Alle goede kanten van de 'Panthers'

Panther. Regie: Mario Van Peebles. Met: Kadeem Hardison, Bokeem Woodbine, Courtney B. Vance, Tyrin Turner, Marcus Chong. PolyGram Video Rental.

Dat Oliver Stone niet het monopolie op politieke complottheorieën heeft, bewijst regisseur Mario Van Peebles in Panther, een geëngageerde speelfilm over de Black Panther-beweging in de jaren zestig en zeventig. Als we Van Peebles mogen geloven, is de deplorabele staat van de zwarte getto's in Amerika de schuld van de FBI: geholpen door de georganiseerde misdaad en gesteund door de alomtegenwoordige J. Edgar Hoover zou de federale politie eind jaren zestig de getto's overspoeld hebben met goedkope heroïne, in een poging de zwarte gemeenschap te 'neutraliseren' en verzet tegen de heersende orde de kop in te drukken.

De belangrijkste haard van zwart verzet in de roerige jaren na de moorden op Malcolm X en Martin Luther King was de Black Panther Party, die in Oakland, Californië was opgericht door Bobby Seale en Huey Newton. De Black Panthers verwierpen Kings doctrine van geweldloosheid en zetten hun eisen voor gelijke behandeling niet alleen bij met radicale geschriften en retoriek, maar ook met de inzet van gewapende milities. Een lang leven was hun niet beschoren: de beweging ging na een paar jaar en enkele aansprekende successen (voedsel- en scholingsprogramma's in de getto's) ter ziele - niet als gevolg van een drugscomplot van de FBI, maar door hard politie-optreden en niet te vergeten interne verdeeldheid.

Politiek-historisch gezien kleeft aan Van Peebles' Panther hetzelfde bezwaar als aan zijn grote voorbeeld, Spike Lee's Malcolm X: alleen de goede kanten van de hoofdpersonen komen aan bod. De kijker krijgt uitgebreid te zien wat de Panthers betekenden voor de vernederde gettobewoners, maar hoort niets over hun gewelddadigheid en de soms rabiaat racistische en seksistische ideeën van hun ideologen (was het niet Eldridge Cleaver die zei dat een zwarte man pas echt vrij kon zijn als hij een blanke vrouw verkrachtte?).

Ook filmisch weet Van Peebles (New Jack City, Posse) niet te overtuigen. De film, die kiest voor het standpunt van een man die lange tijd niet weet of hij zich bij de Panthers moet aansluiten, begint met documentaire beelden van Malcolm X en de Black Power-beweging en brengt onderhoudend de wording van de partij in beeld. Maar halverwege Panther wordt de simpelheid van het scenario (geschreven door Van Peebles' vader Melvin) hinderlijk en vallen de af en toe stijve dialogen en het onnatuurlijke spel van de bijrolacteurs op. Dat je tegen het einde van de film geen enkel geloof hecht aan het FBIcomplot komt dan ook in de eerste plaats doordat Van Peebles niet dwingend genoeg filmde. Misschien moet hij eens in de leer bij Oliver Stone.

    • Pieter Steinz