Nieuwzeelandse centrale bank geeft toezichtrol op; Markt als controleur van banken

WELLINGTON, 27 FEBR. “De ondergang van een bank is voor de overheid niet van meer belang dan de ondergang van een supermarkt. Het wordt pas een probleem, wanneer het falen van een bank ernstige gevolgen voor het hele financiële stelsel heeft.” Zo vatte bankier Peter Ledingham van de Reserve Bank, Nieuw-Zeelands centrale bank de discussie over de toezichthoudende rol van de Reserve Bank over het Nieuwzeelandse bankwezen vorig jaar samen.

De marktgerichte stormen die al een jaar of tien door de Nieuwzeelandse economie razen, hadden doorgaans tot doel de overheidsrol in de economie te reduceren. Die rol werd concurrentieverstorend en ineffectief gevonden. De stormen hebben nu ook een eind gemaakt aan een van de traditionele taken van de centrale bank: het nauwgezet toezicht houden op de gezondheidstoestand van de banken die in het land opereren. Vanaf 1 januari moeten de bankklanten in Nieuw-Zeeland zelf uitmaken of hun gespaarde dollars bij de bank van hun keuze in veilige handen zijn.

Volgens de centrale bank is het nieuwe systeem goedkoper voor zowel de banken als de belastingbetaler en is het minstens zo effectief. Marktprikkels zullen er voor zorgdragen dat de banken zich voorzichtig zullen gedragen. Naast de prikkels zijn er ook strafdreigingen. Banken en hun commissarissen kunnen voor zowel de civiele als strafrechtelijke rechters worden gedaagd, wanneer ze valse of misleidende informatie verschaffen. De aantrekkelijkheid van een bankcommissariaat, zo verzuchtten sommige betrokkenen, is daarmee aanzienlijk gedaald.

Voorstanders van het nieuwe systeem wijzen er ook op dat de controle door centrale banken niet effectief is, omdat hun eventuele acties toch te laat zullen zijn. Barings Bank in Singapore ging in enkele dagen tenonder door de wilde transacties van Nick Leeson. Kettingreacties die binnen enkele dagen een bank in grote problemen kunnen brengen, zullen eveneens niet worden voorkomen bij rapportages aan de centrale bank die eens per kwartaal plaatsvinden.

De Nieuwzeelandse banken zijn nu gedwongen gedetailleerde financiële cijfers over hun operaties elke drie maanden openbaar te maken. Van zulke rapporten hangt in elk filiaal binnenkort een samenvatting van twee pagina's op A-4 formaat. De eerste samenvattingen zullen de wanden van de kantoren na afloop van het eerste kwartaal van dit jaar sieren.

Niemand garandeert de tegoeden die bij een bank zijn gestort, noch de staat, noch de centrale bank. Nieuw-Zeeland neemt daarbij internationaal ook nog een bijzondere positie in, omdat het land geen enkele vorm van verzekering kent om de aan de bank in verzekerde bewaring gegeven tegoeden te beschermen.

Nieuw-Zeeland loopt internationaal voorop in het afschaffen van de supervisierol van de centrale bank. De rapportageverplichting is overigens niet uniek. Ook de Verenigde Staten kennen uitgebreide verplichtingen om de financiële gezondheidstoestand van de banken te publiceren, maar de bedoeling daarvan is in de eerste plaats om de aandeelhouders informatie te verschaffen. In Nieuw-Zeeland zal, in principe althans, die informatie nu ook zijn weg naar de modale gebruiker van bankdiensten moeten vinden.

Of dit in de praktijk ook gebeurt, is nog maar de vraag. De invoering van de op zich opzienbare hervorming heeft in Nieuw-Zeeland zelf maar erg weinig aandacht gekregen, zelfs niet in de gespecialiseerde financiële pers. “Het is een taai onderwerp. De meeste krantelezers begrijpen de hervormingen niet en dat geldt ook voor veel plaatselijke journalisten. Die schrijven er dus ook niet over”, zegt Simon Carlaw, directeur van de New Zealand Bankers Association. In zo'n informatieklimaat lijkt het onwaarschijnlijk dat de Nieuwzeelandse Johnny Average en zijn vrienden zich periodiek en masse bij de opgehangen A-4tjes in hun bankfiliaal zullen vervoegen.

Carlaws bankvereniging is redelijk ingenomen met de nieuwe regels, al blijft deze vraagtekens zetten bij de bijzonderheden die de kwartaalrapporten straks moeten blootgeven. Carlaw: “Nieuw-Zeeland is een erg klein land. Hoewel we de namen van onze klanten niet hoeven te publiceren, moet het voor ingewijden niet al te moeilijk zijn om details over de schulden van de grootste bankklanten uit te vinden. Voor hen kan dat een probleem zijn.”

De meeste Nieuwzeelandse banken zijn in overzeese handen. Dat geldt ook voor de grootste, de Bank of New Zealand, een staatseigendom, maar sinds 1989 deel van de National Australia Bank. Dit betekent dat de Nieuwzeelandse bankklanten deels kunnen vertrouwen op overheidstoezicht in de landen waar het hoofdkwartier van de moederbank is gevestigd. Die moederbanken zullen zich vanwege hun eigen reputatie niet kunnen veroorloven een dochterbedrijf in Nieuw-Zeeland te laten ondergaan.

De Reserve Bank geeft de toezichtsrol overigens niet helemaal op. De centrale bank behoudt het recht hun financiële gedragingen te onderzoeken, de registratie van de bank in te trekken en aanbevelingen te doen dat de bank onder curatele wordt geplaatst. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om een actieve toezichtsrol. Als alles goed gaat, bemoeit de centrale bank zich echter niet meer met het Nieuwzeelandse bankwezen.

De kans dat het inderdaad goed gaat is groot. De Nieuwzeelandse banken opereren grotendeels winstgevend. Vorig jaar boekte de Nieuwzeelandse poot van de ANZ Bank een winst van 166 miljoen Nieuwzeelandse dollar (179 miljoen gulden), een toename van 39 procent vergeleken met 1994.

Nieuwzeelandse banken nemen het grootste deel van de hypotheken in het land voor hun rekening. Dat is een winstgevende onderneming. Hoewel de inflatie in Nieuw-Zeeland al jarenlang rond de 3 procent schommelt, zijn de hypotheekrentes nog steeds drie keer zo hoog. Nieuwzeelanders geloven nog altijd dat eigen huisbezit de beste garantie tegen het inflatiespook is. Dat spook manifesteerde zich in de jaren zeventig en tachtig met dubbele cijfers jarenlang en is nog steeds niet helemaal uit de gedachten van de meeste Kiwi's verbannen.

    • Hans van Kregten