Overname-machine draait op volle toeren

AMSTERDAM, 27 FEBR. De overnamemachine die Nederlands bedrijfsleven heet, draait onverminderd op volle toeren. De gulden is een van de sterkste valuta ter wereld, en dat maakt het buitenland niet alleen goedkoper om vakantie te houden, maar ook om koopjes te jagen.

Bierbrouwer Heineken en kopieermachinefabrikant Océ kondigden gisteren buitenlandse overnames aan die samen meer dan een miljard gulden bedragen. Océ koopt de printerdivisie van Siemens Nixdorf, Heineken wordt door de overname van Birra Moretti marktleider op de Italiaanse biermarkt.

“Ondernemers zwemmen in het geld, maar ze doen er niets mee”, constateerde PvdA-kamerlid en industriespecialist W. van Gelder begin dit jaar op een congres. De cijfers spreken andere taal. De eerste twee maanden hebben Nederlandse bedrijven voor meer dan 4,5 miljard gulden buitenlandse overnames gedaan. In de eerste zes maanden van vorig jaar staken zij 6,5 miljard gulden in overnames van buitenlandse ondernemingen.

De bedragen groeien, maar het patroon blijft hetzelfde: de meeste belangstelling gaat uit naar bedrijven in West-Europa en Amerika; in het Verre Oosten en met name in de rap expanderende Chinese markt zijn joint-ventures het populairst. Wetenschappers mogen twisten over de vraag of globalisering of mondialisering werkelijk bestaat, bedrijven werken hun boodschappenlijstje af.

De helft van de 4,5 miljard gulden in de eerste twee maanden komt voor rekening van Unilever die op koopjesjacht is gegaan in Amerika. Heineken kocht al twee brouwers in Frankrijk, bank en verzekeraar ING kocht een Hongaarse bank, en op de lijst van joint-ventures en minderheidsbelangen prijken namen als KPN (Indonesische mobiele telefoon, kabelnetwerk in Frankrijk) en Van Ommeren (tankerterminal in Verre Oosten). In het kielzog van de grote concerns slaan ook de middelgrote bedrijven, zoals voedingsbedrijf CSM en handelsbedrijven Geveke en Eriks hun slag. De opkomst van deze “middenmarkt” is een betrekkelijk nieuw fenomeen, signaleerde directeur J. van Rooijen van KPMG Corporate Finance vorige maand. Buitenlandse overnames zijn in brede kring in het bedrijfsleven geaccepteerd als de snelste groeistrategie.

Océ doet met de overname van Siemens Nixdorfs' printerdivisie een majeure stap, zegt financieel analist F. van Schaik van de Britse zakenbank Barclays de Zoete Wedd, BZW. Hij vergelijkt de overname met de acquisities eind vorig jaar van Nutricia in Duitsland (babyvoedingsbedrijf Milupa; prijskaartje 920 miljoen gulden) en van uitgever Wolters Kluwer in Amerika (sectorgenoot CCH; gekocht voor 2,9 miljard gulden).

Het is een excellente versterking van de strategische positie van Océ, vindt Van Schaik, omdat kopieren en printen vrijwel in elkaar overvloeien en Océ door deze overname in één klap een derde groter wordt, zodat de onderzoeks- en ontwikkelingskosten door een bredere basis worden gedragen. Hij is wel een “tikkeltje ontstemd” over de financiering die Océ kiest. Het kopieerbedrijf vergroot zijn aandelenkapitaal met 20 procent. Op dat punt deden Nutricia en Wolters Kluwer het plezieriger voor hun beleggers, vindt Van Schaik. Nutricia gaf minder dan 10 procent nieuwe aandelen uit, terwijl Wolters Kluwer helemaal geen nieuwe effecten plaatste.

Hij vermoedt dat Océ zoveel nieuwe aandelen uitgeeft om het eigen vermogen bij te spijkeren. Bij de overname betaalt Océ een paar honderd miljoen gulden premie (zogeheten goodwill) voor de marktpositie, patenten en dergelijke. Deze premie moet Océ volgens de in Nederland gebruikelijke boekhoudkundige regels afboeken van zijn eigen vermogen, dat is de financiële buffer tegen verliezen.

Deze conservatieve financieringslijn en de strategische logica achter de deal zijn volgens fusie- en overnamedeskundigen typerende verschillen met de 'wilde' jaren tachtig, toen bedrijven als Medicopharma (geneesmiddelen), DAF (vrachtwagens) en HCS (automatisering) zich vertilden aan buitenlandse overnames.

Grote kopers als Océ, Heineken, KPN en Unilever versterken de trend die vorig jaar is ingezet. De economische omstandigheden zijn gunstig voor groei door acquisities. Veel bedrijven zitten ruim in hun kasgeld dat zij de afgelopen jaren hebben verdiend met robuuste winstgroei. De dalende rente maakt die kassen steeds minder rendabel. Wie te weinig geld in kas heeft voor een aantrekkelijke overname, kan aankloppen bij de banken. Die zijn hongerig naar klandizie.

De groeivooruitzichten op buitenlandse markten zijn bovendien een stuk zonniger dan in Nederland en West-Europa. “Oost-Europa biedt zowel qua markt als industrieel grote mogelijkheden”, zei Philips-president J. Timmer op zijn laatste persconferentie. Het economisch groeitempo en de marktomvang zijn daar aantrekkelijk voor de afzet van Philips-produkten, zo gaf Timmer aan, de relatief lage lonen maken de regio attractief als vestigingsplaats voor produktie met een lage toegevoegde waarde. “Wij hebben onze omzet per hoofd van de bevolking in een land als Griekenland wel eens omgeslagen op Oost-Europa. Dat geeft een zo hoopvolle uitkomst, dat ik u die niet zal noemen om niet van overdrijving beschuldigd te worden.”

De groeiende investeringen in Oost-Europa lokken weer nieuwe overnames uit, zo zette KNP BT-bestuursvoorzitter drs. R. van Oordt vorige week bij de presentatie van de jaarcijfers van het papier-, verpakkings- en distributieconcern uiteen. KNP BT kocht vorige week een tweede golfkartonverpakkingsbedrijf in Polen om te profiteren van de toenemende volumes die klanten als Heineken, Unilever en Douwe Egberts daar afzetten. Van Oordt:“Dat zijn hele grote lokale markten. Daar moeten allemaal dingen verpakt worden.”