Politie-CAO

In zijn column van 29 januari maakt de heer Bomhoff het wel erg 'bond' met de stelling: “Nog maar een maand geleden sloot directeur-generaal Borghouts (Binnenlandse Zaken) een voor ons burgers en belastingbetalers onbevredigende CAO af met de politiebonden.” Nog afgezien van het opnieuw spelen op de man (de minister sluit het akkoord) wordt deze opvatting van de schrijver op geen enkele wijze onderbouwd.

In het kort wil ik nog een aantal opvattingen van Bomhoff, die onjuist dan wel onvolledig weergegeven zijn, rechtzetten.

1. Het moederrooster maakt geen deel uit van de landelijke CAO. De politie valt gewoon onder de werking van de Arbeidstijdenwet. Het 8-ploegenrooster is niet wettelijk voorgeschreven. Het is een keuze die gemaakt wordt door het politiemanagement in de politieregio. In verschillende korpsen werkt men met andere roosters. Ga maar eens in Amsterdam of in Nijmegen kijken. Gouda en Den Haag zijn niet de norm.

2. De vakbonden hebben niet de excessieve machtspositie die hen op grond van de hoge organisatiegraad wordt toegedicht. Er is sprake van een zeker evenwicht waarbij partijen in het CAO-overleg tot het uiterste moeten gaan om zaken binnen te halen. Het is beslist niet zo dat de vakbonden uitmaken hoe de organisatie er uit moet zien.

3. De korpsbeheerder heeft wel oog voor de problemen van de andere burgemeesters in hun gemeenten, maar het regionaal college moet uiteindelijk een formatieplan vaststellen waarin onmogelijk alle burgemeesters tevreden kunnen worden gesteld. Het is veel te kort door de bocht om een regioplan om deze reden rampzalig te noemen.

4. Binnenlandse Zaken voelt zich wel degelijk verantwoordelijk voor het management in de politiekorpsen. Er is een landelijk MD-beleid ontwikkeld en er wordt streng gecontroleerd of de (financiële) zaken wel op orde zijn.

5. De medewerking van de politiebonden aan de reorganisatie heeft de bonden veel leden gekost. De opkomst van regionale bonden zegt voldoende. De vraag is dan wie uiteindelijk de hoogste prijs heeft betaald voor het in de boot houden van de politiebonden.

6. Het niet goedkeuren van de regionale begrotingen treft niet zozeer de politiebonden en/of de politieambtenaren, maar het politiemanagement.

7. Een wettelijk opgelegde verkorting van de werkweek bij de politie hoeft niet per definitie te leiden tot een lager niveau van dienstverlening. Het omgekeerde kan het geval zijn indien de verandering van werktijden gepaard gaat met verdergaande flexibilisering van de dienstroosters. Juist is dat de toepassing voor de ambtenaren niet gelijk zal zijn, maar gedifferentiëerd zal worden op grond van de functie en kennis/vaardigheden.

Ik hoop dat er in de toekomst niet meer zó negatief gedacht en geschreven wordt over (de rechtspositie) van de politie in Nederland. Daarbij is niemand gebaat.