto's zou uiteraard ook andere consequenties hebben: verhoging van de verkeersveiligheid, minder verbruik van fossiele brandstoffen (met 700.000 ton per jaar) en een beperking van schadelijke uitlaatgassen. Zo zou op jaarbasis 500.000 ton koolstof minder worden uitgestoten als de SNCF slaagt in haar opzet ongeveer de helft van het wegvervoer op de as Lille-Avignon van de weg te halen en op de trein te krijgen.

De SNCF is voornemens het nieuwe gecombineerde vervoersysteem in een later stadium ook tot goederenknooppunten buiten Frankrijk uit te breiden. Zo zal de thans in aanbouw zijnde nieuwe spoortunnel door de Franse Alpen, die kort na de eeuwwisseling Lyon en Turijn gaat verbinden, niet alleen bestemd zijn voor TGV's, maar ook voor het gecombineerd weg/railvervoer. Als gevolg daarvan zullen de oorspronkelijke bouwkosten van de nieuwe Alpentunnel van 11,2 miljard gulden worden verdubbeld tot ruim 22 miljard gulden.

Bij de totstandkoming van de 'Autoroute Ferroviaire' zal de SNCF samenwerken met de exploitanten van de autowegen. Er zal een nieuwe gezamenlijke onderneming worden opgericht, waarin ook alle overkoepelende wegtransportorganisaties zullen zijn vertegenwoordigd. Deze onderneming zal zich voornamelijk met de bedrijfsvoering en de bouw van overslagterminals bezighouden.