Schön en nog iets

Nu Helmut Schön is overleden kunnen we met uitstekend fatsoen nog een keer terugkomen op de wedstrijd van 7 juli 1974 in München, waar Oranje de WK-finale tegen de (toen) Westduitsers met 2-1 verloor.

Anders dan de Volkskrant zaterdag meldde scoorde Müller de winnende treffer niet in de tweede helft, maar in de eerste, maar dat is een detail. Het gaat er nog steeds om waarom Nederland de boot inging, terwijl het toch een betere ploeg had dan de gastheren en ongelooflijk graag juist van de Duitsers wilde winnen. Van coach Helmut Schön wordt nu beweerd, dat hij een 'meesterzet' had bedacht, welke ons de das heeft omgedaan. Die briljante gedachte van de uit Dresden afkomstige Duitser was dan de geslaagde poging tot uitschakeling van onze stuurman op het middenveld, Willem van Hanegem, door die te laten schaduwen door de rappe Uli Hoeness. Inderdaad was dat een verstandige daad van Schön. Als het tenminste zijn idee is geweest. Bekend was dat hij een aarzelende man was die vaak te rade ging bij Franz Beckenbauer en die ongevraagd voortdurend zijn tips kreeg aangereikt door 'het brutaaltje' in de Westduitse ploeg: Paul Breitner.

Maar ook al zou de rol van Hoeness hoogst-persoonlijk en in zijn eentje door de lange Helmut zelf zijn bedacht, dan nog is het naar mijn mening niet juist om de Nederlandse nederlaag daar aan op te hangen. De feiten staan mij nog helder voor ogen. De Duitsers waren doodsbang voor Oranje en toen Nederland al na twee minuten door de befaamde strafschop van Johan Neeskens op voorsprong kwam, liepen zij als kippen zonder kop rond. In plaats van daarvan te profiteren gingen de Oranje-spelers de bal tergend langzaam en treiterend rondspelen. Weliswaar liepen de Duitsers ruim een kwartier voor schut en konden ze niet eens aan de bal komen, laat staan gevaarlijk worden, maar wie niet serieus naar het volgende doelpunt streeft, begaat een zeer grote tactische (en vooral: mentale) vergissing en men kan het aan de Duitsers overlaten om daarvan uiteindelijk te profiteren.

Omdat een ongeluk zelden alleen komt, speelden nog andere factoren een rol. Daar liep een trekkebenende linksbuiten bij Nederland rond. Rob Rensenbrink, bijgenaamd 'de slangenmens', was zwaar geblesseerd. Coach Michels liet hem op de dag van de wedstrijd nog een zware training voltooien, maar Rensenbrink verbeet de pijn en verborg zijn blessure. Waarom? Om een zeer zakelijke reden: indien hij de finale speelde zou hij van zijn particuliere schoenenfabrikant 10.000 harde guldens ontvangen. En dan was er het Hiltrup-incident. Enkele Nederlandse elftalspelers hadden na een vermoeiende training een koele duik genomen in het zwembad van het hotel, waar zij op de plaat werden vastgelegd door een fotograaf van Bild. Helaas voor Oranje waren zij niet onder elkaar, maar in gezelschap van enige minimaal geklede Duitse dames. Aldus het verhaal. Het thuisfront van deze spelers, waaronder de familie Cruijff, kwam daarop in actie, zodat de ploeg niet bepaald ongestoord naar de eindstrijd toeleefde.

Maar dat alles nam niet weg dat het Nederlands elftal zichzelf in de eerste helft de das omdeed door het voor schut zetten van de tegenstander preferentie te geven boven het snel verhogen van de score. Vandaar mijn hartekreet in de live-reportage voor de televisie: “Zo zijn we er toch nog ingetuind”. Met zoveel mogelijk begrip voor de menselijk-verklaarbare gemoedsstemming van Oranje is het mij toch altijd een raadsel gebleven hoe men die 7de juli 1974 zijn voetbalverstand dusdanig op nul kon zetten. Oranje verloor die dag vooral van zichzelf. Ondanks het herstel na rust, ondanks de succesvolle inbreng van René van de Kerkhof, ondanks het fortuin waardoor Beckenbauer en de zijnen, keeper Sepp Maier voorop, na rust overeind bleven. Maar dit stukje zou over Helmut Schön gaan. In zijn Dresdener tijd een goede voetballer, lang en schotvaardig. Als coach de vlijtige leerling van Sepp Herberger, die veel meer uitstraling bezat. Schön was een aardige man, die vaak twijfelde. Maar hij had Beckenbauer, Müller, Overath en Breitner. Hij is tachtig jaar geworden en in een verzorgingshuis gestorven. Zouden zijn spelers nog vaak aan hem hebben gedacht?