Een eerste proeve

ER IS ALLE REDEN voor het establishment van de Republikeinse partij zich zorgen te maken. De nog kort geleden door de kandidaat van het establishment, senator Dole, voor extremist uitgemaakte kandidaat Buchanan blijkt over een onverwacht uithoudingsvermogen te beschikken. In Arizona, staat van de eerste voorverkiezing met een zekere voorspellende waarde, was gisteren het opnieuw missen van de zege voor Dole (de senator werd tweede) een zware teleurstelling terwijl Buchanans derde plaats als een aanwijzing mocht worden beschouwd dat de race om de Republikeinse presidentskandidatuur nog lang niet van deze populist is verlost.

Dole had als handicap dat hij midden in de aanloop naar de primary's in Arizona van paarden was gewisseld. De tactiek van frontale aanvallen op Buchanan bleek averechts te werken en de medewerker die tot deze tactiek had geadviseerd, ging dan ook de laan uit. Maar de mildere toon van Dole's campagne geeft de uitdager nu juist het imago van een ernstig te nemen politicus dat hem tot dusver had ontbroken. Zo worstelt de Republikeinse partij met haar eigen schaduw. De partijtop wil Buchanan niet, maar lijkt er toch al in de verte rekening mee te houden dat de radicale CNN-columnist straks de nominatie binnenhaalt en bij de novemberverkiezingen om het Witte Huis de grand old party vertegenwoordigt. DE LANGZAMERHAND brandende vraag is of 1996 in dat geval een herhaling zou worden van 1964 of van 1980. In beide jaren veroverde de rechtervleugel de Republikeinse nominatie. In 1964 ging de partij met kandidaat Goldwater ten onder, zestien jaar later luidde zij met Reagan twaalf jaar aaneengesloten Republikeins presidentschap in. De tekenen zijn zo bezien verontrustend omdat Buchanan evenals Reagan appelleert aan frustraties en emoties die leven onder van huis uit Democratische kiezers. De onderkant van Amerika's middenklasse voelt zich bedreigd door banenvernietigende goedkope import, immigranten en uitkeringstrekkers en door het gesignaleerde morele verval dat wordt toegeschreven aan modieuze tolerantie ten opzichte van wat wordt beschouwd als buitenissige en parasiterende minderheden. En het zijn precies die verschijnselen en categorieën die Buchanan onder vuur neemt.

Arizona is een staat waar twee sociale grondgolven elkaar ontmoeten. Enerzijds is er de high tech-industrie met haar voorkeur voor goedkoop kapitaal, goedkope arbeidskrachten en ruime exportkansen, aan de andere kant is er de legale en illegale massa-immigratie uit Mexico die olie is op het vurig gemoed van de sedentaire achtergestelden. Dat de multi-miljonair Forbes met zijn Wall Street-achtergrond er de voorverkiezingen won, is daarom evenmin een verrassing als de relatief inspirerende uitslag voor outsider Buchanan. Het zijn twee modellen die elkaar in grote delen van de Verenigde Staten concurrentie aandoen. OPVALLEND IS DAT Buchanan zich, met toevoeging van een aantal extremismen, meester heeft gemaakt van de campagne-slogans van Bill Clinton uit 1992. De tegenwoordige president noemde zich toen voorstander van een herstel van normen en waarden, van nieuwe aandacht voor het gezin als hoeksteen van de maatschappij. Tegelijkertijd beoogde en beloofde hij meer goed betalende kwaliteitsbanen te scheppen ten behoeve van de middengroepen. In dat laatste is hij niet wezenlijk geslaagd. De markt blijkt in tegenovergestelde richting te werken hoewel de data over de gevolgen daarvan voor discussie vatbaar zijn gebleven.

Het zal waarschijnlijk van de kwantiteit van het ongenoegen afhangen hoe hoog Buchanans ster in de verkiezingsstrijd zal kunnen rijzen. In zoverre zal zijn campagne een proef op de som kunnen worden van het lopende economendebat. Op zijn minst beïnvloedt zij de standpunten van de andere kandidaten.