V-raad heft sancties tegen de Bosnische Serviërs op; EU-bestuurder Mostar stapt op

BRUSSEL, 27 FEBR. De oud-burgemeester van Bremen Hans Koschnick heeft gisteren zijn ontslag ingediend als bestuurder van de Bosnische stad Mostar. In New York heeft de Veiligheidsraad vannacht de internationale sancties tegen de Bosnische Serviërs opgeheven.

Koschnick, die in de zomer van 1994 namens de EU het bestuur in handen nam over het tussen Kroaten en moslims verdeelde Mostar wil aanblijven tot voor hem een opvolger is gevonden, op voorwaarde dat dat uiterlijk 22 juli zal zijn gebeurd.

Koschnick zei dat gisteren in Brussel tot de vijftien ministers van Buitenlandse Zaken van de EU. Gisteren besloten de EU-ministers in te gaan op het verzoek van zowel de Bosnische als Kroatische autoriteiten in Mostar om het EU-bestuursmandaat voor de stad met ten minste nog een half jaar te verlengen, tot eind dit jaar. Koschnick zei gisteren dat hij het grondwerk heeft verricht voor de vorming van een ongedeelde stad en dat hij graag zijn functie wil overdragen aan een opvolger die zorgt voor verdere praktische uitwerking van de wederopbouw. Essentieel zijn daarbij de verkiezingen die voor mei zijn gepland, waarna een gekozen burgemeester kan aantreden.

Maar met zijn vertrek wil Koschnick ook voorkomen dat zijn persoon een sta-in-de-weg wordt voor het herenigingsproces in Mostar. Koschnick heeft zich altijd fel verzet tegen een bestuurlijke splitsing van de stad, die door de Kroaten werd geëist. Zijn voorstellen voor een indeling van Mostar in zeven zones leidden begin deze maand tot felle protesten van de Kroaten. Een woedende menigte viel Koschnick aan en bedreigde hem. Koschnick zelf sprak gisteren over “een goed voorbereide spontane” actie.

Carl Bildt, de Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap voor Bosnië, zei gisteren in Brussel dat de Bosnische regering zich onvoldoende heeft ingespannen om een exodus van Bosnische Serviërs uit enkele wijken van Sarajevo te voorkomen. De Bosnische regering heeft de Bosnische Serviërs opgeroepen in Sarajevo te blijven, maar niets gedaan om de Serviërs het gevoel te geven dat ze veilig zijn, aldus het verwijt van Bildt. Hij noemde het optreden van de Bosnische federale politie in de Servische wijk Vogosca de afgelopen dagen “betreurenswaardig” en in strijd met de vredesafspraken in Dayton. Bildt waarschuwde dat de situatie moeilijker wordt, naarmate meer mensen uit Sarajevo vluchten. In plaats van “integratie” is nu sprake van “etnische scheiding”.

In Brussel bleek ook dat de EU zich zorgen maakt over trage start van de wederopbouw in Bosnië. Niet alleen gebrek aan projecten maar ook tekort aan geld speelt daarbij een rol, aldus de ministers. Zij verwijten de VS en andere landen dat ze hun eerder gedane financiële toezeggingen niet nakomen.

De Veiligheidsraad van de VN hief vannacht de sancties tegen de Bosnische Serviërs op. De NAVO-vredesmacht in Bosnië, IFOR, meldde de raad gisteren dat de Bosnische Serviërs zich houden aan het vredesakkoord waar het de terugtrekking van hun troepen van de bestandslijnen betreft. Met die melding is voldaan aan de voorwaarde die opheffing van de sancties tot nu toe in de weg stond.