De natuur is beter af zonder jagers

Zijn Roodborstjes gedegenereerd? Of Kramsvogels? En is hun stand ongezond? Als ik mr. B.J. Asscher in deze krant (17 februari) moet geloven, zijn de problemen bij deze soorten, na jarenlang niet meer bejaagd te zijn geweest met de lijmstok, een ernstig zorgenkind gaan vormen. Volgens Asscher kunnen we immers verwachten dat zij niet meer in een natuurlijk evenwicht verkeren (met wat eigenlijk?), dat er degeneratie-verschijnselen zijn opgetreden en dat er geen gezonde stand meer is van deze soorten.

Deze argumenten pro-jacht worden vaak gebruikt door jagers die daarmee een schijnbaar wetenschappelijke onderbouwing voor hun passie proberen te vinden. Maar hoe sterk, en vooral hoe wetenschappelijk, zijn deze argumenten? Zijn ze gebaseerd op de werkelijkheid of zijn het echo's van achterhaalde denkbeelden of zijn het misschien zelfs waanvoorstellingen?

Leidt afwezigheid van jacht tot degeneratie-verschijnselen? Het eerste probleem is wat degeneratieverschijnselen nu eigenlijk zijn. Het woord is uiterst ongelukkig gekozen omdat het vroeger in de biologie betekende 'teruggekeerd naar een lager type' en die vorm van denken wordt in dat vak eigenlijk niet meer aangehangen. Degeneratie zou ook kunnen betekenen dat bij de niet-bejaagde populatie de gewenste of normale eigenschappen verloren zijn geraakt.

In een gefokte populatie is zoiets goed voorstelbaar doordat daar individuen met niet-gewenste eigenschappen gericht worden verwijderd: de populatie wordt geselecteerd in de richting van individuen met de gewenste eigenschappen. Dit is jarenlang gedaan met de edelhertenpopulatie op het Kroondomein. De Nederlandse wilde edelherten hadden in de vorige eeuw een niet erg majestueus gewei en door gericht afschot en vooral ook import vanuit Oost Europa, onder andere door de overgrootvader van prins Willem-Alexander, werd het exterieur van de Veluwe herten 'verbeterd'. Als dan gestopt wordt met de jacht, of eigenlijk met het gerichte afschot, zullen die herten een minder spectaculair gewei krijgen. Maar de situatie van deze herten is in geen geval normaal: veel jacht biedt immers vrijwel geen mogelijkheid voor een gerichte dood en dan is jacht in termen van selectie onbelangrijk.

De jacht op brandganzen is in West-Europa al vele jaren verboden, en van uiterlijke veranderingen of 'degeneratie' is bij deze ganzen echt geen sprake. In veel andere gebieden is de jacht echter niet gericht op het 'zo mooi mogelijk houden van het uiterlijk van de populatie'. Ik verwijs hier naar de zogenaamde trofee-jacht, waarbij het doel is het verwerven van de grootst mogelijke horens of tanden van een diersoort. Deze jarenlange druk heeft er bij olifanten voor gezorgd dat grote slagtanddragers ('tuskers') niet meer voorkomen. In Asschers terminologie is deze soort juist gedegenereerd als gevolg van de jacht!

Zorgt jacht voor een gezonde wildstand? Een boeiend idee, maar alhoewel ik al vele jaren grootwildbioloog ben, ben ik er nog steeds niet achtergekomen wat 'gezonde wildstand' betekent. Wat ik wel weet, is dat waar westerse grootwildjagers een gebied zijn binnengekomen in alle gevallen de wildstand dramatisch achteruit is gegaan. Men denke aan de situatie in Noord-Amerika in de afgelopen eeuwen of die in Afrika. Hoe zou dat nu in West-Europa of zelfs in Nederland liggen? We weten dat vele soorten (eland, bruine beer, bever) hier zijn uitgestorven, maar om dat nu 'gezond' te noemen gaat mij wat ver. We weten ook, op basis van vergelijkend onderzoek, dat de Nederlandse grootwildstand aanzienlijk lager ligt dan de mogelijke stand onder natuurlijke omstandigheden.

Voorkomt jacht sterke schommelingen in populatie-aantallen? De populatiebiologie kan daar een antwoord op geven: het blijkt dat dit van vele parameters afhangt. Als populatiefluctuaties door intrinsieke factoren worden veroorzaakt, speelt jacht geen of vrijwel geen rol in het dempen van fluctuaties. Als er uitwendige regulerende factoren zijn dan zou predatie of jacht onder sommige omstandigheden dempend kunnen werken op populatiefluctuaties, maar jacht kan de fluctuaties ook verergeren. Echter, vaak blijken het weer of het voedselaanbod te bepalen hoe de fluctuaties zijn. De hazenstand op Schiermonnikoog is vooral afhankelijk van fluctuaties in de nattigheid, en het aantal wilde beesten in Afrika wordt bepaald door de hoeveelheid gras en niet door het aantal leeuwen.

Draagt jacht bij tot het in stand houden van natuurlijke woongebieden voor het wild? Wilde soorten kunnen zich in sommige gebieden staande houden ondanks de jacht en in sommige gebieden waar wild voorkomt wordt gejaagd. Maar of dit iets te maken heeft met het in stand houden van 'natuurlijke' woongebieden betwijfel ik. Dat hangt vooral af van het maatschappelijk krachtenveld. Zijn er in Nederland nieuwbouwwijken tegengehouden om het jachtbelang? Wordt de hogesnelheidspoorlijn om jachtgebieden heengelegd? Het lijkt me sterk.

Samengevat zou volgens Asscher en met hem volgens vele jagers de natuur het niet zonder de jacht kunnen doen. De praktijk van de natuurbescherming in de grote Nationale Parken in Afrika, Australië of Amerika bewijst het tegendeel. Ook ik heb geen fax naar de prins van Oranje gestuurd, maar ik heb ook nog niet gehoord dat hij deze argumenten zou hebben gebruikt. Mocht hij ze wel gebruiken, dan is zowel de prins als de regering welkom om bij mij of andere dieroecologen college te komen volgen. Met of zonder zwartwildbrevet.