Commissie: veto vervangen door besluit bij meerderheid

BRUSSEL, 28 FEBR. De lidstaten van de Europese Unie moeten hun vetorecht grotendeels vervangen door besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid. Het nationale vetorecht paralyseert besluitvorming in de EU, zeker als deze zich uitbreidt naar OostEuropa.

Dat stelt de Europese Commissie vandaag in een vrij ambitieuze bijdrage aan de zogeheten intergouvernementele conferentie (IGC), de herziening van het Verdrag van Maastricht. De Commissie vindt wel dat voor defensie-zaken en veranderingen in het verdrag unanimiteit nodig zal blijven.

Een ander opvallend voorstel van de commissie is een pleidooi voor een flexibeler Unie, om te voorkomen dat vooruitgang enkel kan worden geboekt in het tempo van de langzaamste. Het pleidooi voor flexibiliteit betekent niet dat de commissie voorstander is van een Europa 'à la carte', waarbij lidstaten kunnen kiezen aan welke onderdelen ze al dan niet deelnemen.

Voor een krachtdadiger buitenlands beleid van de Europese Unie is volgens de Commissie de oprichting nodig van een gemeenschappelijk analyse-instituut, waarvoor de lidstaten kennis en mankracht beschikbaar stellen. Zo'n instituut werd eerder al voorgesteld door een werkgroep met vertegenwoordigers uit alle lidstaten die de IGC heeft voorbereid. Volgens de Commissie moet er ook een gemeenschappelijk defensiebeleid en, via een samengaan met de Westeuropese Unie (WEU), een gemeenschappelijke defensie komen.

Het pleidooi voor een gemeenschappelijk analyse-cel sluit aan bij een voorstel dat Duitsland en Frankrijk gisteren hebben geformuleerd. Vraag is wie de supervisie zal hebben over het instituut. Europees commissaris Hans van den Broek (buitenlands beleid) zei vanochtend dat die discussie nog open is. Maar het belangrijkste is, zo zei hij, dat op de IGC voor dat concept van een gemeenschappelijk analysecentrum wordt gekozen, inclusief volledige participatie van de commissie.

Om de 'zichtbaarheid' van de EU duidelijker te maken, stelt de commissie voor dat de Unie zich in het vervolg in het buitenland laat vertegenwoordigen door een tandem, bestaande uit het (roterende) voorzitterschap van de EU en de voorzitter van Europese Commissie. Op die manier blijft het evenwicht in stand tussen het 'communautaire' en het 'intergouvernementele' aspect van de Unie. Aanstelling van een aparte hoge vertegenwoordiger die namens de lidstaten het buitenlands beleid gezicht geeft, een oorspronkelijk Frans voorstel, zou dat evenwicht verstoren, aldus de Commissie.

Van den Broek verwees vanochtend tijdens een ontbijtgesprek met journalisten, op de uitspraak van de Amerikaanse ex-bemiddelaar Richard Holbrooke dat Europa tijdens de Grieks-Turkse crisis in de Egeïsche Zee heeft zitten te slapen. “Los van de vraag of die aantijging klopt, is het natuurlijk wel wenselijk dat Europa eerder wakkker wordt. Daar moeten we dan wel de instrumenten voor hebben. Ik weet ook wel dat zo'n analyse-centrum nooit een vervanging kan zijn voor politieke wil, maar het kan ons wel helpen een coherent beleid te voeren”, aldus de commissaris.