OM vervangt officier in corruptieschandaal

ROTTERDAM, 27 FEBR. Het Rotterdamse openbaar ministerie heeft een nieuwe officier van justitie belast met de leiding en de afhandeling van het onderzoek naar het corruptieschandaal bij de Rotterdamse politie.

De officier van justitie R. de Groot, die ook leiding geeft aan de criminele inlichtingendienst (CID), is op last van hoofdofficier van justitie L. de Wit vervangen door officier L. de Jonge. Dit wordt bevestigd door de Rotterdamse persofficier H. Wesselink.

De vervanging van CID-officier De Groot volgt nadat er vanuit de advocatuur en binnen het openbaar ministerie kritiek was ontstaan op het feit dat uitgerekend de CID-officier nadrukkelijk het onderzoek leidde naar corruptie binnen een afdeling die onder hem ressorteert.

Hoofdverdachte in het corruptieschandaal is de Rotterdamse rechercheur Richard L., die gold als een vertrouweling van De Groot. Hij werd begin deze maand aangehouden na een onderzoek dat een half jaar in beslag heeft genomen. Justitie heeft sterke aanwijzingen dat L. verscheidene belangrijke verdachten heeft gechanteerd. Hij bood aan tegen betaling bewijsmateriaal te laten verdwijnen en dreigde anders met openbaarmaking van gegevens.

CID'er L. speelde een hoofdrol in de zogeheten operatie-Bever. In die zaak heeft de politie onder leiding van De Groot 18.000 kilo softdrugs op de markt gebracht in de hoop verdachte Cock S. te kunnen ontmaskeren. Dezelfde S. blijkt nu te zijn gechanteerd door agent L.

Vooral advocaten hadden de afgelopen dagen openlijk kritiek geuit op het handelen van De Groot. Zij vinden het bijvoorbeeld 'eigenaardig' dat De Groot persoonlijk bij een advocatenkantoor gestolen CID-stukken ging vorderen. Zo heeft De Groot onder andere materiaal gevorderd dat mede informatie bevat over zijn handelen in de operatie-Bever.

De officiële verklaring voor de vervanging van De Groot is dat er voor de behandeling van de strafzaak uiteindelijk toch een zogeheten zaaksofficier van justitie moet worden aangesteld. Maar intern valt te vernemen dat justitie er alles aan wil doen het geschonden imago te herstellen.

“In het rapport-Van Traa kwam het Rotterdamse parket er juist zo goed af en nu zitten we opeens met dit schandaal. Het is uitermate pijnlijk”, aldus een ingewijde. Een van de problemen waarmee justitie worstelt is dat men niet precies weet welke verdachten rechercheur L. heeft benaderd om vertrouwelijke informatie te verkopen.