Slakkenpost

Interessant, die grafiek met het gemiddeld aantal dagen dat de gezamenlijke PTT's nodig hebben om een brief van en naar ons land te krijgen (17 februari). Maar als er één publieksdienst is waarop het begrip 'vooruitgang' niet van toepassing is, dan is dat op de posterijen.

Het onderzoek dat de International Post Corporation (IPC) liet uitvoeren toont aan dat 88 procent van de brieven die vanuit Frankrijk naar Nederland worden gestuurd, binnen drie dagen aankomen. Mijn grootvader voorzag in de jaren 1900-1914 in de kost door handelsreizen. Vrijwel dagelijks stuurde hij een ansichtkaart naar mijn grootmoeder vanuit de plaats waar hij zich bevond. Uit de kaarten, die mijn grootmoeder zorgvuldig bewaarde, heb ik een willekeurige steekproef van 50 kaarten uit de jaren 1906 en 1907 getrokken. Aangezien de PTT toen nog tijd had om óók op het kantoor van aankomst de posttukken af te stempelen, kan ik de aankomstduur vrij nauwkeurig berekenen: 70 procent van alle kaarten was in één dag in Amsterdam/Hilversum en 100 procent in twee dagen! En die kaarten werden vanuit plaatsen verstuurd die ik in een atlas moet opzoeken. Dat is wel wat anders dan die 88 procent binnen drie dagen van nu.

Hetzelfde IPC-onderzoek wijst Italië als 'slakkesluiter' aan, slechts 40 procent van de post vanuit dat land komt binnen drie dagen hier aan. Kaarten in 1908 verstuurd vanuit onder andere Palermo, Turijn, Genua en San Remo hadden toen precies twee dagen nodig om bezorgd te worden.

Mijn grootvader liet zich ook de kranten 'poste restante' nazenden. Woensdagavond 20 maart 1907 schreef hij vanuit Oran 'De couranten van donderdag en vrijdagavond ontvangen'. Als ik anno 1996 op vrijdagavond een krant verstuur naar Groningen of Maastricht, dan wordt deze maandag bezorgd. In 1907 duurde het twee dagen langer om haar in Oran te krijgen. Vooruitgang is toch maar betrekkelijk.

    • V.F.W. Ophof